Nèh

Oprah_Winfrey_Priscilla_Dunstan

Tijdens mijn basisschooljaren droeg ik de achterdeursleutel aan een paars koord om mijn nek. Op onzekere momenten sabbelde ik op het koord. Een sleutelkind was ik. Ik heb er verder niets aan overgehouden. Vaak was er, ondanks de sleutel, ook een oppas als ik thuiskwam. Een kennis van mijn ouders. Ze zette thee, zorgde voor iets lekkers. Ook maande ze mij mijn pianoles voor te bereiden en keek ze naar Oprah.

Oprah Winfrey. In die jaren nog een bescheiden dame die na een moeilijke jeugd haar acteerdebuut maakte in de verfilming van ‘The Color Purple’. Daarna begon ze een talkshow. Nog zonder auto’s, tablets en parfums aan haar publiek uit te delen. En nog zonder een miljard dollar op haar bankrekening te hebben.

Met het klamme paarse koord in mijn nek bekeek ik familieproblemen, vrouwenkwalen en huishoudelijke tips, mijn pianohuiswerk alsmaar uitstellend.

Nu tipte een vriendin, net moeder, ons eens het filmpje ‘Baby language on Oprah’ te bekijken. Met z’n tweeën zien we een babyfluisteraar bloedserieus met Australisch accent vertellen over haar fotografische geheugen en hypersensitiviteit voor geluid. ‘Baby’s praten’ is haar boodschap. Voor Oprah is niets vreemd. Ze kinkt instemmend, maakt joviale opmerkingen.

De Australische onderscheidt vijf mogelijkheden. ‘Nèh’ is honger, ‘hèh’ is hangerig, ‘eh’ is boeren, ‘owh’ is moe en ‘eair’ zijn gasjes. De kunst? Letten op geluiden voordat de hysterie losbarst. De effecten zijn ongelofelijk. Een lokaal vol doodvermoeide moeders zit binnen afzienbare tijd met tevreden, maar bovenal stille kinderen op schoot. Te mooi om waar te zijn. Maar goed, we kijken dan ook naar Oprah.

Als baby zich ’s ochtends meldt, is de wekker niet verder gevorderd dan kwart voor vijf. We verkeren nog in het stadium van de ‘voorhuil’ en determineren een loepzuivere ‘nèh’. Baby heeft honger. Ruim twee uur eerder dan normaal, maar het proberen waard. Aan de borst keert de kalmte rap terug en we kijken elkaar vol ongeloof aan.

Die Oprah toch.

Wanneer we baby terugleggen in de wieg volgt een spoedig protest. Geen ‘voorhuil’ meer, maar direct gekrijs. Moeder zucht diep. Dáár heb ik als pas geworden vader nooit iets over gehoord of gelezen, maar het betekent voor mama een ochtend met oordoppen op de bank en de zorgen even voor papa.

Tot een uur of zeven hoor ik respectievelijk ‘wèh’, ‘woèh’ en vooral ‘bèh’ langskomen. Even denk ik een ‘eh’ te ontwaren en help ik baby bij het boeren. Opnieuw ongelofelijk, maar het mag niet baten. ‘Wiéh’, ‘wáh’ en opnieuw ‘woèh’ voeren daarna de boventoon.

De babyfluisteraar ten spijt, met een sleutelkind als vader beschikt ze waarschijnlijk over een lokaal dialect of is ze gewoon bijzonder.

 

Cover Jongetje Arjen KromDit verhaal verscheen eerder in ‘Jongetje’ (ISBN: 9789402127973). Het boek is onder andere verkrijgbaar via www.bol.com, maar ook (online) te bestellen bij iedere boekhandel à €14,50

Wat ze je vertellen als je vader wordt? Zoveel. Verhalen over hoe ‘mooi’ het is, dat alles ‘klopt’ en dat het ‘hierna’ alleen maar leuker wordt. Die wil men dolgraag bij je kwijt. Maar niemand die je vertelt over fenomenen als een voedingskussen, verlof of de erbarmelijke zoektocht naar de geschikte kinderwagen. Tijd voor een eerlijk tegengeluid. Ook voor moeders!

Een leuk cadeau voor (aanstaande) vaders, maar minstens zo boeiend voor (aanstaande) moeders, ouders of grootouders!


