Donderdagochtend

HaarlemNoordCanta

Nu ik wat vaker thuis ben, valt mij op dat er veel meer mensen vaker thuis zijn. Een willekeurige donderdagochtend in Haarlem-Noord: rond een uur of elf loop ik richting Albert Heijn aan het Soendaplein. De parkeerplaats is afgeladen vol. De rode leds boven de parkeergarage vermelden VOL. De kerklokken luiden. In de St. Barbarakerk aan de andere kant van het plein wordt begraven. Iets verderop richting het begin van de Floresstraat, op de stoep van Gall & Gall, stijgt het hysterische geluid van een draaiorgel op.

De meneer voor mij koopt bij de kraam van Waasdorp twee rode ponen (‘Kopje eraf, buikje, ontschubben?’), drie haringen en een klein bakje kibbeling. Ik koop een broodje haring (‘Direct opeten?’). Rustig loop ik over de markt. Gemêleerd publiek. Ouderen druk in gesprek verwikkeld. Jonge ouders met fiets in de hand. Kinderzitjes voor én achter gevuld. Ook twee verkopers van Nuon die huizen willen isoleren. Ze zitten er timide bij op hun aanhanger vol lichtreclame. Altijd Nuon. Een drukte van jewelste voor de kraam van de Bakkerij ‘t Stoepje. Men discussieert over de Surinaamse bol. ‘Die bestaat al niet meer sinds de oorlog.’ Een meneer, net als ik met broodje haring in de hand, loopt mij tegemoet. Een korte blik van verstandhouding wisselen we uit.

Meer niet.

Via de Molukkenstraat en Zaanenlaan loop ik richting het park bij Huis te Zaanen. Behalve enkele vaders met vrije dag en kinderen ook een paar uit de kluiten gewassen honden en hun baasjes. Rond het park opvallend veel mensen thuis. Ouderwets comfortabele fauteuils zijn richting raam gedraaid. Veel mensen staren rustig wat naar buiten. Een postbode belt aan bij een huis aan de Orionweg. Zijn vrouw doet open. Hij komt thuis lunchen.

Op de hoek van de Rijksstraatweg zijn drie mannen bezig met de riolering. De sjekkies kleven aan hun bovenlippen. Onbeduidende muziek schalt hard vanuit hun vrachtwagen. Bij de bushalte staat een man te wachten. Hij is zichtbaar geïntrigeerd door de poster van H&M: een schaars geklede jongedame in ‘hipster’. Slechts €14,95. Het duurt niet lang meer of Café de Hoek gaat open. Op de stoep staat een Canta geparkeerd en een abri meldt dat Do (begeerlijk met glas champagne afgebeeld) 2 december op zal treden in Holland Casino Zandvoort.

Zomaar een willekeurige donderdagochtend in Haarlem-Noord.


Waasdorp, over een zwijgzame Japanse chef

Een mistroostige gemeente. Daarom het perfecte decor voor een film, moet IJmuidenaar Alex van Warmerdam hebben gedacht bij het regisseren van zijn film ‘Ober’. Hij weet vast ook dat het anders kan. Zeevishandel N. Waasdorp op zaterdagmiddag bijvoorbeeld. Het is ook deze week een drukte van jewelste aan de Halkade. Lange rijen voor de kibbeling, de lekkerbek, maar vooral voor de visvingers. IJmuiden kent weinig fijnproevers. De dames van de viswinkel hebben hun namen in gouden letters aan hun kettingen hangen. Hun oorbellen zijn gigantisch.

Op speciale dagen worden rode poon en paling in een oliedrum voor de deur gerookt. Voor de beleving reken je af bij iemand in klederdracht. De picknicktafels zijn bij mooi weer druk bezet. Alleen regent het altijd in IJmuiden. Het klassieke beeld dat rest: stellen van middelbare leeftijd die, gezeten in hun Opel Meriva, hun bakje kibbeling – óf visvingers – verorberen. Een serieuze bezigheid waarbij meestal nauwelijks wordt gesproken. Zeker aan het einde van een wintermiddag, bij de eerste schemering, de meeuwen op de achtergrond op zoek naar visresten; een beeld dat ‘The birds’ van Hitchkock doet verbleken.

Ik vergeet bijna te zeggen dat Waasdorp een hele mooie zaak is. Een mooie zaak die ook zeker meer te bieden heeft dan vet gebakken vis. Behalve een flinke vitrine met klassiekers als paling en haring, een flinke koel-/vrieswand met ingevroren sint-jakobsschelpen, kreeft en king’s crab. Daarnaast twee flinke planken met ijs met de vangst van de dag (schol, griet, tarbot, wijting, zeewolf, rode poon, noem maar op). Maar het allermooiste in deze drukte is toch wel de Japanse sushi chef. In zijn geïmproviseerde keukentje te midden van al dit geweld rolt hij met hypnotiserende handbewegingen maki’s, nigiri’s en hand rolls. Volgens mij spreekt hij geen Nederlands. Sterker nog, volgens mij spreekt hij helemaal niet. Als een zwijgzame Zen master rolt hij zijn visdelicatessen die geen sterker contrast met de rest van de zaak, haar medewerkers en gasten had kunnen vormen. ‘Eén bakje visvingers, alstublieft.’