Freelancers

Freelancer

‘Wat leuk jou weer eens te zien!’ Ze meent het; het is lang geleden, maar wat hadden ze het destijds leuk samen op dat project. De trein houdt halt bij Sloterdijk. Hun gesprek mindert allerminst vaart.

‘Tsja, Gertjan.’ zucht ze hardop, ’Hij heeft wel op het lijstje gestaan van mannen die niet deugen.’ Haar gesprekspartner knikt instemmend. ‘Maar,’ vervolgt ze, ‘wat daar gebeurde is kinderspel vergeleken met wat ik bij het UWV heb gezien.’

Zijn interesse is gewekt.

Hij is ook snel van begrip. ‘Nou, dan kun je inderdaad wel even een winkeltje beginnen op kosten van een ander’, briest hij. Zij kijkt even triomfantelijk door de coupé. ‘Toch’, fluistert ze nu, ’heb ik bijna alles aan Gertjan te danken.’ Als ze er aan terug denkt: ‘Vier handen op een buik waren we.’

‘En jij, wat doe jij nu?’ ‘Nog altijd crediteurenadministratie,’ mompelt hij, ‘ad interim.’ Hij praat bij nader inzien minder graag in volle treinen dan hij dacht.

Zij heeft daar geen moeite mee. Een gesprek dat stilvalt kent ze niet. Ongevraagd vertelt ze nog altijd in HR te zitten. Al drieëntwintig jaar.

Station Haarlem nadert. Ze lopen samen richting balkon.

Een carrièreswitch heeft ze nooit overwogen. Overigens vindt ze het na al die jaren reorganiseren nu eens leuk om aan iets te bouwen. Zelfs met collega’s die het minder nauw nemen.

‘Gertjan zei het destijds al: nooit bovenop de baas gaan zitten, is niet handig.’

Ze wisselen nog eenmaal een blik uit. Weliswaar vluchtig, maar toch een van verstandhouding. Zoals freelancers dat kunnen.

Wanneer er iets te reorganiseren valt.


Kleine jongen

trein

Als een kleine jongen zit hij bij het raam. Ondanks een bos grijs haar en bruine schoenen van het merk Mephisto, die mijn leraar in groep zes al droeg, zou je zweren dat hij zes jaar oud was.

Met zijn armen leunt hij op de roze tafel, zijn neus bijna tegen het raam gedrukt. Bij iedere uitademing twee wolkjes van stoom die condenseren tegen de ruit.

Hij ziet het landschap aan zich voorbijtrekken. De weilanden richting Leiden, de hoogbouw richting Den Haag.

Bij iedere wissel of passerende trein veert hij lichtjes op. Drukt zijn gezicht opzij tegen het raam, om zo lang mogelijk te kunnen blijven kijken. Tot de seinen uit het zicht zijn verdwenen.

De deur van de coupé zwaait open. Een boomlange conducteur. Zowaar, ik zie de man aan het raam opkijken. Een ondeugende glimlach van oor tot oor.

Ook al zo’n mooi beroep.


Motorkap

Motorkap

Ze stappen in op station Haarlem. Vier meiden. Naveltruitjes, panty’s met ladders, felgekleurde lipstick en neon kleurige rokjes. Bestemming Loveland festival in Amsterdam. Techno, house, maar vooral liefde aan de Sloterplas.

‘Wat was nou dat verhaal laatst, van op die motorkap?’ vraagt er een. Twee anderen proesten het uit, de laatste bloost. ‘Met Dimitri’ probeert de eerste haar vraag te verduidelijken. ‘Misschien is dit niet zo’n goed onderwerp voor de trein’ zegt de laatste in schaamte.

Voor de duidelijkheid: ze heeft nooit iets met Dimitri, laat staan een Dimitri gedaan. ‘Dat denkt iedereen maar.’ Ze is gewoon hele goede vriendjes met hem.

‘Maar je weet waar ik het over heb, als ik het over die motorkap heb, toch?’ ‘Ja-haa’, zegt ze geërgerd, ‘Maar daar had Dimitri niets mee te maken, dus.’ En vervolgens: ‘Kunnen we het over iets anders hebben?’

De andere drie zwijgen, kijken naar buiten. Sloterdijk. Grijze wolken, Klimhal Amsterdam, het spoor uit de richting Zaandam dat zich hier aansluit.

In gedachten afgedwaald naar hun vriendin, op een willekeurige motorkap, zonder Dimitri.


Stinktrein

Pure Poison

Het is haasten voor de trein naar Amsterdam. We parkeren onze fiets in de ondergrondse fietsenstalling van station Haarlem. Als ik probeer in te checken met mijn chipkaart blijkt mijn saldo te laag. Wanneer ik probeer op te laden weigert de automaat mijn kaart te herkennen. Ik begin de moed te verliezen. Maar gelukkig: de tweede automaat biedt soelaas. Net op tijd stappen we in, in de overvolle trein van kwart voor zes. Er zijn nog twee plaatsen vrij in de coupé. Achteruit rijden, maar we doen het ervoor.

Na een drukke dag wil mijn vriendin zich nog wat opmaken. Vakkundig kamt ze haar haar, werkt make-up bij en spuit een luchtje op. ‘Het is misschien handig als je dat de volgende keer voortaan ergens anders doet!’ snauwt de dame tegenover haar. Ze heeft donkere haren, donkere ogen en donkere kleding en waarschijnlijk een donkere rotdag achter de rug. ‘Dit is smerig, toch?’ Ze zoekt bijval bij haar buurman en mij. Haar buurman reageert niet. Hij is verdiept in In de Ban van de Ring en ik? Ik bedenk zoveel, maar weet niet hoe te reageren.

‘Volgende keer, voortaan? Is dat niet dubbelop? Een tautologie, toch? Parfum is toch beter dan lichaamsgeuren van medepassagiers? Of de doordringende lucht van allerhande meegebrachte snacks? Wat is daarnaast de kans dat wij -mijn vriendin, zíj en ík- nog eens samen een ‘viertje’ met elkaar delen? En zelfs dan? Wat is dán de kans dat mijn vriendin, na het voorval van vandaag, opnieuw een luchtje op zal doen?’

Maar bovenal hebben we het hier niet zomaar over een luchtje. We praten over Pure Poison van Dior. Een petieterig flesje van 100 ml is goed voor maar liefst €115. Ik kan mij het geruzie op Schiphol van laatst nog herinneren. Daar was het ‘maar’ €99 en de vakantie moest nog beginnen.

Ik heb het eens opgezocht. Een willekeurige online parfumerie schrijft het volgende: ‘Pure Poison is een ode aan de pure verleidelijkheid, een verkenningstocht van zijn dualiteit en onweerstaanbare alchemie. Deze unieke en delicate moderne liefdesdrank, samengesteld uit oranjebloesem, jasmijn, gardenia, amber en sandelhout ontwaakt de verleidster in u.’

Wanneer we Amsterdam Centraal binnen rijden zijn de eerste harde tonen van het parfum verzacht tot een subtiel aroma. Ik ruik en kus mijn vriendin zachtjes in haar nek. Ik kijk haar verleidelijk aan.

‘Best leuk het openbaar vervoer, zullen we volgende keer voortaan met die stinktrein gaan?’