Regelen

stress

Ik realiseer mij op deze zondagavond dat ik na vier heftige dagen morgen gewoon weer aan het werk moet. Er komt overdag weliswaar hulp in huis, maar er is nog een hoop te regelen. Geheel onnodig, in verband met de ophanden zijnde hulptroepen, haal ik eerst maar eens een stofzuiger door het huis en doe boodschappen. Terwijl de dames wennen aan elkaar sorteer ik de was, kook ik en ruim de spullen van ons ziekenhuisbezoek op.

‘Vroeg naar bed’, was de tip die we van velen kregen en daar houden we ons vanavond aan. Rond negen uur gaan we al naar boven. Zo’n eerste nacht met zijn drieën is spannend. Wij in het grote bed, baby ernaast in haar wiegje. Wennen aan elkaar. Zelfs bij de lichtste vorm van geluid schrikken we op. En als we na een tijdje niets meer horen, zitten we recht overeind in bed. Het dekentje op haar buik gaat gelukkig nog op en neer.

Met drie flinke onderbrekingen komen we de nacht door. Heftig, maar heldhaftig doorstaan. Ik maak ontbijt en klim nog even bij de meiden op bed, voordat rond half negen de bel gaat. De kraamhulp. Ik wijs haar het koffiezetapparaat en de trap naar boven. Ik moet nu echt gaan om niet te laat te komen bij het geplande overleg. Dit is dus de drukte waar men het altijd over heeft.

Terwijl ik enigszins vermoeid de vergadering open, bedenk ik mij dat ik vandaag naar de gemeente moet. Omdat baby laat op donderdagmiddag geboren is, is vandaag de derde en laatst mogelijke werkdag waarop ik haar kan aangeven bij de gemeente. ’s Ochtends voldoe ik ietwat gehaast aan mijn verplichtingen om ’s middags naar het gemeentehuis te kunnen gaan.

In de auto check ik snel telefonisch met het thuisfront of alles in orde is. De kraamhulp is inmiddels vertrokken, maar het gaat goed. Via de supermarkt, voor nóg wat boodschappen, parkeer ik in de garage onder het gemeentehuis. Geheel naar moderne maatstaven scan ik mijn paspoort en trek een bonnetje met cijfercombinatie. Het is waanzinnig druk hier voor een maandagmiddag.

Na ruim een half uur ben ik aan de beurt. ‘Normaalgesproken hadden we in een apart zaaltje gezeten, maar het is erg druk’, verontschuldigt de beambte zich. Wat voor de dame achter het loket een routinematige handeling is, is voor mij boven verwachting een bijzonder moment. Mijn dochter bestond al een paar dagen, maar met een burgerservicenummer bestaat ze nu écht.

Via de apotheek snel ik naar huis. Baby slaapt en ook moeder is wel toe aan rust. Ik ruim op waar de kraamhulp niet aan toegekomen is en begin vast met de voorbereidingen voor het avondeten.

Wanneer we een uur later zitten te eten, schiet mij te binnen dat ik baby nog moet aanmelden voor de zorgverzekering. Het callcenter is gelukkig bereikbaar na kantoortijd. Ook hier een wachtrij, maar ik kan het hebben. Met het doorgeven van haar gloednieuwe burgerservicenummer is de maatschappij een verzekerde rijker.

‘De polis komt uw kant op. U hoeft verder niets meer te regelen’, zegt de telefoniste.

Niets meer regelen, ze moest eens weten.

 

Cover Jongetje Arjen KromDit verhaal verscheen eerder in ‘Jongetje’ (ISBN: 9789402127973). Het boek is onder andere verkrijgbaar via www.bol.com, maar ook (online) te bestellen bij iedere boekhandel à €14,50

Wat ze je vertellen als je vader wordt? Zoveel. Verhalen over hoe ‘mooi’ het is, dat alles ‘klopt’ en dat het ‘hierna’ alleen maar leuker wordt. Die wil men dolgraag bij je kwijt. Maar niemand die je vertelt over fenomenen als een voedingskussen, verlof of de erbarmelijke zoektocht naar de geschikte kinderwagen. Tijd voor een eerlijk tegengeluid. Ook voor moeders!

