Studio Sportwinter

studio sportwinter

Ik droomde dat ik in de studio zat. Al meer dan twee weken was ik van huis. Slapen deed ik in de buurt van mijn medesporters. In het dorp, zoals we dat noemden. Kille appartementen verbonden door gehorige lange gangen. Binnen niets meer dan een hard matras, lege koelkast en donkerbruine gordijnen. Daarachter weliswaar een balkon, maar een uitzicht op niets meer dan een nooit voltooid hotel, bergen puin en rollen prikkeldraad.

De grens met buurland Georgië.

In de studio dus, daar zat ik aangeschoven. In mijn oranje trainingspak. TeamNL stond erop, maar van team spirit was weinig sprake geweest die middag. Iedereen reed, terecht, zijn eigen race. Vier jaar lang havermout, kilo’s bananen en liters water. Feestjes, bitterballen, borrels, alles sloeg ik af. Alles om hier te zijn en maar zilver te halen.

Van gedoodverfde winnaar tot sportieve loser.

En nu zat links van mij een presentator. In donkerblauw overhemd, met kek baardje en een stapel kaartjes in de hand. Tegenover mij een side kick die ik niet verstond. In zijn maatpak, met zijn priemende blik. Hij stotterde dat hij dolgraag met mij de race door wilde nemen.

Dolgraag. Van alle overtuigingen was dit toch wel het allerminst op mij van toepassing. Ik reikte naar het glas en nam een slok van het Russische kraanwater. Zo van ‘kom maar op!’

‘Die laatste bocht? Wat dacht je toen?’ Als ex-schaatser zou de side kick beter moeten weten. ‘Boter, melk, toiletpapier, nou goed?’ maar ik drukte mijn gedachten naar de achtergrond. Wat ik uiteindelijk heb gezegd weet ik niet meer. Iets over trots, presteren, op waarde geklopt worden?

Ik herinner mij slechts een hand. Mijn rechterhand op de schouder van mijn buurman.

‘Dank voor jullie komst’ verloste de presentator mij en mij medesporters. We mochten gaan. Na enkele vermoeide handtekeningen wilde ik mijn oranje fiets pakken.

Lekke band.

Ik trok mijn kraag op en wandelde al snel alleen langs de boulevard. Naast de Zwarte Zee. Het geklots op de stenen onder mij, het schijnsel van de maan op het water. In de verte een boot, nog verder het strooilicht van het ijshockeystadion. Daarachter pas de gloed van het dorp. Mijn harde matras, de bruine gordijnen. Volhouden nu. Nog een wedstrijd, niet eens alleen.

En daarna een lange, lange winterslaap.


Studio Sportzomer

Geen studiogasten vanavond, want: wedstrijdavond. Nederland heeft 2-1 verloren van Duitsland. Er valt een heleboel te bespreken volgens Tom Egbers. Een paarse achtergrond, UEFA logo’s en twee glaasjes water. ‘Bert, waar is het misgegaan?,’ spreekt het glimmende hoofd van Jack van Gelder. Ondanks het verlies spreekt Jack nog altijd over ‘wij’. Hij heeft het over de ruimte achter Mark van Bommel. Een theoretische uiteenzetting van Bert van Marwijk volgt.

Het Nederlands elftal is een Parmezaanse kaas volgens Jack. De linies brokkelen uiteen. De bondscoach maakt een wat geagiteerde indruk. Jack is somber, Bert houdt hoop: ‘We moeten iets verzinnen, we zullen toch eens moeten winnen.’ Een gereserveerde handdruk volgt. Dan, bovenin het stadion in Charkov. Drie heren en drie witte microfoons. Tom Egbers, Youri Mulder en Jan van Halst. Het viel Jan op dat Bert een terneergeslagen indruk maakte tijdens het interview met Jack.

‘Hoe voel jij je?’, vraagt Bert Maalderink aan Rafael van der Vaart: ‘We schijnen nog een kans te hebben,’ lacht Rafael als een boer met kiespijn. Bert wrijft het er nog eens in dat Rafael een bankpositie heeft. ‘Kun je de knop nog omzetten?’ aldus Bert. ‘We kunnen winnen, we kunnen verliezen,’ besluit Rafael.

Arjen Robben zit intussen in de catacomben bij Jack. Een gefronst voorhoofd. Het lijkt los zand volgens Jack; ‘Er zit geen verband in.’ De rimpels van Arjen worden nog dieper. Jack proeft soms gemakzucht. Ze praten, ze praten veel, ze trainen, maar uiteindelijk moet het op het veld gebeuren. Jack is nog niet overtuigd: ‘De linies staan te ver uit elkaar, alles lijkt weg te zijn.’ Ook weet Jack bijna zeker dat Duitsland niet aan zijn sportieve plicht gaat voldoen. Jack heeft het over een PLOEG als hij het over Duitsland heeft. Toch een high five van Jack voor Arjen.

‘Heeft Nederland verloren op discipline óf op kracht? vraagt Tom aan Youri en Jan. ‘Op alles,’ zeggen beiden in koor. ‘Boateng dekt niet door,’ legt Jan uit op zijn computer, ‘En van Marwijk houdt te lang vast aan dezelfde opstelling.’ ‘Duitsland wint wel van Denemarken,’ Jan en Youri maken zich allebei veel meer zorgen om het Nederlands elftal.

Wesley Sneijder zit aan tafel bij Jack. Wesley spreek in meervoud: ‘We creëren kansen.’ Jack heeft het weer over brokkelkaas. Wesley biedt zijn excuses aan: ‘Aan alles en iedereen.’ Jack vindt het lief. Jack speculeert er lustig op los. ‘Is het teveel ouwe jongens krentenbrood?’, ‘Kunnen jullie nog wel afzien, willen jullie nog wel pijn lijden?’ Ze zijn diep gegaan: ‘We zitten stuk,’ aldus Wesley.

Tom Egbers tot slot: ‘Wij gaan er natuurlijk vanuit dat Nederland voor zijn kans gaat, toch? Jan? Youri?’ Ze weten het niet. Jan heeft zich vooral verbaasd: ‘We zouden terug moeten naar het WK 2010 gevoel.’

Dodelijk.