Bakkerij Extra

BakkerijExtraSchinnen

Regendruppels van vannacht staan nog op het tentdoek. Dauw op het gras glinstert in het ochtendlicht. Maïs op de heuvels om mij heen, voor zover ik kan zien. Het is pas vijf over zeven, maar de zon werpt haar licht al over de hoger gelegen terrassen van de camping.

De meeste tenten zijn nog in stilte gehuld. Bij het toiletgebouw heerst al meer bedrijvigheid. Jonge ouders. Ook op vakantie wordt hen het ochtendritueel niet onthouden. ‘Ik heb overgegeven en mijn zusje ook’ vertrouwt een meisje mij toe. ‘Maar mijn broertje niet.’ Doordringende luchtjes bij de herentoiletten. Buiten in de vitrine aankondigingen van kerkdiensten in de wijde omtrek en het telefoonnummer van de huisarts in het dorp.

Een ommetje leert de campingbezoeker dat om half negen Bakkerij Extra uit Schinnen haar waren op de camping komt verkopen. Om kwart over acht staat een mevrouw met kort kapsel, wit hemd en bruine driekwartsbroek al voor het toiletgebouw te wachten. De armen over elkaar. Ze ontvangt als het ware de laatkomers, die na haar aansluiten.

Wanneer een kwartier later de donkerblauwe bus van de bakker het erf op rijdt, heeft zich een rij van een man of twintig gevormd. Een man, jaar of zeventig met een groen geruit overhemd en bril, passeert de rij. ‘Goedemorgen allemaal’ mompelt hij binnensmonds. Waarschijnlijk een vaste gast.

Vlaaien, speltbrood, wit brood, bruin brood, krentenbollen. Alles wat haar man vanochtend vol passie bakte, wordt uitgestald door de bakkersvrouw. De mevrouw vooraan de rij kan een kleine doch triomfantelijke glimlach niet onderdrukken.

Het wachten beloond.


Slokkie

WachtrijAlamo

Een vrouw met zwart, vettig piekhaar geeft bijna licht; zo wit als haar huid is. Heftige wallen onder haar ogen. ‘Blijf jij dan in de rij staan!’, bijt haar man haar toe, als hij naar de selfservicezuil van het autoverhuurbedrijf waggelt.

Twee dagen eerder besloot ArkeFly onze rechtstreekse vlucht richting Orlando om te boeken via Lufthansa. Via Frankfurt welteverstaan. Na tien uur vliegen, gründliche service en perfect entertainment landen we op Orlando International. Orlando, het ‘theme park capital of the world’ met Disney, Universal en zelfs Holyland. We worden vriendelijk welkom geheten door een soort van entertainer: ‘Welcome to the United States, and everything that comes with it.’ Hij verwijst daarbij naar de wachtrij. ‘Vanaf hier een wachttijd van anderhalf uur’, grapt iemand voor mij.

Een uur en drie kwartier later zijn we aan de beurt. Een uitzonderlijke dikke jongen doet niets anders dan de mensen vooraan de rij verwijzen naar de juiste douanier. We hebben ons overigens niet hoeven vervelen. Kinderen renden vrolijk rond, in het Spaans en Engels werd tekst en uitleg gegeven dat dit allemaal voor ‘hún zekerheid’ en ‘ónze veiligheid’ was én er was een dikke man van een jaar of veertig in roze polo met een afbeelding van Mickey Mouse in zijn haar geschoren. Bestemming Disney Land.

We zijn aan de beurt.

‘Are you two together?’ vraagt de douanier met het vierkanten hoofd. Ik leg de man uit dat we verloofd zijn. ‘Technically speaking you should be waiting behind the red line…’ antwoordt hij. Omdat we werkelijk de allerlaatste wachtenden zijn, ziet hij het voor deze keer door de vingers. Als we tenminste braaf antwoord geven op zijn vragen. Waar we vandaan komen?, waarom ik afgelopen zomer in Vietnam was?, wat voor werk we doen? en wat ons exacte verblijfadres in de Verenigde Staten is? Daarnaast wil hij graag al onze vingerafdrukken en foto hebben. Wat zal hij straks zijn vrouw vertellen wanneer ze naar zijn werk informeert?

