Eregalerij

Drukte in het Rijksmuseum

Een half jaar geleden opende het Rijksmuseum opnieuw haar deuren. Vandaag doet zich de gelegenheid voor om een kijkje te nemen. Wanneer ik de rij vanuit de fietstunnel tot ver voorbij het I Amsterdam logo zie, dringt het pas tot mij door. Het is zondag, de laatste dag van de herfstvakantie en dat geldt net zo goed voor een groot deel van de Oosterburen, Fransen en blijkbaar ook Japanners.

Mensen kijken naar hun tenen, gapen, halen schouders op. Het gerinkel van fietsbellen klinkt voor diegenen van hen die niet lijken te weten dat deze tunnel gedeeld wordt. Ik vraag mij af of de klarinet en de klaagzang van de twee zigeuners verderop het wachten dragelijker kan maken.

Eieren voor mijn geld kies ik. Het is immers het Museumplein, dus er zijn alternatieven. Bij het Stedelijk is de rij minstens zo lang en is de collectie sinds mijn laatste bezoek ongewijzigd. Bij het Van Gogh staat de rij tot ver voorbij de hotdogkraam, maar is er ook een speciale entree voor Museumkaarthouders.

Ik kan direct naar binnen.

Ik wil niet beweren ‘in alle rust’, maar kan toch betrekkelijk op mijn gemak de meesterwerken van dit warhoofd bekijken. Er is zelfs een tafel voor mij vrij in museumcafé le Tambourin. Twee uur later ben ik weer volledig op de hoogte van de aardappeleters tot en met Vincents verblijf in de kliniek van Saint-Rémy. Ook is de rij bij het Rijks opgelost.

De tunnel is weer van de fietsers. Drie kapotgewaaide paraplu’s staan in de bak voor de draaideur, die op dit moment vooral bezoekers uitspuugt. In de royale hal spelen kinderen verstoppertje en staat een meneer te knikkebollen. Een mevrouw vervangt haar blarenpleister. Een van haar voeten ontbloot, een sok op haar bovenbeen. Vader en zoon hebben het over hoe slecht de logistiek georganiseerd is. Ik kan direct doorlopen tot de gigantische toegangspoorten.

De eerste zaal, negentiende-eeuwse kunst, is een bonte verzameling. Direct merk ik dat ik mijn verzadigingspunt met het vorige museumbezoek al ruimschoots ben gepasseerd. Ik zet door richting Eregalerij. Op de borden kijken is niet nodig. De massa volgen voldoende.

Het is chaotisch in de enorme zaal. Vrouwen lopen hier verkrampt met de hand op hun handtas. Een mevrouw met kort blond haar en leesbril op de neus ijsbeert heen en weer tussen de mensenmassa. ‘It is très busy here’ bitst een Franse dame tegen haar Engelse echtgenoot. ‘Je moet maar even een appje sturen dat we hier staan’ roept een moeder tegen haar dochter. Maar toch, in alle drukte: ‘Dit doek leeft als je het bekijkt’ vertelt een jongen aan zijn date.

Ik heb geluk. Op een van de drukbezette banken staat iemand op. ‘Wat heb jij gezien Theo?’ vraagt een vrouw de meneer die komt aanlopen. ‘Ik heb links gekeken, tegen de stroom in.’ Vader en dochter bespreken de Nachtwacht. ‘Ik vind ‘m kleiner dan verwacht’ zegt dochter met een enorme koptelefoon op. ‘Nou ik heb hem gezien, zullen we gaan?’ stelt vader ongeïnteresseerd voor.

Kinderen worden ongeduldig of hangen slaperig over schouders. ‘Ik wil ook graag zitten’ en ‘Echt niet normaal dit’ is te horen. Een moeder is bezig de familie te verzamelen. Haar zoon helpt mee. ‘Alleen Jelle nog’ zegt een klein ventje met de baard in de keel. Mensen zijn binnen, maar zuchten. Of ze nu zitten of staan. Een mevrouw met leren rugtasje ziet het positief in. ‘Beter dan de Sixtijnse kapel, daarvan krijg je het in je nek.’

