Kerstmarkt

Kerstmarkt_GroteMarkt

‘Wow, dat is echt een grote Kerstman.’ Een kleine vinger wijst richting een reusachtige opblaasbare Kerstman op de Grote Markt. Ik parkeer mijn fiets en baan mij een weg door de mensenmassa. De blaaskapel zet aan. Voor mij stopt een mevrouw in het gedrang. Onder de mistletoe (maretak) sluit ze haar ogen en tuit haar lippen. Haar man loopt rustig verder. ‘Kus je me niet?’, probeert ze nog.

Veel Kerstballen, -kaarten en andere –versieringen in de kraampjes. Daarnaast veel drank en voedsel: overwegend glühwein en worst. Verder volle terrassen dankzij de roodgloeiende terrasverwarming. In de paden tussen de kraampjes in wordt geslenterd. Een jonge moeder met een enorme kinderwagen blokkeert, tot ongenoegen van velen, de doorgang. ‘Sta ik in de weg?’, vraagt ze. Niemand reageert. Ook staat er een rij voor het stadhuis.

Eens kijken.

Kerstmarkt_Amateurfotografen‘We gaan eerst naar buiten!’, maant een meneer de wachtende mensen op het bordes. Een minuut of tien kost het voordat de Gravenzaal leeg is. Reden genoeg tot een flink potje klagen om mij heen. ‘Nou gaat ‘ie toch lopen!’, ‘Doorlopen!’ en ‘Er komt geen eind aan!’ Eenmaal binnen een grote kerstboom, veel amateurfotografen en het vijftienkoppig koor van zanggroep To The Point uit Overveen.

Dertien dames en twee heren in een rood-zwart ensemble. Kerstkleuren. De voorgangster heeft een knipperlicht op haar borst gespeld en stelt het koor voor. ‘Wij gaan wat kerstliedjes voor jullie zingen en hopen dat jullie het leuk vinden.’ ‘Halleluja’ zwelt aan. Een meneer in het publiek dommelt weg en een mevrouw met rollator kijkt chagrijnig voor zich uit. Een ander stel kijkt blij. Zij doen zich tegoed aan de pas gekochte Kerstkransjes.

Wanneer ik een weg naar buiten zoek, komt een jong gezin het bordes op. Moeder voorop: ‘Dit is een zaal uit 1630.’ Haar zoon neemt intussen een flinke hap van zijn broodje worst. Met volle mond vraagt hij zijn moeder: ‘Mag je daar eten?’

Vrolijk Kerstfeest.

Kerstmarkt_ToThePoint


Boekenmarkt

Het begin van de zomer, de Haarlemse boekenmarkt. Zondagochtend 24 juni. Slechts dertien graden Celsius op de thermometer en een stromende regen. De vorige organisator was het zat. Nu vers bloed en uitsluitend kraampjes op de Grote Markt. Een nieuw organiserend comité, nadat vorig jaar veel winkeliers geklaagd hadden over boekenkramen voor hun winkels. Vandaag hoeft werkelijk niemand zich druk te maken. Er is slechts een handjevol bezoekers.

Antiquariaat Snark is helemaal uit Groningen gekomen. Een meneer in donkergroen regenpak en –laarzen bladert door stapels boeken. Het stalletje ernaast is een geïmproviseerde tent. Men heeft het over afdingen in de tent. ‘Onbegrijpelijk, afdingen, ben je bezopen?’ aldus een potentiële klant. ‘Mensen willen voor niets leven,’ aldus de verkoopster. ‘Dan moeten ze maar van de lucht gaan leven,’ briest de potentiële klant.

Verderop lege kramen. Maar ook bananendozen, vol poëzie en literatuur. Plastic, dat opwaait, ter bescherming eroverheen. Een vrouw met donkerblauwe regencap, rugtas en sandalen laat haar ogen gaan over reisboeken van warmere oorden dan Haarlem. Sumatra, Bali, Vietnam. ‘Het wordt nog druk,’ grapt de verkoper.

Een meneer op bergschoenen met visserspetje –een kenner- is duidelijk aan het twijfelen. 35 euro voor een selectie zeldzame schriftjes. ‘Ik heb er al een paar,’ probeert hij. Voor 30 euro mag hij zij meenemen. Nu komt het lastigste. Zijn vrouw helpt hem zijn geldbuidel onder de regencape te bereiken.

Een kraam verderop waait de oranje poncho van een oudere heer op. Zijn afritsbroek is natgeregend. Behalve losse titels -op alfabetische volgorde gesorteerd- verkoopt men hier gehele oeuvres. Een Curver box vol Mulisch, Vestdijk of Wolkers. Wie maakt ze los?

Het is inmiddels rond lunchtijd. Drie verkopers klitten samen rond een doos Hemataart. Onder een oranje afdekzeil zitten twee mannen naast elkaar. Eén van hen eet witte kadetjes met kaas uit een plastic zak. De regen druppelt op het zeil. Ze zwijgen.

‘We gaan opruimen,’ zegt de dame die het dit jaar organiseert. Het is te koud, te nat, te winderig. ‘Wie gaat opruimen?’ vraagt de man achter de kraam, ‘Krijg ik dan mijn geld terug?’ ‘Nee,’ zegt ze bits. ‘Dan blijf ik,’ zegt hij verbitterd. ‘Dan is de verantwoordelijkheid voor u,’ besluit ze.

Het is nog altijd fris. Zoals op iedere boekenmarkt koop ik voor een paar euro een bundel van Herman Brusselmans.‘Kou van jou’ dit keer. Toepasselijk.

De verkoper heeft een loopneus en dept deze droog met zijn katoenen zakdoek.