Haarlemse Bakker

Haarlemse_bakker_Logo

 

Toen we laatst de Haarlemse Bakker bezochten stond mevrouw erop de aangeschafte waar naar huis te tillen. De zak met gevulde koeken was behoorlijk van gewicht en gelijk aan de helft van haar geringe lengte. Het deed aan haar besluit niet af. Omdat we aan het park wonen was de wandeling niet zonder risico. Nog geen minuut later lag de zak met koeken in een plas regenwater. De jongedame languit ernaast op de stoep. Uitgegleden. Toen ik haar optilde zette ze zich met haar spartelende beentjes af. Van mijn knie tot mijn enkel zat ik onder de hondenpoep. Verse hondenpoep.

Ik heb een hekel aan hondenpoep, maar nog meer aan natte gevulde koeken en bedacht mij geen moment. Met de zak koeken onder de ene en mijn dochter onder de andere arm beende ik mij een weg naar huis. Met mijn neus belde ik aan en overhandigde driftig onze dochter aan mijn vriendin. De kleine schoentjes met de poep eronder bleven achter bij de voordeur. Mijn broek trok ik uit in de hal. Smerige beesten, smerige baasjes.

Schijnheilig lopen ze met hun plastic zakjes opgevouwen in de jaszak. Als de duisternis valt laten ze de warme boodschappen net zo makkelijk achter voor de achteloze wandelaar of het nieuwsgierige kind. ‘Waar is het fatsoen gebleven?’, dacht ik toen ik in ondergoed en met ondergescheten broek in de armen de gang in liep.

Toen we onze verschoning hadden gehad en van de gevulde koeken gegeten waren we allesbehalve bereid de stijd te staken. Ietwat opgefokt, maar klaar om een rondje door het park te wandelen. Alert op uitwerpselen, uitermate waakzaam wat betreft lakse baasjes. Geheel tegen de eigen, timide natuur in besloten we ze aan te gaan spreken en vragen te stellen.

Nummer één, een op het eerste oog trotse bezitter van een bordercollie, begon desgevraagd te zuchten. ‘Je moet er drie uur per dag op uit, anders is zo’n beest niet te houden.’ Het kleine meisje op mijn nek kraaide van plezier. Zo’n snel beest dat als een vuurpijl achter een bal aanrent en door bergen bladeren duikt. Hartstikke leuk, maar ik was het voorval van eerder die dag nog niet vergeten. Voorlopig maakte dit baasje geen aanstalten, dus wij besloten verder te trekken.

We passeerden een tekkel plus baasje met gevuld zakje. Zoals het hoort, maar toch bleef ik wantrouwen. Aansluitend een labrador, tong uit de bek, ongevuld zakje in de hand van het baasje. De intentie desalniettemin goed, temeer daar we vriendelijk werden begroet. Daarna een golden retriever die direct de bijzondere aandacht van mijn dochter had. Ze verkoos het voetpad boven de zitplaats op mijn nek om dit schouwspel eens van nabij te kunnen bekijken.

Op gepaste afstand bekeek ik mijn dochter die een schijtende hond bekeek. Ze zag hoe het beest door de knieën zakte en alle druk naar het achterlijf verplaatste. Een dampend resultaat op het pasgemaaide gras. Het baasje was uiteraard verder gelopen, maar kon de kleine adjudant onmogelijk negeren. Haar intense blik gericht op de warme drol in het gazon. Die drol moest weg. Enigszins geërgerd liep hij richting plaats delict en haalde een plastic tas tevoorschijn.

Het was een tas van de Haarlemse Bakker.


Poes

Sinds poes bij ons woont hebben we misschien tien keer haar bak verschoond. En dat in iets meer dan vijf jaar. Niet dat we lui zijn. Brokjes eet ze, stokjes schrokt ze naar binnen en zo af en toe koken we een visje voor haar. Je zou dus denken dat er op den duur ook iets naar buiten moet. Soms is dat een ‘feestelijke verrassing’ die je op weg van slaapkamer naar badkamer tegenkomt. Midden in de nacht stap je blootsvoets in haar maaginhoud. Vaak nog net een beetje warm. Poes heeft dan teveel gegeten of het is gewoon een haarbal. Een beetje vies, dat is het ook.

Maar op de gewone weg de boel naar buiten werken, dat zie je haar bijna nooit doen. Althans niet binnenshuis. Nooit tref je haar aan in haar plastic unit. Een soort van ‘Dixie’ voor katten. Raar grind van binnen waar alles maar blijft liggen. Het is hoe langer, hoe minder aantrekkelijk om daarop los te gaan. Wij mensen lopen ook in een boog om de menselijke equivalent heen. We gooien ze om, in een dronken bui. Vooral dames doen het nog liever in hun broek dan dat ze hun ontlasting achterlaten in zo’n container vol drijvende uitwerpselen. Bah.

Voor poes gelden andere voorkeuren. Waar kattenbezitters veelal meewarig door hun buren worden aangekeken, kijken wij vooral fronsend naar onze eigen kat. Bemeste tuinaarde kopen wij al jaren niet meer. Poes zoekt bij voorkeur een kaal stukje aarde dat na grondige inspectie in gereedheid wordt gebracht. Eventuele oneffenheden worden glad gestreken en een kuiltje gegraven. Billetjes worden zorgvuldig boven het pas gecreëerde gat gebalanceerd en ‘sans gêne’ worden een paar ferme keuteltjes gedraaid. Geen probleem als je meekijkt, maar pas op. Madame kijkt je doordringend aan. Op zo’n wijze, dat je alsnog wegkijkt.

Na de feiten komt de propere kant boven. Natuurlijk – pootjes worden niet gewassen, maar zand schuurt. Drollen worden zeker met vijf à vijf hoopjes aarde bedekt. Werken in de tuin blijft zo een spannende bezigheid. Dikwijls ziet poes er vanaf de tuintafel zorgvuldig op toe. Bij het schoffelen denk je met een paar stenen te maken te hebben. Niets in minder waar. Het lijkt bijna of poes glimlachend toekijkt.