Erica

Omroep Max dingt wat mij betreft mee naar de enige, werkelijke verdiende Televizierring van dit jaar. En dat voor ‘nieuwkomer’ Erica Terpstra. De publieke opinie is bekend. Er wordt liever gekeken naar avondvullend entertainment als ‘The voice of Holland’, maar er zijn andere parels op de Nederlandse televisie: neem ‘Erica op reis’.

Na een eerder avontuur op haar geboorte(ei)land Bali, waar we haar op de markt, op een basisschool en bij de waarzegger zagen, was Erica gisteren te zien in West-Afrika. Mali om precies te zijn. Een portret van een land. Of eigenlijk een portret van een vrouw in een land. En wat voor vrouw.

Vanzelfsprekend, de meningen over Erica zijn verdeeld. Irritant enthousiast, altijd overdadig vrolijk, wanstaltige verschijning, ‘koopt haar kleding bij de Waard tenten’. Denk ‘m eens om, dit is een vrouw uit één stuk, oprecht blij voor anderen en staat zeer gelukkig in het leven. Er lijkt wel een nieuwe fase te zijn aangebroken in het leven van Erica. Door de juiste zaken op te pakken, te reizen, mensen te ontmoeten, staat ze meer in haar kracht dan ooit. En dat zie je.

Ze laat zich graag oplichten op de markt van Entebe, madame Erica laat aldaar een prachtig oranje (“C’est la couleur Hollande”) Afrikaans gewaad aanmeten en trapt lol met de lokale bevolking.

Ook tijd voor serieuze zaken als zij over ruig terrein de achterlanden van Mali aandoet. En passent presenteert Erica zich ook nog eens als antropologe; haar mensenkennis heeft haar immers ver gebracht. Lokale rituelen vinden duiding. Ik laat mij persoonlijk liever door Erica uitleggen hoe en waarom mensen elkaar op een bepaalde manier gedag zeggen. Waarom geiten worden gewassen voor ze naar de markt gaan en hoe bier hét sociale smeermiddel van de inheemse stammen vormt. Liever door Erica, dan door de sandaal- en baarddragende, lokaal dialect sprekende, Nederlandse antropoloog die zij bezoekt. Dan krijgt het zo’n onbedoeld serieus karakter.

Ik word vrolijk van Erica, ze ontroert me. Haar warmte werkt aanstekelijk. Haar aantrekkingskracht is enorm. Erica is enorm. Wat een prachtmens


De mjoezikol

Zo zoet en kleverig als een zuurstok; musicals. Vrijdagavond, de livreier vangt ons op in de lobby van theater Carré. Kaarten liggen klaar bij de kassa. Tweemaal voor de loge. Veel kortingsbonnen, vale windjassen, maar ook opgedirkte stellen en double dates vullen de lobby. Programmaboekjes en posters vinden nu al gretig aftrek, maar vooral vóór de deur is het druk. Met rokers.

We zijn vanavond niet alleen in de loge. We zijn vanavond in gezelschap. Goed gezelschap? Jim Bakkum en zo blijkt zijn verloofde, die hij in ‘artistieke kringen’ heeft ontmoet. De grootmeester zelve, dhr. van den Ende, met zijn Janine zit naast me. Knie aan knie met de uitvinder van het fenomeen ‘musical der lage landen’,  terwijl ik hier niet van houd. Dat belooft wat.

Het doek gaat open. Het verhaal, flinterdun, ontvouwt zich op het toneel. Zinnen en zang worden duidelijk uitgesproken. Dit is te volgen. Maar waar is de verrassing, de plotselinge ommekeer, de verwarring? Je kon er op wachten, maar bij het derde nummer is het raak. De zaal begint mee te klappen. Jim kan zijn lachen niet houden, of is het omdat zijn broodheer voor hem zit? Ik verkeer waarschijnlijk in een parallel universum en constateer dat ik al geruime tijd geleden afgehaakt ben.

De pauze maakt het alleen maar erger. Typisch avondje uit voor moeders en dochters, valt me op. “Wat kan ze goed dansen”, “Wat kan ze goed zingen”. Superlatieven schieten tekort. Het enige wat ik kan denken: “Wanneer beginnen we weer?”, “Des te eerder zijn we klaar hier”.  Na de pauze wordt Joop herkend. Dit is gênant. Waar haalt zo’n man z’n motivatie vandaan? Avond aan avond een schouwburg voor de helft vullen met bezoekers met een kortingskaart van de C1000. Kunst is bedoeld om te ontregelen. Dit is slechts mierzoet.


Bespoke garment… een verslag

Een kille, winderige dinsdagavond in november. Wat kan de Overtoom toch een een tochtgat zijn. Net voor zeven uur bel ik aan. De bordeauxrode plaquette op de gevel is voorzien van gouden details, “Het Westen, bespoke tailoring”. Veelbelovend. In tegenstelling tot de verwachte gladde verkoper, wordt de deur opengedaan door Inge. “Ik heb een afspraak met dhr. Goudsmit”, zeg ik. Inge haalt een kop thee en ik installeer me aan de de grote tafel tussen enkele stalenboeken.

