Marsmanplein

Jan Smit
Het lege springkussen wordt opgeruimd als wij aan komen rijden. We bezoeken de opening van het vernieuwde Marsmanplein in Haarlem-Noord. Eerder vanmiddag verrichte de burgemeester al de officiële handeling. Over vijf minuten volgt de apotheose in een optreden van Jan Smit.

Een koude eerste junidag, nog veel jassen met bontkragen. Het waait hard op het plein dat wordt omringd door winkels en appartementen. Bert’s Haarmode, Bloemsierkunst Teeuwen, maar ook bekende namen als Albert Heijn en Kruidvat. Het is druk, heel druk. Met rolstoelen, rollators, kinderwagens en kinderen op de nekken van hun vaders.

Ik zie Horeca, Toiletten en EHBO aangegeven. Hier staat wat te gebeuren. Twee jongens maken een six pack soldaat. Een meneer slaat zijn armen om zijn vrouw heen. De eenzame man met boodschappentas die stoïcijns het plein oversteekt. Politieagenten staan vredig tussen het publiek. Net als beveiligingsmedewerkers in hun donkerblauwe jassen.

Het publiek wordt opgewarmd. ‘Marsmanplein, zijn jullie er klaar voor?’ vraagt de speaker, ‘Hierrr is Jááán Smit.’ Kinderen op nekken, op bankjes en op plantenbakken. Om maar een glimp van de zanger op te kunnen vangen. Jan zingt ondertussen over echte vrienden. Hij draagt een warme trui tegen de kou.

Bij aangrenzende appartementen staan balkons vol. Complete families zijn uitgenodigd. Om mij heen wordt zachtjes meegezongen. Jan heeft ervaring met pleinen. Hij speelt met zijn publiek. Hij is trots om onderdeel uit te mogen maken van deze opening. Ook doet hij verzoeknummers. Laura wil iemand horen. Jan zingt Laura. Een band met zijn eigen stem draait mee. Na afloop van het lied krijgt Jan kindertekeningen.

Dan breekt voor heel even de zon door. Jan zingt over een tuintje in zijn hart. Om mij heen worden halve liter blikken Amstel opengetrokken en joints opgestoken. Zonnebankbruine dames drinken uit kleine flesjes meegebrachte prosecco en witte wijn. De bediening bij bar Vincenzo heeft het rustig.

Jan SmitDik tevreden is men over de verbouwing. ‘Het is zo gewoon een lekker winkelgebiedje’ hoor ik. Leef nu het kan zingt Jan. En dat wordt gedaan. Vrouwen verdringen elkaar om Jans blik op te vangen. Een dame hangt zelfs over de motorkap van een achter het podium geparkeerde auto. Mobieltjes in de lucht om het juiste plaatje te schieten. Een meneer vindt het helemaal niets. Hij rolt nog maar een sjekkie.

Jan kondigt alweer zijn laatste liedje aan. Als de nacht verdwijnt. ‘Marsmanplein met z’n allen’, zweept hij de massa op. Zijn Volendamse snik sterft uit over het vernieuwde plein. Na het uitdelen van fotokaarten snelt Jan weg in zijn auto met chauffeur.

De 100% Pretband neemt over. Let Me entertain You zingen ze, terwijl het vernieuwde plein leegstroomt.


Donderdagochtend

HaarlemNoordCanta

Nu ik wat vaker thuis ben, valt mij op dat er veel meer mensen vaker thuis zijn. Een willekeurige donderdagochtend in Haarlem-Noord: rond een uur of elf loop ik richting Albert Heijn aan het Soendaplein. De parkeerplaats is afgeladen vol. De rode leds boven de parkeergarage vermelden VOL. De kerklokken luiden. In de St. Barbarakerk aan de andere kant van het plein wordt begraven. Iets verderop richting het begin van de Floresstraat, op de stoep van Gall & Gall, stijgt het hysterische geluid van een draaiorgel op.

