UwHuisVeilig

UwHuisVeilig

De bel gaat. Toen ik net door de straat fietste zag ik ze al lopen. Drie man sterk. Donkerblauwe windjacks met bedrijfslogo, klappers in de hand en een kordate tred. Nu ben ik aan de beurt.

Het is drie uur ’s middags, ik ben boven en niemand kan mij zien. Bovendien, druk als ze waren, hebben ze mij niet noodzakelijk naar binnen zien gaan. Als ik nu eens niet opendoe?

Op dat moment gaat de bel voor de tweede maal. Iets langer dit keer.

Het vlees is zwak. Ik daal de trap af richting voordeur.

Wanneer ik opendoe draait hij zich net weg van de voordeur; doelgericht richting volgende deurbel. Hij draait bij. Terwijl hij hang- en sluitwerk eens kritisch bekijkt begint hij: ‘Goedemiddag, mijn naam is Hans van UwHuisVeilig. Ik zal mij even netjes identificeren.’

Met een soepele beweging zwaait hij de witte hard plastic kaart naar voren die aan de klapper met bestelformulieren blijft hangen. Hans, lachend in een fotohokje.

Hans wijst mij op het hoge aantal inbraken in de buurt en het verhoogde risico op brand in oude volkswijken als deze. De opmaat naar zijn oplossing: ‘Als ik even mag…’

‘Liever niet.’ zeg ik, ‘Ik ben niet geïnteresseerd.’

De terriër in Hans komt direct boven. ‘Niet geïnteresseerd in een brand- en inbraakverzekering? In een buurt als deze?’ fronst hij. ‘Nee, dat zou ik ook niet zijn.’

Zijn houding de perfecte mix van onbegrip en totale minachting. Dit heeft hij niet op een willekeurige namiddag, bij een training geleerd.

Hans is een natuurtalent. Sterker nog, hij geeft dergelijke training waarschijnlijk aan minder competente collega’s. Die twee andere windjacks bijvoorbeeld, verderop in de straat. De sproetjes rond zijn lichtblauwe priemende ogen maken hem ronduit onaangenaam gezelschap. Er valt een pijnlijke stilte.

‘Bedankt en tot ziens meneer’ besluit ik deze op vriendelijke wijze te doorbreken.

Hans zwijgt; hij is al op weg naar de deurbel van mijn buurvrouw. Nog heel even kijkt hij geniepig naar boven. Naar de ramen op de bovenverdieping.

Ze staan open.


Nuon

Als ik de auto parkeer, zie ik hem al staan. Een verkoper. In een te groot pak. Mijn vriendin staat in de deuropening. Ik moet me beheersen om ‘Geloof hem niet!’ te roepen wanneer ik uitstap. In plaats daarvan wurm ik mij timide langs hen heen, de hal in. ‘Ik zal me even voorstellen,’ stelt Floris voor. Halverwege de dertig is hij. Licht kalend, een bril, zwart overhemd én voor de gelegenheid een paarse stropdas om. Zijn pak is niet alleen veel te groot, het heeft ook vormeloze schoudervullingen. Ik schud hem de hand en besluit mijn tas binnen neer te zetten. Het gesprek duurt me te lang, dus ik loop niet veel later opnieuw de hal binnen.

‘Vorige week waren jullie er niet’. Floris is speciaal voor ons teruggekomen. Hij heeft een bijzondere aanbieding waar Nuon eigenlijk al een week mee is gestopt. Voor ons wil hij een uitzondering maken. Ik wordt vragend aangekeken. ‘Het scheelt al gauw twee maanden met uw huidige contract,’ probeert hij nog. Ik ben onverbiddelijk: hier hebben we vanavond géén zin in. Ik vraag hem nog of hij iets achter kan laten, zodat we ons hier later over kunnen buigen. Helaas. Het gaat om een eenmalig aanbod, dat op jaarbasis écht al gauw twee maanden scheelt.

Binnen ligt een enveloppe van de Belastingdienst te wachten, netbeheerder Liander wil een afspraak maken om de ‘slimme meter’ te komen vervangen, de Cv-ketel is aan vervanging toe, de vakantieplannen moeten nog worden uitgedacht en het huis mag ook hoognodig eens worden schoongemaakt. Eerst maar eens wat eten en televisie kijken dus. Tot een uurtje later de bel gaat. ‘Doe jij open?’ vraag ik ‘is vast Floris.’

‘Goedenavond, is de hoofdbewoner ook thuis?’ hoor ik op gedempte toon uit de hal. ‘U hoeft niet te schrikken, ik heb geen naar nieuws.’ Ik hoor mijn vriendin duidelijk maken dat ze hem al eerder heeft gesproken vanavond. Plotseling kan hij het zich weer herinneren.

Floris weer. Speciaal voor óns teruggekomen met een eenmalig aanbod.

We zullen ons er later nog eens over buigen.