Slokkie

WachtrijAlamo

Een vrouw met zwart, vettig piekhaar geeft bijna licht; zo wit als haar huid is. Heftige wallen onder haar ogen. ‘Blijf jij dan in de rij staan!’, bijt haar man haar toe, als hij naar de selfservicezuil van het autoverhuurbedrijf waggelt.

Twee dagen eerder besloot ArkeFly onze rechtstreekse vlucht richting Orlando om te boeken via Lufthansa. Via Frankfurt welteverstaan. Na tien uur vliegen, gründliche service en perfect entertainment landen we op Orlando International. Orlando, het ‘theme park capital of the world’ met Disney, Universal en zelfs Holyland. We worden vriendelijk welkom geheten door een soort van entertainer: ‘Welcome to the United States, and everything that comes with it.’ Hij verwijst daarbij naar de wachtrij. ‘Vanaf hier een wachttijd van anderhalf uur’, grapt iemand voor mij.

Een uur en drie kwartier later zijn we aan de beurt. Een uitzonderlijke dikke jongen doet niets anders dan de mensen vooraan de rij verwijzen naar de juiste douanier. We hebben ons overigens niet hoeven vervelen. Kinderen renden vrolijk rond, in het Spaans en Engels werd tekst en uitleg gegeven dat dit allemaal voor ‘hún zekerheid’ en ‘ónze veiligheid’ was én er was een dikke man van een jaar of veertig in roze polo met een afbeelding van Mickey Mouse in zijn haar geschoren. Bestemming Disney Land.

We zijn aan de beurt.

‘Are you two together?’ vraagt de douanier met het vierkanten hoofd. Ik leg de man uit dat we verloofd zijn. ‘Technically speaking you should be waiting behind the red line…’ antwoordt hij. Omdat we werkelijk de allerlaatste wachtenden zijn, ziet hij het voor deze keer door de vingers. Als we tenminste braaf antwoord geven op zijn vragen. Waar we vandaan komen?, waarom ik afgelopen zomer in Vietnam was?, wat voor werk we doen? en wat ons exacte verblijfadres in de Verenigde Staten is? Daarnaast wil hij graag al onze vingerafdrukken en foto hebben. Wat zal hij straks zijn vrouw vertellen wanneer ze naar zijn werk informeert?

Gelukkig hoeven we niet te wachten op onze bagage. Die draait al eenzaam rondjes in de inmiddels uitgestorven bagagehal. Waar de rest van de medereizigers zijn wordt snel duidelijk. Net als welk autoverhuur bedrijf de laagste tarieven kent. Geen rij bij Hertz, noch bij Dollar-Rent-a-Car. Bij Alamo; daar staan onze landgenoten.

FlesjeColaEen meneer achter mij, iets te warm gekleed in zwarte coltrui, wordt het wachten teveel. Na het wisselen met zijn vrouw komt hij niet veel later onverrichter zake terug van de selfservicezuil. Hij zweet van de warmte in de terminal. ‘Ga jij anders boven wat halen, een flessie cola ofzo?’ dirigeert hij zijn vrouw.

Hun twee kinderen, jaar of tien-twaalf, vervelen zich en hangen over het karretje met koffers. Ze ergeren hun vader met ‘Wanneer-gaan-we-nou?’. Gelukkig komt zijn vrouw terug met een flesje cola. Allereerst neemt dochterlief een paar flinke slokken, dan zijn zoon. Hij draalt wat, omdat ze net buiten handbereik staan en hij eigenlijk zijn stem niet wil verheffen.

Uiteindelijk geeft hij op en brult door de hal:

‘Geef pappa eens een slokkie!’


De Vomar

Bij voorkeur tegen sluitingstijd, maar liever kom ik er helemaal niet. Winkelcentra. Om de hoek is er de Albert Heijn; goed voor de vlugge boodschap. Voor het echte werk is er iets verderop winkelcentrum Spaarneboog. Voor de hongerige maag ‘Brasserie Bonjour’, voor de overtollige kilo’s ‘Health Center Spaarneboog’. Behalve ‘de Action’ en ‘de Aldi’ tref je er onder meer kringloopwinkel ‘de Schalm’, kapsalon ‘de Kniphoek’ en de schrik aller supermarkten: ‘de Vomar’.

De strijd begint op het parkeerterrein. Zeker op zaterdag. Via het eenrichtingsverkeer wordt je regelrecht de ellende in geleid. Er is geen weg meer terug. Jeeps en ‘Touaregs’ met ‘de knipper aan’ op de gehandicaptenparkeerplaatsen, glas en stapels karton naast de glasbak en dan de rijen. Voor de lege flessen, voor de karretjes, voor de weegschaal voor groenten en fruit, voor de kassa. Geduld is niet mijn sterkste punt, maar zelfs een bibliothecaresse zou het hier zwaar te pakken krijgen.

Bij binnenkomst de vertrouwde gezichten: de jonge dames van de haringkar (met hun handen in het haar, vet van de haarlak), de verkoper van de daklozenkrant (altijd verdekt opgesteld onder de trap) en de dame van de bloemenzaak (“dat bosje maar doen?”). Ook voor de meesten van hen een jaarlijks functioneringsgesprek, bedrijfsuitje of misschien zelfs wat loonsverhoging.

Niet de meest inspirerende omgeving, deze supermarkt in Haarlem-Noord, maar wat verwacht je? Na de toegangspoortjes het hele jaar rosé in de aanbieding, stapels bierkratten, kilometers toiletpapier en de kiloknallers. Via het brood naar groenten en fruit, de kaas en de vleeswaren. Op de hoek de koffiecorner. Op een slechte dag kom je hier collega’s tegen. Of die van je partner. Nog beter. Langs de zuivel, frisdrank en conserven, via het kattenvoer en de non-food richting kassa, om vervolgens in een lange rij aan te sluiten. De tl-buizen die een bleek licht werpen op de oude tegeltjes. Het moeizame gedraai van de zwenkwieltjes van de kar. De lijstjes van voorgangers, oude kassabonnetjes en bloemkoolresten er nog in.

Eén vraag: wat is er zo super aan supermarkten?