Een leuk cadeau voor (aanstaande) vaders, maar minstens zo boeiend voor (aanstaande) moeders, ouders of grootouders!


Voedingskussen

Voedingskussen

Een goede vriend waarschuwde mij al. ‘Vanaf dag één zijn ze onafscheidelijk.’ Hij doelde op een kussen. En hij doelde op zijn vrouw. Zijn vrouw én een kussen dus.

Voorheen rekende ik in maanden. ‘Wanneer?’, ‘Oh, volgende maand.’ ‘In mei al?’, ‘Nee, in juni.’ Een dergelijke dialoog is tegenwoordig ondenkbaar. Ik leef, denk en droom in weken. ‘Hoeveelste week zit ze nu?’, ‘Week zesentwintig.’

Dat soort gesprekken.

In die zesentwintigste week begint ze inderdaad over een kussen. Op naar de babywinkel. Ze liggen in een bak bij de ingang. Niet te missen. Lange slurven zijn het. Met kleurrijke hoesjes. Bekende stripfiguren erop of in pastelkleurig badstof. Een keuze is snel gemaakt.

‘Hoe ligt het?’, vraag ik wanneer ze zich thuis op de bank heeft geïnstalleerd. Ze is al vertrokken. Gerieflijk ingeklemd tussen rugleuning en damwand van een kussen slaapt ze verloren uren van afgelopen nachten bij. Een voltreffer.

Het gevolg? ’s Avonds lukt het haar maar moeizaam de slaap te vatten. De weldaad van vanmiddag heeft haar misschien te goed gedaan? Wellicht is het gewoon wennen? Voor mij in elk geval wel.

We leerden samen slapen in mijn studentenkamer. Een eenpersoons hoogslaper. Eén verkeerde beweging en één van ons werd ruim een meter lager wakker. Het huidige bed meet niet meer dan één meter veertig in de breedte. Prima om lepeltje-lepeltje de nacht door te brengen. Maar daar ligt nu juist zo’n kussen tussen.

Het werkt als volgt. Het kussen aan buikzijde. ‘Draagt’ daarmee de buik en vormt de perfecte steun voor de kin van de aanstaande moeder. Het restant kussen verdwijnt tussen de benen door naar achteren. En vormt daarmee de grootste frustratie van vader in wording voor de resterende weken van de zwangerschap.

Gefeliciteerd, jouw vrouw of vriendin heeft vanaf vandaag officieel een staart. Nooit meer de behaaglijke warmte van haar lijf, nooit meer zal ze gemakkelijk met je meedraaien. Je bent definitief ingeruild. Wanneer zij al lang en breed in dromenland is, zoek jij tevergeefs naar de juiste draai, die je niet zult vinden.

Of het met mij ook een beetje gaat, vraagt men. Ik kies mijn woorden zorgvuldig, maar donkerblauwe kringen rond mijn ogen verraden genoeg.

Behalve een staart heeft ze er sinds kort nog iets bijgekregen. Rusteloze benen. Cadeau van de hormonen. Het is nu soms alsof ze in bed een hardloopwedstrijd loopt. Tel daar weldadig gesnurk bij op en je zult begrijpen dat ik meer dan eens een slaapzak op de bank in de huiskamer heb uitgerold.

Niet dat daarmee een geruisloze nacht gegarandeerd is. De kat loopt dan op haar gemak over mij heen. Met van die kleine, zenuwachtige en harige pootjes. Die kat heeft trouwens ook een staart.

Ik kan ook net zo goed weer in bed gaan liggen.

 

Cover Jongetje Arjen KromDit verhaal verscheen eerder in ‘Jongetje’ (ISBN: 9789402127973). Het boek is onder andere verkrijgbaar via www.bol.com, maar ook (online) te bestellen bij iedere boekhandel à €14,50

Wat ze je vertellen als je vader wordt? Zoveel. Verhalen over hoe ‘mooi’ het is, dat alles ‘klopt’ en dat het ‘hierna’ alleen maar leuker wordt. Die wil men dolgraag bij je kwijt. Maar niemand die je vertelt over fenomenen als een voedingskussen, verlof of de erbarmelijke zoektocht naar de geschikte kinderwagen. Tijd voor een eerlijk tegengeluid. Ook voor moeders!

