Jehova

folder_voorkant_detail

Het Kennemer Gasthuis, locatie noord, staat er eenzaam bij. Het parkeerterrein immer leeg. Er kan aan de overkant van de weg gratis worden geparkeerd. Olifantenpaadjes via plantsoenen naar de ingang. Voorbij het einde van Haarlem, voor het begin van Velserbroek.

Een soort van niemandsland.

folder_voorkantToegegeven, er is een busplein waar het op gezette tijden druk kan zijn. En er is, even verderop, een McDonald’s en een Bastion hotel. Eenzame zakenlieden en overspelige echtgenoten brengen hier de nacht door.

Wanneer je de Randweg richting Beverwijk opdraait zie je een ander gebouw. Bruine bakstenen, puntdaken. Het lijken net geschakelde bungalows. Daaromheen een keurig bestraat perceel. Het betreft de Koninkrijkszaal der Jehova’s getuigen.

Terug naar het ziekenhuis.

De architecten hebben hun best gedaan. Van buiten een blokkendoos, van binnen licht en veel hout. Bewegwijzering in felle oranje pictogrammen. Modern, zou je kunnen stellen.

We parkeren onze fietsen naast het hospitaal. Hier komen mensen die hulp nodig hebben, in afwachting zijn van geluk of onheil of gewoon onder controle staan. Wij behoren tot de laatste categorie en het gaat niet eens om mij. Een vlug bezoek aan het lab. Bloed prikken. Hb-waarde, ijzergehalte, twee buisjes. Dat werk.

Als we richting ingang lopen staat hij daar. Kort haar, een grote bril, zwarte jas en donkerblauwe broek. Een zwarte plastic laptoptas over zijn rechterschouder. Hij spreekt willekeurig mensen aan. ‘Hier, voor bij de koffie’ drukt hij mijn vriendin een folder in handen. Ze geeft deze aan mij door. Ze is al wat laat voor haar afspraak.

folder_binnenkantIn plaats van een oude Donald Duck lees ik de brochure. Alleen al op de voorkant vier vragen. ‘Hoe denkt u over de toekomst?’, ‘Zal onze wereld hetzelfde blijven?’, ‘…achteruitgaan?’, ‘…beter worden?’ Een meisje met Aziatisch uiterlijk houdt een bergje aarde met jong plantje in de handpalmen. Een in zichzelf gekeerde blik en op de achtergrond drie rookpluimen boven een enorme fabriek.

Sla ik het open dan zie ik haar weer. Ditmaal breeduit lachend. Een gieter in de hand. De jonge loot inmiddels uitgegroeid tot potige kamerplant. Verder zie ik een man en vrouw. En profil. Een jaar of veertig zijn ze. Hij licht grijzend, zij blond. De zon in het gezicht. Het leven lacht hen toe.

De teksten bieden allerminst antwoord op eerder gestelde vragen. In elk geval komt het erop neer dat alles dat was voorbij is. Het volgende klinkt hoopgevend. Nuttig werk, het eeuwige leven en geen ziekte en verdriet meer. De mensen om mij heen, in de wachtkamer, kijken alsof ze een andere mening zijn toegedaan.

Wij zijn in elk geval klaar bij het lab en interessante inzichten rijker. ‘Voor bij de koffie’ zei hij nog.

Ik lust niet eens koffie.


Sounds

Sounds Haarlem

De cd-winkel, in het winkelcentrum naast Jamin. Ik kwam er vaak. Negentienzevenennegentig: werd er een vriend vijftien, dan maakten we een potje. Kochten we de nieuwste single van Twenty 4 Seven of Critical Mass. Hadden we iets meer te besteden, dan een heel album. De Party Animals of gewoon een verzamelaar. Nog iets over? Een poster erbij, verkochten ze daar ook. Voor boven het bed. Lara Croft of iets van de the X-Files.

Napster kwam. Werd rechts ingehaald door Kazaa, Limewire en plotselinge nieuwsgroepen, the Pirate Bay en torrents. De cd-winkel van toen is er al lang niet meer. Heel veel cd-winkels in heel veel winkelcentra zijn er al heel lang niet meer.

Uitzonderingen daargelaten.

Zelfs op een druilerige zondagmiddag anno tweeduizenddertien is het druk bij Sounds in Haarlem. Voornamelijk mannen in regenjassen die bladeren door bakken met cd’s en lp’s. Op de achtergrond Nick Drake, later the Beatles om door Sixto Rodriguez te worden afgewisseld.

