Robin

Robin van Persie

Van Persie loopt vooruit in de tunnel. Wat doet hij nou? Normaal wachten we toch op Arjen? Schichtige blikken van zijn medespelers. Wat nou? Een blik van ‘wat nou?’ bij Robin. Vlak voor overgang richting veld houdt hij halt.

Gelukkig, daar komt Arjen, maar hier speelt meer.

De formaliteiten. De toss, het vaantje, handgeklap. Een taaie defensie, nauwelijks kansen. Bij zeldzame acties buitenspel. Vorige keer al, de Kirgizische lijnrechter. Ook nu weer een met arendsogen. Zijn zwarte aanvoerdersband knelt.

Tegen Spanje met vleugels, tegen Australië met moeite, tegen Chili op de bank. Nota bene gewisseld tegen Mexico. De teamgeest indachtig ergens begrip voor Louis’ beslissing. Niet hij, maar Klaas-Jan maakte het verschil.

Kleurloos tegen Costa Rica. Achter laatste linies toegezwaaid door arbitrage. In de verlenging; niet hij maar Robben die manschappen toespreekt. Toch, met vertrouwen zijn eerste penalty. Mensen gaven hem geen stuiver. Achteraf geen begenadigd spreker, wel de branie van een aanvoerder die gewonnen heeft.

Tegen Argentinië dezelfde lijn. Een coach die hem opnieuw offert, of weer een bewuste keuze? De zwarte band naar Robben, een dribbel richting Huntelaar, de hand van Louis.

Zitten, een jas aan.

In eigen land penningen met zijn beeltenis, zegels met zijn silhouet. Slechts een paar weken geleden en toen al onsterfelijk. Dodelijk.

Op afstand bij strafschoppen, het zit er niet meer in. Op afstand richting publiek, aarzelend. Arjen bij vrouw en huilend kind, Robin op het veld. Een donkerblauwe jas, het oranje shirt al uit. Grijze haren op zijn slapen. Een minzame glimlach, een duim richting tribune.

Over een paar weken wacht Manchester. Geen Europees voetbal en een nieuwe coach. Een oude bekende die wellicht vaker wil wisselen. Maar wat wil hij?

Over een paar dagen troostfinale. Nog een keer zweven.


Jonathan

Jonathan de Guzman

‘We staan achter’, bromt Frank Snoeks. Zoals vaker bijtend cynisch. Na honderdtwintig minuten nagels bijten scoort Costa Rica als eerste. De penalty van Borges. Cillessen heeft het veld moeten ruimen voor Krul. Een tactische set van de bondscoach. Net zo tactisch als al zijn wisselspelers.

Onder hen ook Jonathan de Guzman. Jonathan, geboren Canadees, tegen Spanje en Australië nog in de basis, heeft zijn meerdere moeten erkennen in Wijnaldum. Bij hem geen rancune. Hij snapt het en schikt zich. In een bruinkleurig FIFA-hesje.

Zijn vader wilde ooit dolgraag dat hij en zijn broer zouden gaan basketballen. Ze waren te klein. Die zwart-witte bal lonkte meer. Net als Europa. Om precies te zijn Rotterdam, Feyenoord. Uiteindelijk gekozen voor Spanje, Mallorca. Daarna ‘verhuurd aan Wales’, Swansea City.

Spelers van Costa Rica op hun knieën op de middenlijn. Jonathan met teamgenoten langs de lijn. Van Gaals wissels stralen allesbehalve rust uit. De rimpels van Nigel zijn diep, ernstig. Cillessen, met zijn arm op de schouder van Jonathan, toont verslagen. Een holle blik, was die wissel nu nodig? Ook Fer en Martens Indi, hun blikken vol ongeloof. Alleen Vorm lijkt het wel lollig te vinden. Te midden van deze mannen de jongensachtige blik van Jonathan. Een open gezicht, grote donkerbruine ogen.

Hoopvol, het kan.

Na Borges mag van Persie. Speelt niet zijn beste wedstrijd, maar scoort nu koelbloedig. Ruiz’ bal komt de handen van Krul tegen. Jonathan juicht, zij het met enige reserve. Net als bij de goals van Robben en Sneijder. Als Kuijt richting stip loopt valt Costa Ricaanse keeper Navas op. Met zijn handen gericht tot een hogere macht. Maar Dirk uit Katwijk is vastberaden.

Zelfs na de pingel van Kuijt ingetogen vreugde bij Jonathan. Zijn milde blik, gebalde vuisten, maar een lichte aarzeling. Het kan. Het kan ook niet.

Umaña legt aan en wederom is Krul succesvol. Het oranje vak linksachter het doel ontploft. Terwijl het bord met logo’s door officials het veld wordt opgedragen, is Kuijt al bij de doelman. Hij en Krul treffen elkaar op een meter hoogte. Juichend in elkaars armen. De andere mannen volgen.

Ook Jonathan is onderweg. Van een onderkoelde reactie geen sprake meer. Ook hij vliegt. Vliegend naar het doel.

Net als toen bij basketbal.


Kuijt

Dirk Kuijt

Mijn conditie was niet slecht, aan echte inzet ontbrak het. Aan de andere kant van het dorp was de melkfabriek. Een instituut voor melkveehouders. Uit de wijde omtrek kwam men daar de dagopbrengst brengen. Een keer in de week was ik aan de beurt. Om daar een witte emmer met karnemelk vol te tappen. Nog lastiger werd een aanvullende boodschap. Een pond brandnetelkaas of anderszins lastigs te onthouden. Een jaar of zeven was ik en reeds getraumatiseerd door eens te weinig geld voor al die boodschappen mee te hebben gekregen. Huilend fietste ik die dag naar huis. Het zal geregend hebben.