Een leuk cadeau voor (aanstaande) vaders, maar minstens zo boeiend voor (aanstaande) moeders, ouders of grootouders!


Jongetje

Nog meer voor mannen

Waar zaken in relatieve harmonie gaan, is dit een punt van strijd. Oké, de kinderwagen –hip merk- van bijna achthonderd euro of die schattige Franse rompertjes à vijftien euro per stuk; daar kon ik mij niet geheel in vinden. Maar dit is pas écht een lastig onderwerp.

Het geslacht.

Onze grootouders hadden het makkelijk. Pas op de uitgerekende datum zouden hun tranen vloeien. Van blijdschap of verdriet. Vanwege de geboorte van die wolk van een dochter of –alweer- een zoon. Maar met de stortvloed van controles en echo’s én de commercie die volledig naar het model ‘jongetje/meisje’ is ingericht, weten meer ouders dan ooit het geslacht van hun ongeboren kind.

Ik wil het niet weten.

In een tijd waarin nieuws zich razendsnel verspreidt, waar we op de hoogte zijn van tyfoons op de Filipijnen tot politieke hervormingen in Colombia, wil ik nu eens iets niet weten. Niet weten, gewoon omdat het kan. De aanstaande moeder noemt mij eenkennig, zelf houd ik het liever op romantisch.

Maar ‘hoera!’ Na lange tijd heb ik haar kunnen overtuigen. Ze heeft ingezien dat ‘vrienden dan gerichter cadeaus kunnen kopen’ geen valide argument is om het geslacht alvast te kennen. We blijven nog vier en een halve maand in kalmte afwachten. De blauw of roze gekleurde nesteldrang al hevig onderdrukkend.

En toch, ondank alles: iedere echo wordt onze nieuwsgierigheid discreet bevraagd, worden we verzocht weg te kijken als er ‘zaken’ in beeld verschijnen, maar ik?

Ik weet het al.

Sinds een week of vier herken ik haar niet meer. Grosso modo lijkt ze nog op diegene waar ik ooit verliefd op werd, maar nu tref ik haar, wanneer ik uit mijn werk kom, hangend op de bank aan. Op de televisie politieachtervolgingen. Volume op standje gehoorbeschadiging. Alhoewel ik het volledig aan mijzelf te wijten heb, steekt ze geen poot uit in het huishouden. Ondergoed vind ik op de overloop, haar kant van het bed wordt niet meer opgemaakt.

Ook persoonlijke verzorging laat te wensen over. Tanden worden slechts na langdurig aandringen morrend gepoetst, beenharen groeien als kool en al drie keer heb ik het verzoek ingewilligd haar borstelige wenkbrauwen te epileren. Met plezier natuurlijk.

Heel soms toont ze zich vrouwelijk. Dan smeekt ze mij haast om mee te gaan winkelen. Samen op jacht te gaan; voor nieuwe zwangerschapskleding of uitzet voor de babykamer. Maar dat is dan ook héél soms.

En als ik dan na een vermoeiende dag tussen brommende afzuigkap en stomende pan aardappels hang, word ik vanaf de bank in de woonkamer toegeschreeuwd. ‘Wat eten we?’ Ik kan het nauwelijks verstaan. Het hysterische reclameblok begint net:

‘Meer voor mannen!’, hoor ik nog net boven alle herrie uit.

 

Cover Jongetje Arjen KromDit (titel)verhaal verscheen eerder in ‘Jongetje’ (ISBN: 9789402127973). Het boek is onder andere verkrijgbaar via www.bol.com, maar ook (online) te bestellen bij iedere boekhandel à €14,50

Wat ze je vertellen als je vader wordt? Zoveel. Verhalen over hoe ‘mooi’ het is, dat alles ‘klopt’ en dat het ‘hierna’ alleen maar leuker wordt. Die wil men dolgraag bij je kwijt. Maar niemand die je vertelt over fenomenen als een voedingskussen, verlof of de erbarmelijke zoektocht naar de geschikte kinderwagen. Tijd voor een eerlijk tegengeluid. Ook voor moeders!

Een leuk cadeau voor (aanstaande) vaders, maar minstens zo boeiend voor (aanstaande) moeders, ouders of grootouders!