De klanten, stuk voor stuk connaisseurs, knikken op de maat van de muziek terwijl ze hun vingers over het alfabetisch gesorteerde jazzassortiment laten glijden. John Coltrane, Miles Davis, Duke Ellington. Jongere bezoekers laven zich aan het avant-gardistische segment elektronica en minimal house. Aan de bar zit een man met koptelefoon. De ogen gesloten.

Hier voor elk wat wils.

In dit paradijs van goede smaak zijn kneuzen verbannen naar Curver boxen op de vloer. Het getuigt van moed om op de knieën in het gangpad te struinen in de bak ‘alle platen voor één euro’. Lp’s van BZN, George Baker en Anita Meyer.

Johnny Cash wordt net zo vaak verafgood als verafschuwd. Bij Sounds heeft hij zijn eigen sticker. Niet na tab ‘CCC’ liggen zijn platen, maar na het zwart-witte label ‘Johnny Cash’. Desondanks voel ik een lichte onzekerheid terwijl ik schichtig met lp richting kassa loop. Al die keurende blikken.

De eerste in rij rekent net twee decennia aan jazz cd’s af evenals drie bestelde albums. De winkelier, halverwege de dertig en lang golvend haar tot halverwege de rug, geeft hem wel even een belletje als ze binnen zijn.

De jongen voor mij draagt ook lang haar, dat over zijn openstaande rugtas valt. Ik zie er een skateboard uitsteken. Hij heeft een vraag. Of ze iets van Bent verkopen. De winkelier kent het Britse elektronische chill-out duo, maar moet dan wel zaken bestellen.

‘Oh nee, dat lukt niet.’ moet hij de jongen teleurstellen, ‘Misschien wel bij mijn Amerikaanse leverancier.’ ‘All right, hebben we het dat wel over Programmed to Love?’ vraagt de jongen.

‘Inderdaad.’

Zijn vriendin in groene legerjas is onder de indruk. Zoveel kennis van chill-out muziek bijeen. Of hij een telefoonnummer mag? Zijn vriendin heeft dat wel. Hij niet.

Hij luistert liever naar lagers van skateboards in de half pipe, chill-out muziek, of helemaal niets.

The sound of silence.


Marktplaats

Marktplaats

Ik ga opruimen. Dat wordt nog pittig. Jarenlang uitgesteld, veel te hoog opgestapeld. Dozen, mappen, folders, gelukkig uit het zicht. De aanblik? Lege ruimtes met fraaie kasten. De werkelijkheid? Stapels troep achter gesloten deuren. Mijn moeder verzamelde mijn eerste achttien levensjaren alle verjaardagskaarten, rapporten en kindertekeningen die ik respectievelijk kreeg of ooit maakte. En dan niet een paar, maar echt alle. Tel daarbij op een veertigtal boeken met bladmuziek, souvenirs van ongeveer zestien vakanties en al mijn agenda’s van de middelbare school.

De grijze container wordt in mijn woonplaats slechts eens in de twee weken geleegd, maar niets houdt mij tegen. Het systeem is simpel. Ik stel mijzelf één essentiële vraag ‘Bewaren of niet bewaren?’ en een minstens zo belangrijke vervolgvraag ‘Niet bewaren en waardevol?’. Waardeloze zaken gaan direct weg, waardevolle zaken geef ik weg of zal ik proberen te verkopen.

Drie uur en een tien volle vuilniszakken later maak ik de balans op. De container is vol, de hal ligt bezaaid met studieboeken en kleding en er ligt een berg twijfelachtige artikelen te wachten op online verkoop. Om nog maar te zwijgen over al die mensen die jaren na dato hun dvd-box of uitgeleende boeken terug zullen gaan krijgen.

Buiten openingstijden van het Milieuplein is daar Marktplaats. Als geschenk uit de hemel. Het is een kleine moeite om de roomwitte Wedgwood gebaksbordjes, het stripboek ‘Zijn jonge jaren’ van Rik Ringers en een gedateerd wetsuit online te zetten. Woordkeuze in de advertenties is essentieel: ‘uniek’ en ‘bijna gratis’ zullen hun werk moeten doen.

Binnen een dag mailt Lav, alter ego van Leo uit Velsen, met een geweldig bod op datgene dat ik twee jaar geleden als relatiegeschenk ontving. Hij kan dezelfde avond nog het Britse porselein ophalen. Die avond erop belt zijn vrouw keurig op het afgesproken tijdstip aan. Een ietwat kakkineuze dame, bril op de neus en sjaal om de schouders, inspecteert in de hal het logo onder de bordjes. ‘Waar let u nu op?’ informeer ik in de hoop dat ze het ‘Made in Indonesia’ niet zal lezen. Tevreden graait ze naar haar portefeuille.