Goed beschouwd leek ik als kleine jongen in niets op generatiegenoot Dirk Kuijt.

In gedachten zie ik Dirk voor dag en dauw met opgestroopte mouwen van z’n blauwe overall door de melkput lopen. Sjouwend met slangen. Gehoorzaam naar zijn vader. In dienst van het melkveebedrijf. Later die ochtend, na zes boterhammen, met rode koontjes hangend over het stuur van zijn fiets. Op naar school, het eerste uur catechese. ’s Middags helpen op het land. Daarna de hooizolder van de buurman leegruimen. Aansluitend boodschappen voor zijn moeder. In het dorp, tien kilometer verderop. Na het eten zijn huiswerk en na twee koppen zwarte koffie net voor middernacht naar bed.

De volgende dag alles opnieuw.

Het was ruim vijfendertig graden in Fortaleza. Het elftal had zich ingedronken. Zo ook Dirk. Tijdens het volkslied kneep hij met zijn ogen tegen de felle zon. De blonde krullen al wat plakkerig. De spits als linksback, later naar rechtsachter. Kilometers stapte, versnelde en sprintte hij. Pas laat in de tweede helft een tweede waterpauze. Hier liet Dirk zich gaan. Verliezen van Mexico zou hém niet gebeuren. Zijn honderdste interland, precies zeven jaar na het overlijden van zijn vader. De boodschap van van Gaal ook klip en klaar. Onverschrokken, de laatste minuten als spits in het laatste reepje zon.

Groter had de opluchting niet kunnen zijn. De achtentachtigste minuut. Terwijl Wesley juichend richting bank rent zakt Dirk op zijn knieën. Badend in het zweet, zijn handen ten hemel gespreid. Na de pingel van Klaas-Jan de absolute bevrijding. Een engel op de schouder van het elftal of de paardenlongen van Dirk.

Het is na afloop haasten naar het vliegveld. De koele lakens van het Caesar Park aan de Praia de Ipanema wachten. Teamgenoten met grote koptelefoons zitten achterin het toestel te keten. Klaas-Jan voorop. De bondscoach, voorin, leunt wat richting raam. Een klein lampje dat beweegt, daar beneden in het regenwoud.

Dirk op zijn fiets, op weg naar Rio. Een emmer karnemelk op zijn bagagedrager.


Wetmatigheid

Arjen Robben & Iker Casillas

Nog even en dan verschijnen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid oranje straten, oranje gadgets en oranje etenswaren. Daar is geen (economisch) model voor nodig, dat is een wetmatigheid.

Maar met een WK neemt ook de spanning onder voorspellers en speculanten toe. Van de liefhebber tot en met de matchfixer. Allen hebben plezier of belang bij de prestaties van ons Oranje.

Is het spelershotel niet te ver van de wedstrijdlocaties verwijderd? Mogen spelersvrouwen hun mannen bezoeken tijdens het toernooi? Of is er ook een zwembad bij het hotel?

Als resultaten uit het verleden garantie bieden voor de toekomst, dan zijn dit geen gunstige signalen per se. En wat te denken van Braziliaans exhibitionisme aan de Praia’s, de luchtvochtigheid van de Zuid-Amerikaanse zomer of de samba die vierentwintig uur per dag klinkt?

Omstandigheden die er niet om liegen.

In de groepsfase zal al heel wat worden afgereisd. Van Salvador via Porto Allegre naar São Paulo. Allemaal relatief dichtbij de kust, dus wellicht voordelige zeelucht voor gezonde Hollandse jongens. Maar de Atlantische oceaan of de grijsbruine Wadden- of Noordzee, mag je ze wel vergelijken?

Behalve twijfels zullen er ook zekerheden zijn. Op de Oranje camping zal het beregezellig zijn, Wolter Kroes scoort de hit van het toernooi en Jan Mulder vindt het spel ver beneden de maat. Kevin Strootman bekijkt nors zijn ploeggenoten thuis op televisie, Louis van Gaal zal eerder dan verwacht botsen met de pers en zoals gewoonlijk eist Yolanthe weer alle aandacht op.

Alhoewel, die eerste wedstrijd, de ultieme revanche. Over Euro 2012 heeft niemand het meer (Oekraïne staat intussen in een ander daglicht). Maar regelmatig denkt Arjen Robben nog wel terug aan die bewuste avond. Juli 2010, ’s Avonds laat in Soweto. Oog in oog met Iker Casillas, de wereld aan zijn voeten.

Het had zo mooi kunnen zijn.

Ook ditmaal zal het klassiek zijn. Zijn rush langs de rechterflank, soepele kapbeweging en een spurt richting middenveld. Ploeggenoten die schreeuwen om de bal, maar hij die niets hoort. Die bal voor zijn linkervoet, één uithaal, dat is het enige wat telt.

Terwijl de leren knikker al richting kruising dwarrelt zal Iker afdwalen. Die lange reis van zijn spelershotel naar hier, het bezoek van zijn vrouw de avond ervoor, maar ook die Braziliaanse dames aan de rand van het zwembad. De samba zwelt aan terwijl Arjen al uitzinnig richting cornervlag rent. Zijn shirt over zijn hoofd getrokken.

Een wetmatigheid, geen model voor nodig.

Deze column verscheen eerder in Aenorm, magazine voor studenten Actuariaat, Econometrie en Operationele Research aan de Universiteit van Amsterdam