Gelukkig hoeven we niet te wachten op onze bagage. Die draait al eenzaam rondjes in de inmiddels uitgestorven bagagehal. Waar de rest van de medereizigers zijn wordt snel duidelijk. Net als welk autoverhuur bedrijf de laagste tarieven kent. Geen rij bij Hertz, noch bij Dollar-Rent-a-Car. Bij Alamo; daar staan onze landgenoten.

FlesjeColaEen meneer achter mij, iets te warm gekleed in zwarte coltrui, wordt het wachten teveel. Na het wisselen met zijn vrouw komt hij niet veel later onverrichter zake terug van de selfservicezuil. Hij zweet van de warmte in de terminal. ‘Ga jij anders boven wat halen, een flessie cola ofzo?’ dirigeert hij zijn vrouw.

Hun twee kinderen, jaar of tien-twaalf, vervelen zich en hangen over het karretje met koffers. Ze ergeren hun vader met ‘Wanneer-gaan-we-nou?’. Gelukkig komt zijn vrouw terug met een flesje cola. Allereerst neemt dochterlief een paar flinke slokken, dan zijn zoon. Hij draalt wat, omdat ze net buiten handbereik staan en hij eigenlijk zijn stem niet wil verheffen.

Uiteindelijk geeft hij op en brult door de hal:

‘Geef pappa eens een slokkie!’


Control freak

Ze draagt een bruin truitje, kijkt onrustig voor zich uit, haar haar is ietwat vettig van de lange vlucht. Bijna vijftien uur heeft ze gevlogen. OK, ze heeft een tussenstop kunnen maken in Bangkok. Even de benen strekken. Maar nu is het al laat op de Vietnamese middag. Hoog tijd voor een verkwikkende douche, een glas fris, maar vooral om haar dochter -die hier vrijwilligerswerk doet- in de armen te sluiten. Alleen die bagage werkt niet mee.

Behalve een kartonnen doos met Chinese tekens en een eenzame riem in regenboogmotief blijft bagageband 2 van Noi Bai airport leeg. Een jong mannetje is de verveling meer dan zat. Zijn slippers draaien even later rondjes op de band. Passagiers van een andere vlucht uit Guangzhou, China wachten al meer dan een uur. Na een half uur wordt het Heleen teveel.

Ze zoekt raad (of steun?) bij medereizigers. Een andere vrouw, bezwete navel en praktisch kapsel is blij met de aanspraak. Haar man staat immers zwijgzaam naast haar. Ze bevestigt haar aanwezigheid op dezelfde vlucht, maar weet evenmin waar de bagage blijft. De man van Heleen blijft glimlachen. Pure symbiose. Zelfs als de onrust bij Heleen toeslaat wanneer hun zoon alvast zijn zus gaat opzoeken. Aan de andere kant van het glas.

Als na ruim een uur wachten de eerste Westerse koffers de band oprollen is de opluchting haar zichtbaar aan te zien. Ze is in tijden niet zo ongerust geweest. Maar gelukkig, de vakantie kan beginnen.

Een aantal dagen later maak ik een wandeling in het noorden van Vietnam. In Sa Pa om precies te zijn. Lunchen doen we in een betonnen gebouw. De gids kookt in de gaarkeuken een eenvoudige noodlesoep van de meegebrachte spullen. Ik zie een dame van middelbare leeftijd in een bruin truitje het geïmproviseerde terras opkomen. Heleen.

‘Zal ik meneer Nguyen al bellen?’, vraagt ze, maar ze heeft haar telefoon al in de aanslag. ‘Ik bel hem al.’ ‘Yes, we are already there mr. Nguyen, will you be there in half an hour to pick us up?’ Dochter en zoon kijken gelaten voor zich uit. Hún moeder weer. Het was allang afgesproken dat ze zouden worden opgehaald.

Het duurt te lang voordat de lunch geserveerd wordt. Althans, voor Heleen. Ze wacht alweer een half uur en kijkt schichtig om zich heen. ‘Ah, daar zal onze lunch zijn.’ Toch niet. ‘Oh nee, dat is voor die vier jongens.’ Ze vraagt zich hardop af of de Spanjaarden al hebben gehad. Ook nog niet. Dus ná de Spanjaarden zijn zij pas. Niet veel later komt ze erachter dat het haar gids is, die voor haar gezin kookt. ‘Wat leuk!’ Ze klinkt verrukt.

Ze staat op. ‘Wat ga je doen, mam?’ informeert haar dochter. ‘Ik ga even een foto maken van onze gids, in de keuken.’ Haar partner glimlacht, haar kinderen trouwens ook.

Gekke moeder.


Ambassade

Ik wil naar Vietnam deze zomer. Dan heb je een visum nodig. Althans, je kunt ook een aanbevelingsbrief via een obscure website organiseren en ter plaatse een visum afhalen. Wachttijden, zogenaamde stempelkosten en onverwachte douaniers incluis waarschijnlijk. Op naar Den Haag dan maar. De Vietnamese ambassade.

‘Yes, we al’ opened between 2 and 5 pm, a visa takes you thil’ty minutes.’ Wanneer ik om kwart over twee mijn auto aan het Nassauplein parkeer, zie ik de rode vlag van de Socialistische Republiek al wapperen. Rode vlag, gele ster. Ik gooi twee euro in de parkeermeter. Anderhalf uur moet voldoende zijn.

Ik ben niet de enige bezoeker vandaag. Twee meiden, ongetwijfeld net klaar met hun vwo-examen staan te twijfelen voor de ingang. Het is immers zo druk binnen. Ik kan het visum niet anders dan vandaag regelen. Drukke weken voor de boeg. Ik schuifel langs hen heen. Ze spelen met hun haar.

Binnen, een plastic stoel of twintig, systeemplafond met sporen van lekkage en een kaart van Zuidoost-Azië. Een wachtkamer. Ik zit al, wanneer ik zie dat er zo’n rode bonnetjesautomaat staat zoals bij de slager. Nog net voordat de volgende reiziger zich meldt, trek ik nummer vierenveertig. ‘Twenty thl’ee,’ roept een dame achter de glaswand. Nog even geduld dus.

Men praat over het regenseizoen dat aanstaande is, boottochten naar Ha Long Bay en of de route van zuid naar noord of juist van noord naar zuid zou moeten worden gevoerd. Het duurt lang en ik ben op zoek naar lijm. Pasfoto’s dienen namelijk aan het aanvraagformulier bevestigd te zijn. Indien los, geen visum.

Ik vind een Prittstift op een houten plank langs de wand. Behalve wat aanvraagformulieren en een schaar ook enkele vergeelde folders over Vietnam. Ik plak mijn pasfoto op en speel wat met het bonnetje in mijn hand. Ik zit al een uur te wachten. ‘Foul’ty foul.’ Ik overhandig haar de formulieren en het geld. Ik krijg een nummer terug: ‘Thl’ee.’ Half uurtje wachten.

‘Ga je ook naar Vietnam?’ vraagt een medewachter. Ik heb niet zo zin om te praten, maar knik bevestigend. Hij spreekt een ander aan: ‘Ben je vaker in Vietnam geweest?’. Hij wel. Hij is al eens vier weken naar het noorden geweest. Nu gaat hij voor zes weken, waarvan twee weken naar China. Hij heeft net zijn opleiding acupunctuur afgerond en zal in Vietnam, bij een bevriend stel, een stage doorlopen. Hij spreekt ook een beetje Vietnamees en vraagt of hij zijn mobiel mag opladen aan de ambassademedewerker. Het mag.

Twee dames vragen zich af waar Vietnam eigenlijk ligt en staren naar de kaart. Ik twijfel of ik de parkeermeter bij zal vullen. Nog drie minuten. Beweging achter balie. Niet voor mij. De volgende keer is het raak: ‘Numbel’ Thl’ee’.

Klaar om te gaan.