Een corpulente grootvader waggelt al hijgend met kleinzoon naar het doek. ‘Dit is het beroemdste schilderij van Nederland.’ Kleinzoon vraagt of hij op opa’s nek mag. Dat mag van opa, maar niet van de suppoost in de Eregalerij.

Weinig eer te behalen.


Apenheul

Apenheul

Het is aansluiten bij de toegangspoort tot het parkeerterrein. De allerlaatste plaatsen vullen zich snel. Het is hier sjokken achter kinderwagens; nog een hele wandeling door park richting entree. Als opwarmer alvast wat huisregels, op grote borden langs het pad. Het is voelbaar: men is er op de valreep nog even tussenuit. Morgenvroeg weer boterhammen smeren, naar school, aan het werk.

De laatste dag van de zomervakantie.

Ondanks het late tijdstip staat er nog altijd een rij bij de kassa en kaartcontrole. Vervolgens graait men naar zogenoemde aapvrije tassen. De apen in de Apeldoornse bossen hebben een reputatie. Om te beginnen de doodshoofdapen. Gele vacht, zwart-witte gezichten. Ondanks waarschuwingen worden aapjes opgetild, geaaid en massaal gefotografeerd. Kinderen rennen achter de kleine beestjes aan.

Door de mensenmassa is het op slentertempo richting Lazy Monkey Café. De eerste stop. Hier koffie, frisdrank en enorme gevulde koeken. Slimmeriken hebben zelf iets meegebracht. Pakjes drinken, snoep en chips komen uit vooronders van menig kinderwagen.

Via halfapen en passieve bonobo’s betreedt men opnieuw een zogenoemde aapvrije zone. Hier overheerst vooral apengedrag. Gedrang in de kinderboerderij, op klimtoestellen of in de rij voor snackbar of toilet. Kinderen rennen andere kinderen hier omver en vaders kijken er boos bij.

Net als in de natuur.

Wanneer men de drukte achter zich laat treft men een gigantisch maar leeg verblijf van oerang oetans aan. Althans, de laatste lange roodharige vacht verdwijnt net naar binnen. Gemok op tribunes, maar geef de apen eens ongelijk. Binnen is het kalm. Een hangmat, hooi en onbeperkt verse groente.

Aan de andere kant van het verblijf schiet een ondeugend klein aapje naar buiten. Hij rent rond met een krop andijvie. Voor een meisje en haar broertje dé beloning voor het lange wachten. Ze klimmen van plezier op rotsblokken. Alles voor een beter uitzicht. De zichtbaar ongeduldige vader en vermoeide zwangere moeder kijken toe. Morgen begint alles weer van vooraf aan.

Het is ze aan te zien.

‘Hier komen Serena, niet doen!’ brult de moeder, ‘Is ‘nee’ in ene ‘ja’ geworden?’ Vader zucht vanachter zijn zonnebril. Ook het broertje komt hier niet mee weg. ‘Van die blokken, ander ga je vanavond meteen naar bed.’ Beteuterd klauteren de twee van het muurtje.

In de natuur gelden geen huisregels. Op de achtergrond werpt het kleine aapje de krop andijvie naar zijn moeder.


Recreatievijver

De Zeekoelen

‘Het is wel wat gedateerd’ vertelt de receptioniste, wanneer er wordt geïnformeerd naar een recreatievijver in de buurt. Op een dag als vandaag is iedereen op zoek naar verkoeling. Een gedateerde ambiance is bijzaak. Alhoewel, liever de relatieve rust van een recreatievijver dan de hysterische drukte van een tropisch zwemparadijs.

Dat het gedateerd is, heeft men zich op landgoed Brunssheim gerealiseerd. Het gaat wel tijdelijk ten koste van de rust. Respectievelijk een Liebherr happer, Komatsu shovel en Volvo kraan brengen het terrein rondom Natuurbad de Zeekoelen de zo gewenste metamorfose.

Dit doet niets af aan de lommerrijke parkeerplaats, de kleine frituur De Hartige Hap, het ministrand, de schommels en het enorme springkussen. Maar binnenkort verrijst hier zoveel meer om het de bezoeker naar de zin te maken. Denk midget golf, buiten barbecues en betonnen pingpongtafels.