Piek

Ikea_Kerstboom

Dubbel geparkeerde auto’s met de noodverlichting aan. Het is druk op het drijfnatte parkeerterrein van Ikea. Niet eens zozeer dat men vanmiddag massaal de meubelgigant bezoekt. De echte actie vindt hier buiten op het asfalt plaats. Gemarkeerd door een feloranje bouwkeet en metalen omheining wordt duidelijk waar het vandaag om draait. Kerstbomen. Niet zomaar kerstbomen, maar Ikea-kerstbomen.

Een man sjokt in de regen achter zijn vrouw aan, het geïmproviseerde verkoopterrein op. Ze grijpt de eerste de beste boom. ‘Deze maar doen?’, vraagt ze. Hij haalt zijn schouders op. ‘Prima, als jij die mooi vindt.’ Hij heeft de enorme rij al gezien voor de buitenkassa. Vindt het allang best, zeker nu het nog harder begint te regenen.

In diezelfde rij staat een vrouw van een jaar of veertig, zenuwachtig met haar beurs al in haar hand. ‘Deze dan?’, klinkt het wanhopig. Verderop houdt haar man een iel boompje voor zich uit. Ze schudt driftig van nee, terwijl ze al bijna aan de beurt is om af te rekenen.

Een jongedame gaat zorgvuldig het beperkte aantal uitgestalde bomen langs. Net als in het winkelmagazijn verderop zijn de meeste bomen hier verpakt, maar daardoor niet goed op waarde te schatten. Een medewerker van Ikea probeert haar aankoop te bespoedigen. ‘Da’s een mooitje, ‘k zou het wel weten.’ Ze draait met een soepele handbeweging de boom rond om hem de kale plek te tonen. Hij is alweer verder gelopen in z’n gele fluorescerende regenpak. Op naar de volgende klant.

Door beslagen voorruiten ziet menig partner een man of twintig met dito aantal kerstbomen langzaam opschuiven in de rij, tot vooraan de bouwkeet. Dikke druppels tegen het glas, de mensen kijken bitter. Binnen verkoopt men warme chocolade en van die Zweedse balletjes. Buiten hoost het.

Vaders parkeren driftig hun auto’s tot vlak voor de ingang van het verkoopterrein. In januari mogen ze weer. Hun waardebonnen verzilveren, met al die anderen. Maar nu eerst, kinderstoelen eruit, de achterbanken plat.

Kerstmis kan nu écht beginnen, met een boom van slechts een piek.


Dave Roelvink

Dave Roelvink

Een week geleden stond bij ons thuis ’s avonds de televisie aan. De maanden daarvoor stond het scherm op zwart, vanwege een nieuwe, wel hele jonge huisgenoot. Ik was de bewuste avond niet in het bezit van de afstandsbediening en had derhalve geen enkele invloed op de goede smaak. We keken RTL Boulevard. De aftiteling was al in beeld.

Op een kruk zat een jong heerschap zenuwachtig heen en weer te draaien. Teksten als ‘ik heb er niets mee te maken’ en ‘dankzij mij is er al heel wat terug gekomen’. Begripvolle blikken van de presentatoren in zijn richting, waaronder die van misdaadjournalist John van den Heuvel. John ruikt een misdadiger al op een kilometer afstand.

Even dacht ik dat het om Winston Gerschtanowitz ging. Ik had lang niet naar RTL Boulevard gekeken en zag toch echt dezelfde lijzige gestalte, de subtiele teint van een zonnebank en een nonchalant baardje boven de boord van een smetteloos wit gesteven overhemd. Ik werd gecorrigeerd. Bij nader inzien bleek het om Dave te gaan.

Dave Roelvink.

Na de uitzending ging ik op onderzoek. Zijn naam leverde op Google vele halfnaakte foto’s op. Dave was ooit fotomodel, vandaar. Ook zag ik foto’s van Dave op een enorme duikplank. Dave deed namelijk ooit mee aan Sterren Springen. En wie was die andere meneer ook alweer? Op foto’s stond Dave naast zijn beroemde vader: Dries Roelvink.

Behalve de foto’s die ik zag, las ik over Dave. Hij werd beschuldigd van diefstal en chantage. Alhoewel ik las dat zijn management in handen was van de jongste Moszkowicz-telg kreeg ik steeds sterker het gevoel een lans te moeten breken voor Dave.