De ochtend erop meldt Obelix zich, alter ego van Peter. Hij belt direct want hij kan deze uitgave van zijn stripheld niet laten lopen. Vandaag langskomen komt hem perfect uit. Een half uur later staat er een boomlange vent voor de deur. Vette haren, dito brillenglazen een wit t-shirt vol vlekken en de veters van zijn bergschoenen nog los. ‘Een verzamelaar?’ informeer ik in de hoop wat meer over die Rik en zijn alter ego te weten te komen. Hij drukt mij de vier euro gauw in de hand.

Het wetsuit is een ander verhaal. Eerst Eva. Die wil weten waar ik het voor heb gebruikt en waarom ik het wegdoe. Ik ben vooral geïnteresseerd of zij geïnteresseerd is. Dat wordt niets. Dan Miranda. Qua lengte geen twijfels, maar ze is een stukje zwaarder. ‘Of het pak meerekt?’ Ook dat wordt niets. Dan meldt T.I.M. zich, alter ego van Tessa uit Noordwijkerhout. Een arme studente, maar met passie voor water. Wat water betreft, zal ik qua prijs iets bij de wijn moeten doen. Een dag later wurmt ze zich in het pak. Vragen, noch zorgen over de maatvoering. Twee briefjes van twintig al in de hand.

Markplaats? Dan ontmoet je nog eens iemand.


Visvijver

't Smallert

‘Vijver 1 of vijver 3?’ vraagt de jongedame achter het loket. Na een korte uitleg wordt voor het eerste bassin gekozen. Er zullen straks drie forellen à vijfhonderd gram worden uitgezet. Na het huren van een hengel en het inwinnen van enkele tips (‘Aan de kopse kant in de schaduw liggen ze meestal.’) is het nog even wachten tot de start om half een.

Een van de spelregels van recreatiepark ’t Smallert luidt ‘netjes wachten tot de vorige vissessie is afgelopen.’ Een drietal heren staat overduidelijk te popelen, al had een enkeling misschien zelfs liever de ochtendsessie meegemaakt. ‘Dan zijn ze gretiger.’ Aan hun materiaal zal het niet liggen. Meerdere hengels, leefnetten, emmers en stoeltjes gaan mee. Klokslag half een lopen ze naar de vijver.

Richting kopse kant in de schaduw.

Alle begin is moeilijk. Hoe werp je bijvoorbeeld met een hengel? Hoe maak je een meelworm vast aan een haakje? En waarom hebben meelwormen pootjes? Men doet hier zijn uiterste best om ervaring uit te stralen; en met effect. Na enige minuten wordt de onervaren visser gevraagd hoeveel lood hij aan zijn lijn heeft. Om zijn geveinsde expertise direct teniet te doen door zijn lijn over die van de buurman te werpen.

De vijver zelf een gigantisch betonnen bassin, omringd door bomen en op de achtergrond het geruis van fonteinen in de kweekvijvers. Af en toe een gigantische forel die boven het wateroppervlak uitspringt. Uitdagend kijkend richting vissers aan de waterkant.

Diezelfde vissers, uitsluitend mannen. Leeftijd uiteenlopend van dertig tot zeventig jaar, een enkele zoon of geïnteresseerd neefje daargelaten. Gemene deler onder passanten is de huurhengel met oranje dobber, onder vaste bezoekers uitermate professioneel materiaal en een jagersvestje. Handige zakken en ritsen voor allerhande lood, haakjes en aas.

Halverwege de middag komt een van de jongens van de hengelverhuur langs met een grote kruiwagen. Behalve meelwormen heeft hij koude blikjes bier en ice tea op zijn kar. Veel keuze qua eten is er niet, of de bezoeker moet zin hebben in een broodje bal.

In de drie bushokjes rondom de vijver hangen nog eens de huisregels. ‘Toon respect’ en ‘Geen geweld’. Ondertussen wordt na controle van toegangskaartjes van enkele laatkomers een flink aantal vette forellen in het meertje uitgezet. Zodra ze gevangen zijn wacht hen een leefnet of direct een klap op de kop. ’s Avonds de barbecue.

Over respect en geweld gesproken.


Rudolph’s Bakery

Rudolph van Veen

Het is maar zeer de vraag of Rudolph ooit chagrijnig is. In de keuken, zijn natuurlijk habitat, in elk geval niet. Bij het zappen, kanaal 24, stuit ik op Rudolph en zijn bakkerij. 24 Kitchen, dus vierentwintig uur per dag koken en eten, waarvan minstens de helft met hem.

