Kuijt

Dirk Kuijt

Mijn conditie was niet slecht, aan echte inzet ontbrak het. Aan de andere kant van het dorp was de melkfabriek. Een instituut voor melkveehouders. Uit de wijde omtrek kwam men daar de dagopbrengst brengen. Een keer in de week was ik aan de beurt. Om daar een witte emmer met karnemelk vol te tappen. Nog lastiger werd een aanvullende boodschap. Een pond brandnetelkaas of anderszins lastigs te onthouden. Een jaar of zeven was ik en reeds getraumatiseerd door eens te weinig geld voor al die boodschappen mee te hebben gekregen. Huilend fietste ik die dag naar huis. Het zal geregend hebben.

Goed beschouwd leek ik als kleine jongen in niets op generatiegenoot Dirk Kuijt.

In gedachten zie ik Dirk voor dag en dauw met opgestroopte mouwen van z’n blauwe overall door de melkput lopen. Sjouwend met slangen. Gehoorzaam naar zijn vader. In dienst van het melkveebedrijf. Later die ochtend, na zes boterhammen, met rode koontjes hangend over het stuur van zijn fiets. Op naar school, het eerste uur catechese. ’s Middags helpen op het land. Daarna de hooizolder van de buurman leegruimen. Aansluitend boodschappen voor zijn moeder. In het dorp, tien kilometer verderop. Na het eten zijn huiswerk en na twee koppen zwarte koffie net voor middernacht naar bed.

De volgende dag alles opnieuw.

Het was ruim vijfendertig graden in Fortaleza. Het elftal had zich ingedronken. Zo ook Dirk. Tijdens het volkslied kneep hij met zijn ogen tegen de felle zon. De blonde krullen al wat plakkerig. De spits als linksback, later naar rechtsachter. Kilometers stapte, versnelde en sprintte hij. Pas laat in de tweede helft een tweede waterpauze. Hier liet Dirk zich gaan. Verliezen van Mexico zou hém niet gebeuren. Zijn honderdste interland, precies zeven jaar na het overlijden van zijn vader. De boodschap van van Gaal ook klip en klaar. Onverschrokken, de laatste minuten als spits in het laatste reepje zon.

Groter had de opluchting niet kunnen zijn. De achtentachtigste minuut. Terwijl Wesley juichend richting bank rent zakt Dirk op zijn knieën. Badend in het zweet, zijn handen ten hemel gespreid. Na de pingel van Klaas-Jan de absolute bevrijding. Een engel op de schouder van het elftal of de paardenlongen van Dirk.

Het is na afloop haasten naar het vliegveld. De koele lakens van het Caesar Park aan de Praia de Ipanema wachten. Teamgenoten met grote koptelefoons zitten achterin het toestel te keten. Klaas-Jan voorop. De bondscoach, voorin, leunt wat richting raam. Een klein lampje dat beweegt, daar beneden in het regenwoud.

Dirk op zijn fiets, op weg naar Rio. Een emmer karnemelk op zijn bagagedrager.


Geluksvogels

Reclame voor ijsthee. In een ‘limoensine’ rijdt hij. ‘Het is niet eens een limoen, maar een citroen,’ merkt Wesley Sneijder scherp op. Hij houdt zijn hoofd koel. Hij is niet de enige die voorafgaand aan het EK al in het reclameblok schittert. Arjen Robben staat op de doellijn met oranje geluksvogels op zijn billen geplakt. De wenkbrauwen gefronst, zoals we hem kennen. Ditmaal niet van frustratie na een mislukte assist, maar voorover gebukt voor een supermarktketen. Slim bezig.

Dit moeten respectievelijk aantrekkelijke aanbiedingen voor de spelers zijn geweest. De voltallige selectie verdient immers behoorlijk bij hun clubs. Of het is door Bert van Marwijk aangegrepen om de sociale cohesie binnen het team te versterken. Gewoon eens iets samen doen? Ze hebben zichtbaar lol voor de camera. Of niet soms?

Hoe dan ook, de aanblik van Nigel de Jong met een kapsel van oranje geluksvogels heeft menig Oranjefan simpelweg naar Wuppies, Welpies en Beesies doen terugverlangen. Zonder spelers. Dat wel. Die zien we liever focussen op een trainingsveld. Gericht op de wedstrijd. Liever rijen kinderen jengelend voor voetbalplaatjes voor de plaatselijke supermarkt, dan de nationale selectie in tv commercials. Rafael van der Vaart met een geluksvogel op zijn schouder? Liever een engeltje.

Na het gerommel tegen de Denen, verlies tegen Duitsland en de wedstrijd tegen Portugal kunnen de jongens op huis aan. Een onverwacht lange vakantie is wat hen rest. Bij de supermarkt hebben ze nog wat exemplaren over voor de verzamelaars. In elk geval voldoende om de collecties van vakkenvullers en caissières te completeren.

Geluksvogels.

Stem op deze column voor plaatsing in Metro. Zie Metrocolumn.nl


Studio Sportzomer

Geen studiogasten vanavond, want: wedstrijdavond. Nederland heeft 2-1 verloren van Duitsland. Er valt een heleboel te bespreken volgens Tom Egbers. Een paarse achtergrond, UEFA logo’s en twee glaasjes water. ‘Bert, waar is het misgegaan?,’ spreekt het glimmende hoofd van Jack van Gelder. Ondanks het verlies spreekt Jack nog altijd over ‘wij’. Hij heeft het over de ruimte achter Mark van Bommel. Een theoretische uiteenzetting van Bert van Marwijk volgt.

Het Nederlands elftal is een Parmezaanse kaas volgens Jack. De linies brokkelen uiteen. De bondscoach maakt een wat geagiteerde indruk. Jack is somber, Bert houdt hoop: ‘We moeten iets verzinnen, we zullen toch eens moeten winnen.’ Een gereserveerde handdruk volgt. Dan, bovenin het stadion in Charkov. Drie heren en drie witte microfoons. Tom Egbers, Youri Mulder en Jan van Halst. Het viel Jan op dat Bert een terneergeslagen indruk maakte tijdens het interview met Jack.

‘Hoe voel jij je?’, vraagt Bert Maalderink aan Rafael van der Vaart: ‘We schijnen nog een kans te hebben,’ lacht Rafael als een boer met kiespijn. Bert wrijft het er nog eens in dat Rafael een bankpositie heeft. ‘Kun je de knop nog omzetten?’ aldus Bert. ‘We kunnen winnen, we kunnen verliezen,’ besluit Rafael.

Arjen Robben zit intussen in de catacomben bij Jack. Een gefronst voorhoofd. Het lijkt los zand volgens Jack; ‘Er zit geen verband in.’ De rimpels van Arjen worden nog dieper. Jack proeft soms gemakzucht. Ze praten, ze praten veel, ze trainen, maar uiteindelijk moet het op het veld gebeuren. Jack is nog niet overtuigd: ‘De linies staan te ver uit elkaar, alles lijkt weg te zijn.’ Ook weet Jack bijna zeker dat Duitsland niet aan zijn sportieve plicht gaat voldoen. Jack heeft het over een PLOEG als hij het over Duitsland heeft. Toch een high five van Jack voor Arjen.

‘Heeft Nederland verloren op discipline óf op kracht? vraagt Tom aan Youri en Jan. ‘Op alles,’ zeggen beiden in koor. ‘Boateng dekt niet door,’ legt Jan uit op zijn computer, ‘En van Marwijk houdt te lang vast aan dezelfde opstelling.’ ‘Duitsland wint wel van Denemarken,’ Jan en Youri maken zich allebei veel meer zorgen om het Nederlands elftal.

Wesley Sneijder zit aan tafel bij Jack. Wesley spreek in meervoud: ‘We creëren kansen.’ Jack heeft het weer over brokkelkaas. Wesley biedt zijn excuses aan: ‘Aan alles en iedereen.’ Jack vindt het lief. Jack speculeert er lustig op los. ‘Is het teveel ouwe jongens krentenbrood?’, ‘Kunnen jullie nog wel afzien, willen jullie nog wel pijn lijden?’ Ze zijn diep gegaan: ‘We zitten stuk,’ aldus Wesley.

Tom Egbers tot slot: ‘Wij gaan er natuurlijk vanuit dat Nederland voor zijn kans gaat, toch? Jan? Youri?’ Ze weten het niet. Jan heeft zich vooral verbaasd: ‘We zouden terug moeten naar het WK 2010 gevoel.’

Dodelijk.