Ik zag namelijk zoveel meer.

Op halfnaakte foto’s van Dave zag ik een jongen die in modellenkringen waarschijnlijk voor ‘afgetraind’ zou doorgaan. Ik werkelijkheid ging het om een broodmagere, uitgehongerde tiener. Als een jongedame, dochter van een fastfoodmagnaat, hem ’s nachts inderdaad hamburgers heeft aangeboden, heeft hij daar onmogelijk ‘nee’ tegen kunnen zeggen.

Op filmpjes van twijfelachtig allooi zag ik Dave in een bubbelbad zitten. Op z’n zachtst gezegd zeer ongemakkelijk, wat niet geheel verwonderlijk was gezien het feit dat een duikplank zijn natuurlijke habitat veel dichter zou hebben benaderd.

Ook zag ik Dave op beeldmateriaal te midden van vele opgeschoten jongeren. Juwelendieven, zo u wilt. Allesbehalve vergelijkbaar met de omgeving waar hij zich normaal met vader Dries ophoudt. Geen megalomane sportpaleizen of voetbalstadions. Zeker niet. Liever de braderie van Landsmeer of de kermis in Burgerbrug. Geen wonder dat Dave zich zeer ongeriefelijk voelt, daar in dat enorme bubbelbad.

De storm is voorlopig niet gaan liggen, maar de zoon van Dries is bij de zoon van Moszkowicz in goede handen. Als het erop aankomt zal zijn management hem, verwijzend naar Dries, slechts een ding verwijten.

Zijn vader hield z’n zwembroek tenminste aan.


Robin

Robin van Persie

Van Persie loopt vooruit in de tunnel. Wat doet hij nou? Normaal wachten we toch op Arjen? Schichtige blikken van zijn medespelers. Wat nou? Een blik van ‘wat nou?’ bij Robin. Vlak voor overgang richting veld houdt hij halt.

Gelukkig, daar komt Arjen, maar hier speelt meer.

De formaliteiten. De toss, het vaantje, handgeklap. Een taaie defensie, nauwelijks kansen. Bij zeldzame acties buitenspel. Vorige keer al, de Kirgizische lijnrechter. Ook nu weer een met arendsogen. Zijn zwarte aanvoerdersband knelt.

Tegen Spanje met vleugels, tegen Australië met moeite, tegen Chili op de bank. Nota bene gewisseld tegen Mexico. De teamgeest indachtig ergens begrip voor Louis’ beslissing. Niet hij, maar Klaas-Jan maakte het verschil.

Kleurloos tegen Costa Rica. Achter laatste linies toegezwaaid door arbitrage. In de verlenging; niet hij maar Robben die manschappen toespreekt. Toch, met vertrouwen zijn eerste penalty. Mensen gaven hem geen stuiver. Achteraf geen begenadigd spreker, wel de branie van een aanvoerder die gewonnen heeft.

Tegen Argentinië dezelfde lijn. Een coach die hem opnieuw offert, of weer een bewuste keuze? De zwarte band naar Robben, een dribbel richting Huntelaar, de hand van Louis.

Zitten, een jas aan.

In eigen land penningen met zijn beeltenis, zegels met zijn silhouet. Slechts een paar weken geleden en toen al onsterfelijk. Dodelijk.

Op afstand bij strafschoppen, het zit er niet meer in. Op afstand richting publiek, aarzelend. Arjen bij vrouw en huilend kind, Robin op het veld. Een donkerblauwe jas, het oranje shirt al uit. Grijze haren op zijn slapen. Een minzame glimlach, een duim richting tribune.

Over een paar weken wacht Manchester. Geen Europees voetbal en een nieuwe coach. Een oude bekende die wellicht vaker wil wisselen. Maar wat wil hij?

Over een paar dagen troostfinale. Nog een keer zweven.


Jonathan

Jonathan de Guzman

‘We staan achter’, bromt Frank Snoeks. Zoals vaker bijtend cynisch. Na honderdtwintig minuten nagels bijten scoort Costa Rica als eerste. De penalty van Borges. Cillessen heeft het veld moeten ruimen voor Krul. Een tactische set van de bondscoach. Net zo tactisch als al zijn wisselspelers.