Zijn wit gesteven koksbuisje, de geblondeerde haren zorgvuldig in een scheiding gekamd en de zwarte hoornen bril op de neus. Daarachter de twee meest stralende ogen die ik ooit zag. ‘In koken kan ik zo mijn creativiteit kwijt’ komt hij via de camera mijn huiskamer binnen. En ik geloof hem. Ik geloof Rudolph op zijn woord.

Vandaag begint hij voor twee recepten met hetzelfde basisdeeg. Weliswaar minder creatief, maar geen reden tot minder plezier. Gepassioneerd kneedt hij dat het hem een lieve lust is. Wat hem ook vrolijk stemt zijn de ontvangen kindertekeningen, die inmiddels een plaatsje op de koelkast in de studiokeuken hebben gekregen. ‘Kijk eens wat een prachtige, gevulde etagères. Ik krijg er helemaal trek van.’

Voor de hete bliksem-slof gaan aardappels op het vuur, wordt spek gekruid en schilt hij in een soepele beweging een appel. Voor de volle kersentaart is Rudolph maar wat blij dat hij in Las Vegas ooit een prachtige bakvorm vond. ‘Een Katrien Duck-taart is zo een fluitje van een cent.’ Hij ontdoet een pondje kersen van de pit, onderwijl alsmaar enthousiaster wordend.

Mocht hij dan toch een rol spelen, de weinige momenten waarop hij eruit valt is wanneer een garde, kom of bakblik niet meer nodig is. ‘Baf!’ klinkt het wanneer hij ze achteloos in de wasbak smijt. Verder? Een en al liefde, zwevend door zijn keuken.

Bakpapier of afdekfolie. Hij tovert ze –keurig op maat geknipt- tevoorschijn uit lades en kasten. Wat een routine, maar vooral ook pret. De kersentaart kan gevuld gaan worden. Als vulling van het deeg komt er eerst een laag van gesuikerde en gemalen noten. ‘Frangipane’ probeert hij de kijker uit te leggen. Sprekender is de metafoor die hij daarna gebruikt.

‘Zie dit als een matras. Een matrasje voor de heerlijke kersen.’ Wanneer hij de kom met de prachtige, zoete, donkerrode kersen ter hand neemt denkt Rudolph heel even dat het om levende wezens gaat.

‘Nou die gaan echt de trampoline springen nu!’ en ‘Als kersen konden praten riepen ze nu waarschijnlijk allemaal joehoe!’ Terwijl ik even moet bijkomen van deze culinaire poëzie is Rudolph alweer vrolijk verder gegaan met zijn vlechtwerk van repen deeg met kartelranden. ‘Instrijken met een klein beetje eistrijksel, zodat het deeg mooi gaat glimmen. Klein beetje suiker erop, voor wat knispering en twinkeling aan de bovenkant.’

Alsof het niets is.

Rudolph van Veen


Zandsculpturen

EK_Zandsculpturen_Zandvoort_2013_1

Het Europees Kampioenschap Zandsculpturen. Waar anders dan in Zandvoort? Na een aantal zonnige dagen is het vandaag wat bewolkt. Desalniettemin veel toeristen op het Badhuisplein. Hier staan de werken van kunstenaars uit Groot-Brittannië en Spanje. Maar wat blijkt, ook in Tsjechië, Oekraïne en Rusland weet men raad met zand. De Russische sculptuur betreft gek genoeg twee mannen. En dat in een week waarbij het nieuws handelt over homotolerantie en het eventueel boycotten van de Spelen in Sotsji.

‘Welke vind je mooier?’ vraagt een vrouw haar echtgenoot. Die reageert niet. Hij is drukdoende de Praagse Karelsbrug, maar dan in zand uitgevoerd, te fotograferen. Even verderop staan drie Engelsen ‘hun’ deelnemer te prijzen. ‘Brilliant!’ Een drietalige brochure rept over de World Sand Sculpting Academy en meldt nog een drietal sculpturen richting Kerkplein. Die kant maar op.

De Nederlander Maxim Gazendam wil daar net de laatste hand leggen aan zijn interpretatie van ‘culturele iconen uit Nederland’. Een allegorie van Delfts Blauw, polderlandschap en tegelspreuken. Ware het niet dat een jonge bezoeker hem met veel vragen van zijn werk houdt. Maxim blijft geduldig en kan uiteindelijk, met sproeier en mengsel van water en behanglijm, zijn werk fixeren.