De meneer voor mij koopt bij de kraam van Waasdorp twee rode ponen (‘Kopje eraf, buikje, ontschubben?’), drie haringen en een klein bakje kibbeling. Ik koop een broodje haring (‘Direct opeten?’). Rustig loop ik over de markt. Gemêleerd publiek. Ouderen druk in gesprek verwikkeld. Jonge ouders met fiets in de hand. Kinderzitjes voor én achter gevuld. Ook twee verkopers van Nuon die huizen willen isoleren. Ze zitten er timide bij op hun aanhanger vol lichtreclame. Altijd Nuon. Een drukte van jewelste voor de kraam van de Bakkerij ‘t Stoepje. Men discussieert over de Surinaamse bol. ‘Die bestaat al niet meer sinds de oorlog.’ Een meneer, net als ik met broodje haring in de hand, loopt mij tegemoet. Een korte blik van verstandhouding wisselen we uit.

Meer niet.

Via de Molukkenstraat en Zaanenlaan loop ik richting het park bij Huis te Zaanen. Behalve enkele vaders met vrije dag en kinderen ook een paar uit de kluiten gewassen honden en hun baasjes. Rond het park opvallend veel mensen thuis. Ouderwets comfortabele fauteuils zijn richting raam gedraaid. Veel mensen staren rustig wat naar buiten. Een postbode belt aan bij een huis aan de Orionweg. Zijn vrouw doet open. Hij komt thuis lunchen.

Op de hoek van de Rijksstraatweg zijn drie mannen bezig met de riolering. De sjekkies kleven aan hun bovenlippen. Onbeduidende muziek schalt hard vanuit hun vrachtwagen. Bij de bushalte staat een man te wachten. Hij is zichtbaar geïntrigeerd door de poster van H&M: een schaars geklede jongedame in ‘hipster’. Slechts €14,95. Het duurt niet lang meer of Café de Hoek gaat open. Op de stoep staat een Canta geparkeerd en een abri meldt dat Do (begeerlijk met glas champagne afgebeeld) 2 december op zal treden in Holland Casino Zandvoort.

Zomaar een willekeurige donderdagochtend in Haarlem-Noord.


De Vomar

Bij voorkeur tegen sluitingstijd, maar liever kom ik er helemaal niet. Winkelcentra. Om de hoek is er de Albert Heijn; goed voor de vlugge boodschap. Voor het echte werk is er iets verderop winkelcentrum Spaarneboog. Voor de hongerige maag ‘Brasserie Bonjour’, voor de overtollige kilo’s ‘Health Center Spaarneboog’. Behalve ‘de Action’ en ‘de Aldi’ tref je er onder meer kringloopwinkel ‘de Schalm’, kapsalon ‘de Kniphoek’ en de schrik aller supermarkten: ‘de Vomar’.

De strijd begint op het parkeerterrein. Zeker op zaterdag. Via het eenrichtingsverkeer wordt je regelrecht de ellende in geleid. Er is geen weg meer terug. Jeeps en ‘Touaregs’ met ‘de knipper aan’ op de gehandicaptenparkeerplaatsen, glas en stapels karton naast de glasbak en dan de rijen. Voor de lege flessen, voor de karretjes, voor de weegschaal voor groenten en fruit, voor de kassa. Geduld is niet mijn sterkste punt, maar zelfs een bibliothecaresse zou het hier zwaar te pakken krijgen.

Bij binnenkomst de vertrouwde gezichten: de jonge dames van de haringkar (met hun handen in het haar, vet van de haarlak), de verkoper van de daklozenkrant (altijd verdekt opgesteld onder de trap) en de dame van de bloemenzaak (“dat bosje maar doen?”). Ook voor de meesten van hen een jaarlijks functioneringsgesprek, bedrijfsuitje of misschien zelfs wat loonsverhoging.

Niet de meest inspirerende omgeving, deze supermarkt in Haarlem-Noord, maar wat verwacht je? Na de toegangspoortjes het hele jaar rosé in de aanbieding, stapels bierkratten, kilometers toiletpapier en de kiloknallers. Via het brood naar groenten en fruit, de kaas en de vleeswaren. Op de hoek de koffiecorner. Op een slechte dag kom je hier collega’s tegen. Of die van je partner. Nog beter. Langs de zuivel, frisdrank en conserven, via het kattenvoer en de non-food richting kassa, om vervolgens in een lange rij aan te sluiten. De tl-buizen die een bleek licht werpen op de oude tegeltjes. Het moeizame gedraai van de zwenkwieltjes van de kar. De lijstjes van voorgangers, oude kassabonnetjes en bloemkoolresten er nog in.

Eén vraag: wat is er zo super aan supermarkten?