Onder hen ook Jonathan de Guzman. Jonathan, geboren Canadees, tegen Spanje en Australië nog in de basis, heeft zijn meerdere moeten erkennen in Wijnaldum. Bij hem geen rancune. Hij snapt het en schikt zich. In een bruinkleurig FIFA-hesje.

Zijn vader wilde ooit dolgraag dat hij en zijn broer zouden gaan basketballen. Ze waren te klein. Die zwart-witte bal lonkte meer. Net als Europa. Om precies te zijn Rotterdam, Feyenoord. Uiteindelijk gekozen voor Spanje, Mallorca. Daarna ‘verhuurd aan Wales’, Swansea City.

Spelers van Costa Rica op hun knieën op de middenlijn. Jonathan met teamgenoten langs de lijn. Van Gaals wissels stralen allesbehalve rust uit. De rimpels van Nigel zijn diep, ernstig. Cillessen, met zijn arm op de schouder van Jonathan, toont verslagen. Een holle blik, was die wissel nu nodig? Ook Fer en Martens Indi, hun blikken vol ongeloof. Alleen Vorm lijkt het wel lollig te vinden. Te midden van deze mannen de jongensachtige blik van Jonathan. Een open gezicht, grote donkerbruine ogen.

Hoopvol, het kan.

Na Borges mag van Persie. Speelt niet zijn beste wedstrijd, maar scoort nu koelbloedig. Ruiz’ bal komt de handen van Krul tegen. Jonathan juicht, zij het met enige reserve. Net als bij de goals van Robben en Sneijder. Als Kuijt richting stip loopt valt Costa Ricaanse keeper Navas op. Met zijn handen gericht tot een hogere macht. Maar Dirk uit Katwijk is vastberaden.

Zelfs na de pingel van Kuijt ingetogen vreugde bij Jonathan. Zijn milde blik, gebalde vuisten, maar een lichte aarzeling. Het kan. Het kan ook niet.

Umaña legt aan en wederom is Krul succesvol. Het oranje vak linksachter het doel ontploft. Terwijl het bord met logo’s door officials het veld wordt opgedragen, is Kuijt al bij de doelman. Hij en Krul treffen elkaar op een meter hoogte. Juichend in elkaars armen. De andere mannen volgen.

Ook Jonathan is onderweg. Van een onderkoelde reactie geen sprake meer. Ook hij vliegt. Vliegend naar het doel.

Net als toen bij basketbal.


Kuijt

Dirk Kuijt

Mijn conditie was niet slecht, aan echte inzet ontbrak het. Aan de andere kant van het dorp was de melkfabriek. Een instituut voor melkveehouders. Uit de wijde omtrek kwam men daar de dagopbrengst brengen. Een keer in de week was ik aan de beurt. Om daar een witte emmer met karnemelk vol te tappen. Nog lastiger werd een aanvullende boodschap. Een pond brandnetelkaas of anderszins lastigs te onthouden. Een jaar of zeven was ik en reeds getraumatiseerd door eens te weinig geld voor al die boodschappen mee te hebben gekregen. Huilend fietste ik die dag naar huis. Het zal geregend hebben.

Goed beschouwd leek ik als kleine jongen in niets op generatiegenoot Dirk Kuijt.

In gedachten zie ik Dirk voor dag en dauw met opgestroopte mouwen van z’n blauwe overall door de melkput lopen. Sjouwend met slangen. Gehoorzaam naar zijn vader. In dienst van het melkveebedrijf. Later die ochtend, na zes boterhammen, met rode koontjes hangend over het stuur van zijn fiets. Op naar school, het eerste uur catechese. ’s Middags helpen op het land. Daarna de hooizolder van de buurman leegruimen. Aansluitend boodschappen voor zijn moeder. In het dorp, tien kilometer verderop. Na het eten zijn huiswerk en na twee koppen zwarte koffie net voor middernacht naar bed.

De volgende dag alles opnieuw.

Het was ruim vijfendertig graden in Fortaleza. Het elftal had zich ingedronken. Zo ook Dirk. Tijdens het volkslied kneep hij met zijn ogen tegen de felle zon. De blonde krullen al wat plakkerig. De spits als linksback, later naar rechtsachter. Kilometers stapte, versnelde en sprintte hij. Pas laat in de tweede helft een tweede waterpauze. Hier liet Dirk zich gaan. Verliezen van Mexico zou hém niet gebeuren. Zijn honderdste interland, precies zeven jaar na het overlijden van zijn vader. De boodschap van van Gaal ook klip en klaar. Onverschrokken, de laatste minuten als spits in het laatste reepje zon.