Verder vooral patat aan het Kerkplein. Snel geteld zijn er vier snackbars. Fritures d’Anvers, Frietplaza, Febo en Snackbar het Plein. Plastic bakjes en puntzakken met dikke klodders mayonaise en pindasaus, waar je ook kijkt. Normaalgesproken niet de meest gunstige combinatie, maar patat en zand dus.

Bij de rotonde de sculptuur van de Italiaanse deelneemster. Twee mannen bezetten het bankje voor de bakkerij, tegenover de viskraam. Dat doen ze normaal ook al, het is nu alleen iets drukker bij hun stek. Er staat ook een drietal Zandvoortse verhuurders. Twee dames met de fiets aan de hand en een meneer nog op zijn scooter gezeten. Vorige week hadden ze alle drie Duitsers te gast, nu toevallig allemaal Fransen. Het moet niet gekker worden.

Wielrenners schieten voorbij, scooters gaan over de rotonde net als badgasten met hun broodjes hamburger en enorme bollen softijs met discodip. Er wordt vanmiddag getrouwd in het stadhuis, dus ook gespannen blikken richting het bordes. ‘Wat zou ze aan hebben?’ en ‘Toch de mooiste dag van je leven’ is te horen.

Zandkunstenaar Maxim loopt net met z’n sproeier over de rotonde, wanneer de deur van het stadhuis openzwaait. Buiten gehoorafstand van het bruidspaar worden indrukken gedeeld. Van ‘Ik weet niet…’ tot ‘Vast een tweede leg’. De bruidegom is inderdaad wat ouder dan de bruid.

Maar wat deert het. Zoals de spreuk onder het bordes doet voorkomen; geldig voor liefhebben, snacken én zandkastelen bouwen: ‘Trekt u niet aen wat yeder secht, maer doet dat billijk is en recht.

EK_Zandsculpturen_Zandvoort_2013_2


Onvoorwaardelijk

Vliegtuigspotten

Om kwart over acht raas ik over de A5. Van Haarlem richting Hoofddorp. Het viaduct is voorzien van een tegeltableau in luchtvaartmotief. Schipholland. Zo pal tussen Polder- en Zwanenburgbaan in. Links en rechts van de snelweg taxiën vliegtuigen van en naar de luchthaven. De ene Boeing -vol passagiers uit Bangkok- is net geland, terwijl de andere richting Polderbaan rolt voor vertrek richting Engeland.

Een komen en gaan.

Parallel aan de snelweg loopt de Vijfhuizerweg. Een zijstraat van de provinciale N520, de weg die Hoofddorp met Lijnden verbindt. Ondanks het vroege tijdstip zitten ze er al. Althans, zij zit, hij staat. Hun donkergroene stationwagen is met de kont richting weiland geparkeerd. In het weiland groeien aardappels schat ik in, ondanks de hoge snelheid waarmee ik mij voortbeweeg.

Hij draagt een blauwe pet, oranje polo en korte broek. Om zijn nek een fototoestel met een enorme telelens. Hij tuurt over A5 richting Zwanenburgbaan. Haar gezicht is niet te zien. Ze zit op een meegebrachte klapstoel, verscholen achter De Telegraaf. Kate Middleton is bevallen van een zoon.

De aanblik van de twee, op een warme ochtend van wat een broeierige dag belooft te worden, is van een zeldzame schoonheid. De intensiteit waarmee hij de omgeving afspeurt; gelijk een cowboy op de prairie. Het geduld waarmee zij, knieën over elkaar, de koppen snelt. Hij zijn hobby, zij toch mee en wél haar moment.

Morgen trekken ze weer samen op. Gaan ze voor haar op zoek naar een werktafel voor in de hobbykamer, of samen de linnenkast opruimen. Voorlopig zit ze prima aan de Vijfhuizerweg. Ze weet dat morgen, ook hij geduldig zal zijn.

Onvoorwaardelijk.


Makreelvissen

Makreel

Roken, bakken of grillen op de barbecue. Makreel is smaakvol én gezond. Na menig indianenverhaal te hebben aangehoord (‘Emmers vol!’) wilde ik de romantiek van makreelvissen zelf ervaren.

‘Eerst betalen bij de container.’ Het is half vijf in de ochtend, de kapitein is vrolijk. Hij drukt deelnemers gehuurde hengels in de handen en gebaart ze aan boord te gaan. Zijn collega is al drukdoende achter de bar. Koffie wordt gezet, uien gepeld en de eerste bevroren hamburgers gaan op de bakplaat. Om klokslag vijf uur vaart de MS Marion de haven van IJmuiden uit.

Aan boord een bont gezelschap: Duitsers, Japanners, