Tweede Paasdag

WielrennenTweede Paasdag. Gisteravond hebben de twee vrienden ongetwijfeld nog berichten naar elkaar gestuurd. Iets in de trant van ‘Morgen kunnen we weer.’ Onafhankelijk van elkaar stelden hun vrouwen voor, na de paasbrunches bij hun ouders die dag, om morgen lekker uit te waaien. De mannen hebben andere plannen.

De volgende dag zijn zij niet de enige.

Wanneer ik van Haarlem naar Bloemendaal fiets, zoeven ze langs. De bakfietsen op de opritten van Overveen –een kinderfeestje- zien ze niet eens. Strakke zwarte fietsbroeken. Daarboven blauw-witte tricots, glimmende zonnebrillen en fietshelmen. ‘Kijk uit’, roepen ze bij gebrek aan een bel.

Aan de kant ga ik.

Ook de Rabobankploeg, gebroeders Giant en de maagdelijk witte Francaise des Jeux passeren. Voorovergebogen, bij elkaar in het wiel. Razend over de wildroosters in het duin. Narcissen in parken hebben stilzwijgend afspraken gemaakt tegelijkertijd de kop op te steken. Deze renners om in hetzelfde weekend hun fietsen van stal te halen.

Bij strandpaviljoen Parnassia gaat de racefiets op de schouders. Een slot ontbreekt. De fiets wordt in het zicht geparkeerd. Zelfs de strakste fietsleggings gaan hier op in de massa. De helm blijft op.

Op het terras interessante gesprekken. Over spierspanning, de meubelboulevard, Angry Birds en afritsbroeken. Van ‘Afritsbroek, is rits ‘m toch niet af.’ tot ‘Ze zijn wel ontzettend handig.’ Men verhuist dikwijls van plek in de wind naar die paar plaatsen in de luwte. Langzaam naar warmte en windstil.

Twee dames in rode windjacks en wandelschoenen pakken hun telefoons erbij. ‘Even een level Angry Birds.’ Een natte hond komt met zijn baas het terras opgelopen. Een leeg plastic zakje aan zijn lijn. Voor de grote boodschap straks. Musjes vechten om kruimels.

Superlatieven schieten tekort wanneer men zich tegoed doet aan koffie met gebak achter het windscherm. Van ‘Wat is dit leven goed.’ tot ‘Ik wil hier nooit meer weg.’

De wielrenners gaan weer.

Parnassia


Op een mooie Pinksterdag

Zou Annie M.G. Schmidt het zo bedoeld hebben? De file richting strand begint al aan het Staten Bolwerk, vlak voor station Haarlem. Zij drinkt een blikje energy drink. Haar vriendin houdt een brandende sigaret uit het achterraampje. Hier en daar een arm of voet uit een autoraam gestoken. Turkse house klinkt op uit een zilvergrijze Mercedes. Niet veel verder zitten twee stoere manen in een Jeep Wrangler. Michael Jackson klinkt op. Ik fiets snel voorbij.

De file staat tot aan de rotonde in Bloemendaal. Daarna is het even gas geven tot de camping. Veel auto’s staan op deze hoogte al in de berm geparkeerd. Camping de Lakens is ‘full/belegt/vol’ volgens het bord bij de toegang. Parkeerplaatsen zijn vol. Fietsenrekken zijn vol. Het plein bij de strandopgang staat vol scooters en Dixi toiletten. Het is de wisseling van de wacht. Ouders met bakfietsen maken zich klaar om naar huis te gaan. Jongeren op scooters komen aan het begin van de middag net aan. Een verkeersregelaar smeert zich nog maar eens goed in. De zon brandt flink.

Er staat een ‘warme’ en ‘koude rij’ bij snackbar Henri aan de boulevard; wachttijd zo’n 30 minuten volgens het bord. Doordringende beats klinken op vanaf de strandpaviljoens beneden. Mensen die bij Bloomingdale naar binnen willen worden gefouilleerd. Drie dames bij Lido kijken verveeld voor zich uit. Hun fles witte wijn is op. Bij Beachclub Vroeger dreunen de bassen. Nope is dope. Een tiental waagt zich op de dansvloer in de brandende zon. Een grijze man van een jaar of veertig, bruinverbrand, afgetraind lijf, klokt zijn Corona achterover. Zijn vriendin, van top tot teen in de zonnebrandolie, lijkt op een andere planeet te verkeren.

Zomaar wat gesprekken voor Woodstock 69: ‘Iemand die zulke mooie borsten heeft, heeft niets nodig.’ Twee Engelse meisjes die voor een Dixi liggen te zonnen: ‘It smells like shit.’ Het is druk bij de mobiele viskraam van Kees visspecialiteiten. Bakluchten stijgen op. Niet veel later bij Vroeger is het dringen: een flinke rij tieners, rijbewijs in de hand. Ze willen naar binnen. De uitsmijter met dikke buik is duidelijk: ‘Meegebrachte flesjes in de prullenbak. Én dames en heren, allemaal even aansluiten.’ Een oudere meneer staat op afstand te jongleren.