Groter had de opluchting niet kunnen zijn. De achtentachtigste minuut. Terwijl Wesley juichend richting bank rent zakt Dirk op zijn knieën. Badend in het zweet, zijn handen ten hemel gespreid. Na de pingel van Klaas-Jan de absolute bevrijding. Een engel op de schouder van het elftal of de paardenlongen van Dirk.

Het is na afloop haasten naar het vliegveld. De koele lakens van het Caesar Park aan de Praia de Ipanema wachten. Teamgenoten met grote koptelefoons zitten achterin het toestel te keten. Klaas-Jan voorop. De bondscoach, voorin, leunt wat richting raam. Een klein lampje dat beweegt, daar beneden in het regenwoud.

Dirk op zijn fiets, op weg naar Rio. Een emmer karnemelk op zijn bagagedrager.


Wetmatigheid

Arjen Robben & Iker Casillas

Nog even en dan verschijnen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid oranje straten, oranje gadgets en oranje etenswaren. Daar is geen (economisch) model voor nodig, dat is een wetmatigheid.

Maar met een WK neemt ook de spanning onder voorspellers en speculanten toe. Van de liefhebber tot en met de matchfixer. Allen hebben plezier of belang bij de prestaties van ons Oranje.

Is het spelershotel niet te ver van de wedstrijdlocaties verwijderd? Mogen spelersvrouwen hun mannen bezoeken tijdens het toernooi? Of is er ook een zwembad bij het hotel?

Als resultaten uit het verleden garantie bieden voor de toekomst, dan zijn dit geen gunstige signalen per se. En wat te denken van Braziliaans exhibitionisme aan de Praia’s, de luchtvochtigheid van de Zuid-Amerikaanse zomer of de samba die vierentwintig uur per dag klinkt?

Omstandigheden die er niet om liegen.

In de groepsfase zal al heel wat worden afgereisd. Van Salvador via Porto Allegre naar São Paulo. Allemaal relatief dichtbij de kust, dus wellicht voordelige zeelucht voor gezonde Hollandse jongens. Maar de Atlantische oceaan of de grijsbruine Wadden- of Noordzee, mag je ze wel vergelijken?

Behalve twijfels zullen er ook zekerheden zijn. Op de Oranje camping zal het beregezellig zijn, Wolter Kroes scoort de hit van het toernooi en Jan Mulder vindt het spel ver beneden de maat. Kevin Strootman bekijkt nors zijn ploeggenoten thuis op televisie, Louis van Gaal zal eerder dan verwacht botsen met de pers en zoals gewoonlijk eist Yolanthe weer alle aandacht op.

Alhoewel, die eerste wedstrijd, de ultieme revanche. Over Euro 2012 heeft niemand het meer (Oekraïne staat intussen in een ander daglicht). Maar regelmatig denkt Arjen Robben nog wel terug aan die bewuste avond. Juli 2010, ’s Avonds laat in Soweto. Oog in oog met Iker Casillas, de wereld aan zijn voeten.

Het had zo mooi kunnen zijn.

Ook ditmaal zal het klassiek zijn. Zijn rush langs de rechterflank, soepele kapbeweging en een spurt richting middenveld. Ploeggenoten die schreeuwen om de bal, maar hij die niets hoort. Die bal voor zijn linkervoet, één uithaal, dat is het enige wat telt.

Terwijl de leren knikker al richting kruising dwarrelt zal Iker afdwalen. Die lange reis van zijn spelershotel naar hier, het bezoek van zijn vrouw de avond ervoor, maar ook die Braziliaanse dames aan de rand van het zwembad. De samba zwelt aan terwijl Arjen al uitzinnig richting cornervlag rent. Zijn shirt over zijn hoofd getrokken.

Een wetmatigheid, geen model voor nodig.

Deze column verscheen eerder in Aenorm, magazine voor studenten Actuariaat, Econometrie en Operationele Research aan de Universiteit van Amsterdam