Kringloopwinkel

Kringloopwinkel

De kast is vol. In de loop der jaren is er meer bijgekomen dan verdwenen. Het gevolg laat zich raden. Spullen worden op den duur rommel en laat ik daar nu eens slecht tegen kunnen. Omdat weggooien zonde is pas ik nog eens al die pakken.

Mijn eerste, die ik bij mijn afstuderen kocht. Die droeg ik bij alle sollicitaties daarna. Mijn tweede, die droeg ik mijn eerste werkweken. We waren onafscheidelijk. Mijn derde en vierde pak? Evenzo. Maar nu veel te groot of misschien was de mode toen wel zo.

Hoe dan ook, zonder deze vier pakken net weer de noodzakelijke lucht voor achterblijvers in de kast. Jurken, rokjes, overhemden. Omdat ik een ander nog wel eens blij zou kunnen maken breng ik de pakken weg. Naar de kringloopwinkel.

Vrijwilligers zoeken ze, volgens de geplastificeerde advertentie op de voordeur. Eenmaal binnen begrijp ik waarom. Het is maandagmiddag maar druk. Heel druk. Vrijwilligers in donkerblauwe bodywarmers lopen af en aan met trolleys vol bananendozen. Geen idee wat erin zit. Als de winkelinhoud representatief is dan waarschijnlijk cd’s, lp’s, kleine elektronica, kleding, glaswerk, serviezen of boeken.

Ik sta daar te midden van deze mierenhoop met een hand vol pakken. Een boomlange spierwitte man met vlassige snor wordt door een donkerblauwe bodywarmer op mij af gestuurd. Ik overhandig hem de pakken. ‘D-d-d-dankjewel’ stottert hij.

Haast verontschuldigend geef ik aan te zijn afgevallen, dat de mode is veranderd. ‘D-d-dat h-h-herken ik’ bevestigt hij gelaten vanachter zijn jampot glazen. Aarzelend blijft hij in het gangpad staan. De vier pakken aan zijn lange arm, al ware het een kledingrek.

Twee heren met grijze baarden bladeren achter hem nonchalant door de bakken vol langspeelplaten. Een dame met bontkraag neust over de rand van haar rode montuur naar de kristallen (?) glazen.

Ook bij de boeken is het druk. Een meneer houdt zijn hoofd schuin om de titels te kunnen lezen. Sectie spiritualiteit. Verderop bladert een mevrouw door een boek over breien. Voor de prijs hoeft men het niet te laten. De meeste zaken kosten niet meer dan een paar euro.

Een verdieping lager staan allerhande televisies, lampen, bankstellen en kasten uitgestald. Iets prijziger, maar nog altijd een schijntje vergeleken met normale meubelzaken.

Een mevrouw geeft haar echtgenoot een uitbrander ter hoogte van de dressoirs. ‘Hoezo?, hoezo?’ bijt ze hem toe. Hij zwijgt in alle talen, maar wat zij op het oog had komt ‘zijn huis’ niet in.

Wie opnieuw opvalt is de boomlange spierwitte man met vlassige snor. Mijn pakken is hij inmiddels kwijt. Nu kwijlt hij voor de vitrinekast met beeldjes. De rood-witte raket van Kuifje.

‘Zie je dan niet dat die meneer hier wortel staat te schieten?’ roept een blauwe bodywarmer zijn kant uit. Hij ziet inderdaad niet dat ik al enige tijd met een lp bij de kassa sta te wachten. Hij heeft alleen oog voor de raket van Kuifje. Binnenkort zijn raket, als hij daar maar lang genoeg blijft staan.

Voor de een rommel, voor de ander van onschatbare waarde.

Raket Kuifje


Bonje met de buren

In elke straat is wel een burenruzie. Natasja Froger en John Williams bekijken standpunten en kiezen partij. Vandaag een flat in Amersfoort met héél véél katten. John loopt over een kale galerij en houdt halt bij een voordeur met afgebladderde verf. Richard doet de deur open. Petje op, oorbelletjes en een slecht gebit. ‘Wat is het probleem met de buurvrouw?,’ vraagt John. ‘Stankoverlast!’

Richards vrouw Ankie heeft longemfyseem. Het is vanwege de ammoniaklucht onmogelijk om langs het huis van buurvrouw Tineke te lopen. Ze zucht. De zoon van buurvrouw Azizai heeft er ook last van. Hij heeft astma. ‘Hartverscheurend,’ aldus John. John loopt over de galerij een verdieping hoger. Er hangt een verdord plantje in een bakje aan de wand. Jan doet open. Hij is nog nooit bij zijn buurvrouw langs geweest, maar het stinkt.

Natasja gaat bij Tineke langs. Het kattenvrouwtje doet open: vrolijk gezicht, grijze coupe en speldjes in het haar. Haar flat is rommelig, kale wanden en een kat of 16. Nog eens 2 die niet van haar zijn en een toevallige voorbijganger (‘een vriendje van de dames’). Natasja schrikt zich dood en dat doet ze niet zo snel. Het ligt aan de thuiszorg: ‘Die zijn opgehouden met schoonmaken.’ Natasja wil eigenlijk aan de slag, ze houdt van poetsen, maar ze heeft jeuk.

Hulpverlenende instanties zijn afgehaakt. Die willen alleen helpen als Tineke minstens 17 katten wegdoet. Maar wat heeft ze dan nog? Natasja kijkt vies. Ze heeft nog steeds jeuk. De analyse van Natasja en John volgt. Natasja pleit voor een beetje sympathie. Ze kijkt er ernstig bij. Een groepsgesprek volgt. Jan trapt af. Ze zou hulp geweigerd hebben. ‘Niet waar,’ volgens Tineke. Het is Richard menens: hij gaat naar de woningbouw als Tineke geen keuzes maakt.

Op de aankondiging dat de katten tijdelijk weg moeten, kijkt Tineke bedenkelijk. Het is heel ernstig, volgens de dame van de dierenambulance. Slechts een paar buren willen helpen met schoonmaken. Met witte pakken aan en mondkapjes op gaan ze naar binnen. Azizai loopt direct kokhalzend naar buiten. Ze gaan het aan professionals overlaten. Niet veel later ligt het geurige meubilair in een vuilcontainer. Natasja en John gaan douchen en lopen gearmd richting camper.

Natasja stelt Tineke voor de keuze. 16 katten moeten weg, 1 heeft de dierenarts al in laten slapen. De buren komen erbij zitten om te helpen kiezen. Tineke zit met de vaccinatiebewijzen op schoot. Ze kan het niet. Dramatische muziek zwelt aan, terwijl de dierenambulancebroeder ongeduldig op de galerij staat te wachten. De twee oudsten blijven, de rest gaat naar de kattenboerderij. Alle sponsoren komen nog even langs: de schilders, de verhuizers en de kringloopwinkel.

De buren tekenen een contract. Jan gaat bij Tineke op bezoek. Tineke zal het netjes houden.

‘Beter een goeie buur dan een verre vriend,’ aldus Natasja.

Aflevering terugkijken