De recreatievijver zelf, ondanks de brandende zon nog altijd blauwalgvrij, wordt gretig opgezocht. ‘Zwemmen tot de rode boeien’ staat op de borden, maar dat weerhoudt niemand ervan het water van alle mogelijke kanten te betreden.

Twaalf uur. Schafttijd. Groot materieel rijdt uit het zicht, tot achter de vakantiehuisjes. Vervolgens een eclectische mix van bouwvakkers en zonaanbidders. Het is niet duidelijk voor wie de harde housemuziek klinkt, noch voor wie de oranje Dixy toiletten zijn bedoeld. Wanneer de mannen met ontbloot bovenlijf plaatsnemen tussen badgasten gaan ze –net zo roodverbrand en getatoeëerd- op in de massa.

Een mevrouw kleedt zich om, een handdoek om haar middel geslagen. Twee oudere dames in badpak smeren elkaar in. Verderop stuitert een kind van het springkussen. Ouders snellen toe, terwijl een hard gekrijs opstijgt.

Een half uur later. Het sonore gebrom van een dieselmotor klinkt, een shovel begint weer te schuiven. Een klein meisje op het opgespoten stuk strand denkt de heren bouwvakkers te helpen door wat zand te verplaatsen, zij het door de lucht. Vader en moeder met respectievelijk halve liter bier en blikje energy drink kijken toe. ‘Niet met zand gooien, Amber’ bitst haar moeder. ‘Of je gaat naar de auto.’

Volgende keer maar weer een tropisch zwemparadijs. Ik zie het haar denken.


Kerstmarkt

Kerstmarkt_GroteMarkt

‘Wow, dat is echt een grote Kerstman.’ Een kleine vinger wijst richting een reusachtige opblaasbare Kerstman op de Grote Markt. Ik parkeer mijn fiets en baan mij een weg door de mensenmassa. De blaaskapel zet aan. Voor mij stopt een mevrouw in het gedrang. Onder de mistletoe (maretak) sluit ze haar ogen en tuit haar lippen. Haar man loopt rustig verder. ‘Kus je me niet?’, probeert ze nog.

Veel Kerstballen, -kaarten en andere –versieringen in de kraampjes. Daarnaast veel drank en voedsel: overwegend glühwein en worst. Verder volle terrassen dankzij de roodgloeiende terrasverwarming. In de paden tussen de kraampjes in wordt geslenterd. Een jonge moeder met een enorme kinderwagen blokkeert, tot ongenoegen van velen, de doorgang. ‘Sta ik in de weg?’, vraagt ze. Niemand reageert. Ook staat er een rij voor het stadhuis.

Eens kijken.

Kerstmarkt_Amateurfotografen‘We gaan eerst naar buiten!’, maant een meneer de wachtende mensen op het bordes. Een minuut of tien kost het voordat de Gravenzaal leeg is. Reden genoeg tot een flink potje klagen om mij heen. ‘Nou gaat ‘ie toch lopen!’, ‘Doorlopen!’ en ‘Er komt geen eind aan!’ Eenmaal binnen een grote kerstboom, veel amateurfotografen en het vijftienkoppig koor van zanggroep To The Point uit Overveen.

Dertien dames en twee heren in een rood-zwart ensemble. Kerstkleuren. De voorgangster heeft een knipperlicht op haar borst gespeld en stelt het koor voor. ‘Wij gaan wat kerstliedjes voor jullie zingen en hopen dat jullie het leuk vinden.’ ‘Halleluja’ zwelt aan. Een meneer in het publiek dommelt weg en een mevrouw met rollator kijkt chagrijnig voor zich uit. Een ander stel kijkt blij. Zij doen zich tegoed aan de pas gekochte Kerstkransjes.

Wanneer ik een weg naar buiten zoek, komt een jong gezin het bordes op. Moeder voorop: ‘Dit is een zaal uit 1630.’ Haar zoon neemt intussen een flinke hap van zijn broodje worst. Met volle mond vraagt hij zijn moeder: ‘Mag je daar eten?’

Vrolijk Kerstfeest.

Kerstmarkt_ToThePoint


Hema

DrukteHema

De zaterdag voor Sinterklaas. Het is een druk in de stad. Zeker in de Hema. Twee lange rijen voor hun neus, maar toch stralen ze achter hun kassa’s. Hij én zij. Hij is een jaar of 20. De kraag van zijn rode Hema-polo omhoog en een lekkere Hema-fleecetrui erover heen. Zij is een jaar of 17. Rode haren en een piercing in haar neus. Voor mij in de rij een mevrouw met een mandvol cadeaus. Ik pal achter haar met mijn vijftien paar herensokken. Tien paar donkerblauw, vijf paar zwart. Ik werd gek van het sorteren van al die verschillende sokken in mijn la.

Hij merkt dat ze er even niet uitkomt. ‘Zal ik even iemand voor je omroepen?’ vraagt hij. Nog voordat ze goed en wel heeft kunnen reageren duikt hij weg onder de balie en klinkt het door de winkel: ‘Assistentie, kassa achter, alstublieft.’ In no time staat een zo niet nog vrolijker collega voor zijn neus. Een jaar of 18 is ze. Lang. Blonde haren en rood gestifte lippen. ‘Zeg maar, wat kan ik voor je doen?’

‘Het is niet voor mij’, wijst hij op zijn andere collega. ‘Haar kassa rekent de kortingsactie niet door.’ ‘Jawel hoor, het is drie plus één gratis, niet twee plus één.’ De Poolse dame aan de andere kant van de balie begrijpt het niet helemaal. ‘It is three plus one, madam, only the fourth item is for free.’ De mevrouw heeft slechts drie baby rompertjes uitgezocht. Meer Nederlands dan gedacht, laat ze het derde rompertje voor wat het is.

Ze had het eigenlijk toch niet nodig.


Ikea Haarlem

Zeven dagen per week open. Het staat op de banner die aan de zijkant van het gebouw hangt. Daarnaast op het gigantische billboard op de parkeerplaats. De grote openingsdag, vorige week zondag, heb ik gemist. Dit weekend vieren we Pasen, dus gesloten op zondag. Het is zaterdag, Stille Zaterdag. Op het parkeerterrein aan de Laan van Decima is het allesbehalve stil. Auto’s staan in de berm geparkeerd. Via de lichte entree, Småland op links, betreden we de trap naar boven.

‘Mag ik u iets vragen?’ zegt een meneer tegen een dame in paasgeel uniform. ‘Als ik het weet wel.’ Sandra wordt er bijgeroepen: ‘Sandra kom even hier.’ De Pax kast wordt eens goed geanalyseerd. ‘Als je twee van deze hebt, heb je ook zes deuren.’ Hij heeft gelijk. Iets verderop zit een mevrouw bij te komen aan de keukentafel in de Faktum modelkeuken. Haar man leunt tegen het aanrechtblad. Ze zijn er nog niet uit. Bij de Sultan matrassen worstelen mensen zichtbaar met hun gêne. Als je een matras koopt, wil je het uitproberen. Nietwaar? Een meneer in bordeauxrode trui legt zijn jas neer en sluit zijn ogen. Zijn vrouw zit op de rand van het bed. Alsof ze het ochtendritueel simuleert.

Bij een informatiezuil staan twee medewerkers met hippe brilmonturen voorovergebogen bij een computer. Carina en Dennis hebben een probleem met het bestelsysteem. ‘Was van de week ook al zo,’ aldus Carina. Dennis spreekt inmiddels op geagiteerde toon mijn vriendin aan: ‘Was u niet van dat stoeltje?’ Hij wappert met een bestelformulier in zijn hand. ‘Wie is er dan van dat stoeltje?’ Even verder vindt Dennis de juiste klant, die op dat moment haar zoontje tot de orde roept: ‘Damien, kom dan!’ Het is druk in het restaurant. Heel druk. Kinderen met witte druppels softijs aan hun kinnen. De eenzame klusser die zich te goed doet aan een flinke portie Zweedse balletjes. Met serene schoonheid reinigt een schoonmaakster het frisdrankapparaat, terwijl kinderen voor een tweede keer hun glazen voltappen. Bovenaan de trap worden ondertussen de potloodjes bijgevuld.

Op de keukenafdeling vindt training óp de werkvloer plaats. ‘Het systeem is er zo op ingericht om ‘de flow’ er zoveel mogelijk in te houden,’ aldus de trainer. ‘Krijgen we die andere training dan nog wel?’ informeert een van de cursisten. Hij gaat er later op terug komen. Een moeder met vier dochters en kalme echtgenoot geeft te kennen zich kapot te schamen. De meiden klieren wat met het winkelwagentje. Vader blijft kalm. Een vrouw kijkt bedenkelijk naar de bureaulamp in de handen van haar man. ‘Kijk, je moet ze vergelijken omdat de vorm verschilt,’ probeert hij nog. Een blonde dame, begin dertig, wenkt met een vlug handgebaar haar vriend. Hij voegt zich bij haar om de poster te bekijken die ze bedoelt. Hij draagt zwarte mannenlaarsjes.

Het zelfbedieningsmagazijn is binnenkort 3500 m2 groter. Een zichtbaar trotse magazijnmedewerker bevestigt dit aan een geïnteresseerd stel: bestelkaart in de hand, op zoek naar de juiste gang en stelling. Een ander stel is minder goed geslaagd. Ze lopen onverrichter zake richting uitgang, een hot dog in de hand.

Damien wil graag opgehaald worden uit Småland.


De Vomar

Bij voorkeur tegen sluitingstijd, maar liever kom ik er helemaal niet. Winkelcentra. Om de hoek is er de Albert Heijn; goed voor de vlugge boodschap. Voor het echte werk is er iets verderop winkelcentrum Spaarneboog. Voor de hongerige maag ‘Brasserie Bonjour’, voor de overtollige kilo’s ‘Health Center Spaarneboog’. Behalve ‘de Action’ en ‘de Aldi’ tref je er onder meer kringloopwinkel ‘de Schalm’, kapsalon ‘de Kniphoek’ en de schrik aller supermarkten: ‘de Vomar’.

De strijd begint op het parkeerterrein. Zeker op zaterdag. Via het eenrichtingsverkeer wordt je regelrecht de ellende in geleid. Er is geen weg meer terug. Jeeps en ‘Touaregs’ met ‘de knipper aan’ op de gehandicaptenparkeerplaatsen, glas en stapels karton naast de glasbak en dan de rijen. Voor de lege flessen, voor de karretjes, voor de weegschaal voor groenten en fruit, voor de kassa. Geduld is niet mijn sterkste punt, maar zelfs een bibliothecaresse zou het hier zwaar te pakken krijgen.

Bij binnenkomst de vertrouwde gezichten: de jonge dames van de haringkar (met hun handen in het haar, vet van de haarlak), de verkoper van de daklozenkrant (altijd verdekt opgesteld onder de trap) en de dame van de bloemenzaak (“dat bosje maar doen?”). Ook voor de meesten van hen een jaarlijks functioneringsgesprek, bedrijfsuitje of misschien zelfs wat loonsverhoging.

Niet de meest inspirerende omgeving, deze supermarkt in Haarlem-Noord, maar wat verwacht je? Na de toegangspoortjes het hele jaar rosé in de aanbieding, stapels bierkratten, kilometers toiletpapier en de kiloknallers. Via het brood naar groenten en fruit, de kaas en de vleeswaren. Op de hoek de koffiecorner. Op een slechte dag kom je hier collega’s tegen. Of die van je partner. Nog beter. Langs de zuivel, frisdrank en conserven, via het kattenvoer en de non-food richting kassa, om vervolgens in een lange rij aan te sluiten. De tl-buizen die een bleek licht werpen op de oude tegeltjes. Het moeizame gedraai van de zwenkwieltjes van de kar. De lijstjes van voorgangers, oude kassabonnetjes en bloemkoolresten er nog in.

Eén vraag: wat is er zo super aan supermarkten?