Een paar kilometer verderop, in Zandvoort, dragen de jongens handtasjes, witte Birckenstock sandalen en Louis Vuitton petjes hoog op hun hoofden. Ze hebben gekke accentjes. Een gezette vrouw met hondje wil op het terras van Today at twelve plaatsnemen. Het is te duur volgens haar vriend. Een moeder en twee dochters zitten op een bankje aan de boulevard. Ze hebben alle drie een tatoeage van een vlinder op de rechterschouder. Twee Marokkaanse jongens liggen te blowen op hun scooter. Een ambulance rijdt voorbij, de trap van de boulevard af. ‘Je zou er maar in leggen,’ aldus een vrouw in onvervalst Amsterdams accent. Bij Mango’s staan de flessen wijn omgekeerd in de koelers. ‘Jij moet echt mee naar Ibiza,’ bespreken twee meisjes op badlakens in een zee van sigarettenpeuken.

Samen in de zon.


Hockeyclub Bloemendaal

‘Hoe was jullie wintersport?,’ informeert ze bij de dame naast haar. Echt veel aandacht voor wat er op het kunstgrasveld gebeurt hebben ze niet. Bloemendaal Dames 1 speelt tegen Alecto vanmiddag. Even verderop komt de beveiliger aangelopen bij het VIP-dorp. De V op zijn borst glimt in het zonlicht. Begin maart, maar dit is officieel de eerste lentedag van het jaar. De dames nemen de onlangs ontvangen WOZ-waarde met elkaar door. ‘Hoeveel?,’ vraagt de een de ander. Een concreet antwoord blijft uit, maar blij was ze niet.

Verderop zitten de uitgespeelde jongeren met pitchers bier bovenop de picknicktafels. Een enkele dame heeft haar hockeyschoenen al voor Uggs verruild. Haar hockeyrokje gewoon nog aan. De drie oudere heren die wél op het spel letten waren zo slim vandaag hun zonnebril mee te brengen. Alledrie een goudomrande Ray Ban Aviator op de neus. 22 paardenstaartjes ‘dansen’ voor hen over het veld. Iets verderop laat een meneer in bruin geruite tweedjas, ribbroek en op suède brogues zijn polsbandje aan de beveiliger zien. Hij mag doorlopen, het VIP-dorp in.

Een klassieke trenchcoat draagt hij: ‘Ik moet nog even de belasting klaarzetten, maar verder een rustig weekend,’ zegt een meneer tegen een kennis. De dames van even geleden herkennen een andere dame. Of toch niet? ‘Is dat Vivian?,’ zegt de een. ‘Nee, Margriet,’ aldus de ander. Margriet loopt regelrecht richting VIP-dorp en gunt de dames geen blik waardig. De wedstrijd is afgelopen.

Zo’n 50 kinderen met hockeysticks betreden het veld. Sproeiers schieten aan. De ABN Amro-jasjes van de ballenmeisjes gaan uit. Daaronder eigenzinnige kleding. Een modeshow voltrekt zich op het kunstgras: veel Abercrombie, GAP en gympen van Nike. Ze hebben nog even, voordat Bloemendaal Heren 1 het opneemt tegen concurrent Amsterdam. De Bloemigans zijn er in elk geval klaar voor.

De orange army, duidelijk herkenbaar, zit dichtbij het clubhuis. Daarnaast zijn er vele andere fans op subtielere wijze voorzien van oranje details. Dat kan heel goed een shawl of zomaar een lamswollen trui zijn. Kort voor de wedstrijd worden de beste posities langs de kant of op de tribunes van het VIP-dorp ingenomen. Onder ‘Eye of the tiger’ komen de spelers het veld op. De speaker stelt alle spelers voor. Teun de Nooijer krijgt het hardste applaus. De jongens bij het clubhuis steken vuurwerk af en rammen op een trommel.

Met deze steun maakt de thuisploeg een vliegende start. Na nog geen twee minuten staan ze 1-0 voor. De stemming zit er in. ‘Als ze geen kruidenthee hebben, doe me dan maar een biertje,’ aldus een bruinverbrande meneer op de vraag van zijn vrouw wat hij wil drinken. Bodine, Britt en Roos schreeuwen de longen uit hun lijf voor Bloemendaal. Bodine doet volgend jaar misschien mee aan The Voice Kids. ‘Omdat ze kan zingen,’ aldus Bodine. Ook de 2-0 volgt, maar op slag van rust scoort Amsterdam uit gerommel na een strafcorner.

De 2e helft kent een nogal lome start. Sterker, de eerste 10 minuten gebeurt er weinig opzienbarends. Ook de Bloemigans beseffen dit. Tijd voor wat vuurwerk. Dusdanig dat de scheidsrechter de wedstrijd voor korte tijd stillegt. De rook trekt op, de witte wijn wordt bijgeschonken in de plastic bekertjes. Men is in opperbest humeur in deze voorjaarszon. ‘Pap, mam, mag ik geld lenen?,’ vraag een kleine hockeyster aan haar ouders. ‘Wanneer betaal je het dan terug?,’ aldus de vader. ‘Niet,’ aldus de dochter. Moeder heeft alleen briefgeld, dus vader graait naar kleingeld in zijn portemonnee. Het onvermijdelijke gebeurt: Amsterdam scoort de gelijkmaker.

Slechts één man in wax coat op deze warme zondag. De man en zijn vrouw pakken om beurten een snack van de door ABN Amro beschikbaar gestelde schaal met kaas en leverworst. Alsof niemand hen doorheeft. De scheidsrechter fluit af. Gelijkspel. ‘Tot slot nog even dit,’ aldus de speaker, ‘er is een groot clubfeest op 21 april met als hoofdact DJ Marcello, wees er snel bij.’

Wie er echt snel bij zijn, zijn de 50 kinderen die het veld weer opsnellen. Op eentje na dan. Hij vouwt de flyers voor het clubfeest achter ruitenwissers van grote auto’s op de parkeerweide.