Pas na enige tijd meldt Jean-Jacques zich, hij stelt zich voor, maar wendt zich al snel tot de andere klant in het pand. Later blijkt waarom. “De grote IT-baas van ING, komt ook gewoon hier, zo ‘down to earth’ als het maar kan”, aldus Jean-Jacques. Eerste gebod voor zaken die zich richten op het zakelijke segment: “praat discreet over je klanten”.

Inge en ik vervolgen de intakesessie: wat voor knopen?, wat voor voering?, wat voor zakken?. Vragen waar een normaal mens nooit over nadenkt, die nu terstond een antwoord verlangen. Met wat hulp, hardop redeneren of simpelweg gokken, banen we ons een weg door de checklist die later wel even ondertekend dient te worden. Mocht ik mij bedenken. Ik ben een snelle beslisser: een mix tussen blauw en grijs en een verdwaald draadje rood en lichtblauwe vezel (van een afstand nauwelijks te zien – een soort hidden suit system) blijkt een goede keuze te zijn. “Een populaire stofkeuze de laatste tijd”, als obligate aanmoediging op mijn keuze. Jean-Jacques had ‘m kunnen maken.

We vervolgen de sessie met het opnemen van de maten, maar niet voordat de directeur zelf erbij wordt geroepen. Wat blijkt, het verkoopverhaal wordt naar eigen zeggen volledig beheerst, maar meten kan meneer helemaal niet. Eigenaardig voor een 29-jarige, die zich ‘bespoke tailorist’ noemt. Maar het mooie van al, we raken aan de praat. Goed voorbereid probeer ik stellingen te pareren, juiste tegenstellingen te poneren, eindigend in een verbaal schouwspel. Echter niet in mijn voordeel. Waar bij voetbalwedstrijden de verhouding balbezit in beeld wordt gebracht, zou ik dit keer zwaar het onderspit delven. Wat kan die gast lullen. En vooral, niet luisteren. Tweede gebod voor zaken die zich richten op het zakelijke segment: “laat je klanten praten”.

Het roer gaat om, waar in ‘the City’ zo 4.500 Pond wordt afgetikt voor een ‘bespoke garment’, waarbij de keuze beperkt wordt door ‘drie knopen’ en ‘twee soorten stof’ kunnen de huidige prijzen niet meer voor Het Westen. Reducties zoals van toepassing op mijn aanschaf zullen snel het veld moeten ruimen, want “We gaan hogerop.” Een parallel met een nieuw consultancycontract voor een laag uurtarief wordt net zo makkelijk gemaakt evenals de selectie aan de poort bij van Lanschot. “Wat was het ook alweer? Vanaf 1 miljoen Euro?”. Derde gebod voor zaken die zicht richten op het zakelijke segment: “over geld praat je niet”.

Het begint op een tafeltenniswedstrijd te lijken. Ik werk als supply chain management consultant, meneer is in feite supply chain manager en zelfbenoemd directeur. Ik werk in de zakelijke dienstverlening, meneer is zakelijk dienstverlener. Ik ga in potentie veel verdienen (kreeg ik het maar), meneer is al directeur van een eigen tweemanszaak. Ik kom veel bij tuinders over vloer, meneer heeft veel klanten in de agribusiness. Een wedstrijdje verplassen.  Vierde gebod voor zaken die zich richten op het zakelijke segment: “klant is koning”.

Meneer Gersting is eigenaar van een groot tuindersbedrijf in het Westland. Het is een onbehouwen man, heeft veel geld, maar weet op zijn zachtst gezegd wat hard werken is. Hij heeft drie zoons. Als zijn zoons, alledrie een tikkeltje verwend, een nieuwe auto willen, gaan zij naar de lokale Mercedesdealer. Ze trappen met hun voeten wat tegen het linkervoorwiel, snuiven wat aan het leer, nemen de versnellingspook eens stevig in de hand. Nog zonder hun vader. Dezelfde dealer heeft ook de McClaren F1 in de showroom staan. “Die staat daar niet voor niets, die wordt ook gekocht.” Aan het eind van de dag, na sluitingstijd wast de heer Gersting de modder van zijn handen en gezicht, pakt zijn portemonnee en rijdt naar de lokale Mercedesdealer. Eenmaal aangekomen heeft hij niet veel tijd nodig. “Doe er maar drie”. Vijfde gebod voor zaken die zich richten op het zakelijke segment: “praat discreet over je klanten, over geld praat je niet, maar over geld van je klanten praat je al helemaal niet.”

