Dokter

Thermometer

Na maanden van regen en kou is het eindelijk zomer. Op de hoek bij Albert Heijn staan drie meisjes van een jaar of vijftien. Ze hebben het druk met hun mobieltjes. Twee van hen roken stiekem sigaretjes, de derde drinkt een blikje energy drink van Euroshopper. Een jongen stuift weg op zijn Vespa snorfiets, een moeder parkeert verhit haar bakfiets. Met routine vist ze kinderen en boodschappentassen met een flinke graai uit de bak.

Een meneer met linnen tas komt steunend en kreunend de winkel uitgelopen. Hij neemt plaats op de trap, in de schaduw. Ik schat hem een jaar of zeventig. Hij draagt een linnen broek, witte tennisschoenen en een grijs verwassen t-shirt met een slappe kraag. Hij heeft het warm en dat is hem aan te zien.

‘Warm hè?!’ hijgt hij. Ik houd halt. ‘Ik vind het eigenlijk wel lekker na al die nattigheid.’ Hij pakt een klein blikje uit zijn tas. Behalve hoestsnoepjes zie ik drie sigaretten liggen. Hij pakt er een van en steekt deze in zijn mondhoek. Ook haalt hij vanuit zijn broekzak een doosje lucifers tevoorschijn.

Hij vertelt dat de voor hem plotselinge warmte hem zwaar valt. Ik raad hem aan kalm aan te doen. Iets wat hij, zo zittend op de trap van Albert Heijn, in feite al in praktijk brengt. ‘Gewoon uw tempo aanpassen, meneer, rustig aan doen!’ Hij knikt instemmend. ‘U was een goede dokter geweest’ wenst hij mij toe.

Lachend loop ik de supermarkt binnen, onderwijl zuchtend van de hitte.


Boekenmarkt

Het begin van de zomer, de Haarlemse boekenmarkt. Zondagochtend 24 juni. Slechts dertien graden Celsius op de thermometer en een stromende regen. De vorige organisator was het zat. Nu vers bloed en uitsluitend kraampjes op de Grote Markt. Een nieuw organiserend comité, nadat vorig jaar veel winkeliers geklaagd hadden over boekenkramen voor hun winkels. Vandaag hoeft werkelijk niemand zich druk te maken. Er is slechts een handjevol bezoekers.

Antiquariaat Snark is helemaal uit Groningen gekomen. Een meneer in donkergroen regenpak en –laarzen bladert door stapels boeken. Het stalletje ernaast is een geïmproviseerde tent. Men heeft het over afdingen in de tent. ‘Onbegrijpelijk, afdingen, ben je bezopen?’ aldus een potentiële klant. ‘Mensen willen voor niets leven,’ aldus de verkoopster. ‘Dan moeten ze maar van de lucht gaan leven,’ briest de potentiële klant.

Verderop lege kramen. Maar ook bananendozen, vol poëzie en literatuur. Plastic, dat opwaait, ter bescherming eroverheen. Een vrouw met donkerblauwe regencap, rugtas en sandalen laat haar ogen gaan over reisboeken van warmere oorden dan Haarlem. Sumatra, Bali, Vietnam. ‘Het wordt nog druk,’ grapt de verkoper.

Een meneer op bergschoenen met visserspetje –een kenner- is duidelijk aan het twijfelen. 35 euro voor een selectie zeldzame schriftjes. ‘Ik heb er al een paar,’ probeert hij. Voor 30 euro mag hij zij meenemen. Nu komt het lastigste. Zijn vrouw helpt hem zijn geldbuidel onder de regencape te bereiken.

Een kraam verderop waait de oranje poncho van een oudere heer op. Zijn afritsbroek is natgeregend. Behalve losse titels -op alfabetische volgorde gesorteerd- verkoopt men hier gehele oeuvres. Een Curver box vol Mulisch, Vestdijk of Wolkers. Wie maakt ze los?

Het is inmiddels rond lunchtijd. Drie verkopers klitten samen rond een doos Hemataart. Onder een oranje afdekzeil zitten twee mannen naast elkaar. Eén van hen eet witte kadetjes met kaas uit een plastic zak. De regen druppelt op het zeil. Ze zwijgen.

‘We gaan opruimen,’ zegt de dame die het dit jaar organiseert. Het is te koud, te nat, te winderig. ‘Wie gaat opruimen?’ vraagt de man achter de kraam, ‘Krijg ik dan mijn geld terug?’ ‘Nee,’ zegt ze bits. ‘Dan blijf ik,’ zegt hij verbitterd. ‘Dan is de verantwoordelijkheid voor u,’ besluit ze.

Het is nog altijd fris. Zoals op iedere boekenmarkt koop ik voor een paar euro een bundel van Herman Brusselmans.‘Kou van jou’ dit keer. Toepasselijk.

De verkoper heeft een loopneus en dept deze droog met zijn katoenen zakdoek.