Ik rond af, textieltechnisch dik in orde en in blijde verwachting van een maatpak, maar enkele malen worden de ‘gulden regels’ overtreden. JJ kan niet meten en JJ heet waarschijnlijk helemaal geen JJ, maar Jan of Jaap. Ik kan maar één conclusie trekken: geen Marug alumnus! (voor meer informatie kijk op www.marug.nl onder de fotopagina)

*Enkele namen zijn om privacyredenen gefingeerd


Strak in de veren

De speciaalclub voor Japanse Meeuwen en overige Lonchura’s staat vandaag centraal. Ondanks de barre sneeuwval van de laatste nacht en vanochtend heeft men er zichtbaar zin in. Vanuit Voorhout is de vogelclub ter plaatse. Ook Vogelvereniging Noordwijkerhout en Omstreken is vanochtend in Boskoop te vinden. Jack en Carla Everts van vogelspeciaalzaak ‘De Bosruiter’ uit Sprundel in West-Brabant hebben misschien wel de langste rit achter de rug.

Door de temperatuur van zo’n 15 graden in het Plantarium zijn de meeste vogels iets opgebold. Buiten in de blokhut kunnen zelfs deze veelal tropische vogels prima gedijen. Juist door de temperatuurwisseling zijn de vrolijke vriendjes zichzelf vaak even niet meer. Over acclimatiseren gesproken. Van koude rit naar relatief warme markthal vraagt om aanpassingsvermogen. De koffie en gevulde koek (mét amandel) zijn zeer welkom. De meeste bezoekers, mannen, gemiddeld 60 jaar of ouder kennen elkaar overduidelijk van vorige bijeenkomsten. Dit maakt me ietwat melancholiek, deze hobby heeft niet lang meer. Of toch?

De verkoper van volières is een blakende dertiger die zijn aluminium zelfbouwpakketten naast de stand van de vogelbescherming aan de man probeert te brengen. Van kromsnavelren met erker tot en met een achthoek met dicht dak. Maar voor een start voldoet een compacte vogelvolière. Een nachthok is niet per se nodig.

Iets verderop laat ik me informeren over de fauna. Een kanarie, mees of Japans meeuwtje is een prima onderhoudsvriendelijk vogeltje om een start mee te maken. Wel even goed opletten: kijk of ze strak in de veren zitten. Dit bepaalt hun gezondheid. Vanaf een paar euro heb je al een kanarie, maar vaker worden de vogels per paar aangeboden. Je kunt het veel bonter maken, zowel qua prijs als kleur. Een koppel kardinaalvogels gaan voor zo’n €375 euro per paar. Belangrijkste les is toch wel ‘even goed luisteren’, want ‘een hijgje’ verraadt eveneens een mogelijk slechte conditie.

Dan het voer en bodembedekkers voor de vogelkooi. Van wildzang-, onkruid- en volièrezaad tot grit- en kiezel-, schelpenzand en echte beukensnippers. Dit is een wereld van oneindige keuzes en mogelijkheden: van Noorse goudvink, groenling, Mexicaanse roodmus tot Kala Buul Buul (mét DNA). Volgende week kunnen we weer: vogelvereniging ’t Sijsje te Nieuwveen houdt haar 41e tentoonstelling in clubgebouw de Wens. Mooier kan toch niet.


Hobbyspotten

Een druilerige zondagochtend die aan alle clichés voldoet. De dag begint traag, licht katerig. Een net te koude douche zet de zintuigen ook net niet op scherp. Scheren zit er niet in; het schuim is op. De witte vloerkadetten worden voorzien van een ruime laag smeerleverworst en ook de thermosfles karnemelk verdwijnt in de koelbox. Koelen is vandaag eigenlijk niet nodig, maar ik ben het zo eenmaal gewend.

Via illustere plaatsen als Boesingheliede en Vijfhuizen bereik ik door de steeds harder aantrekkende regen de officiële spottersplaats van de Polderbaan. Vijf Opels staan gebroederlijk met het kontje richting hek geparkeerd. De eigenaren genieten respectievelijk van een patat met, oorlog, speciaal, frikadel en berenhap saté onder de luifel van snackkar Piet. Om de nekken hangen naast verrekijkers radiotransmitters. Het is een rustige dag – het echte charterseizoen is over. 

Om niet op te vallen binnen dit milieu parkeer ik de auto (ander merk) in dezelfde rij. Met een overtuigend gebaar open ik de kofferbak, vervolgens de koelbox. Het melige kadetje doet de kater ietwat vergeten. Dit gevoel verdwijnt volledig bij de eerste landing van een 737 van het Portugese TAP. Ik maak geen aantekeningen. Ik maak geen aantekeningen terwijl ik opmerk dat om mij heen kladblokken worden volgeschreven. 

Hoe lang houdt iemand dit vol? De eerste twee vliegtuigen zijn bijzonder, de eerste 747 is hoe dan ook imposant van dichtbij, maar bij een derde cityhopper slaat de verveling toe. Ik mis het spel van spotten, naspeuren op internet. Het plezier in het praten over technische specificaties onder kille weersomstandigheden. Een ervaring rijker, maar laat ik maar uitkijken naar een ander tijdverdrijf; hobbyspotten dus.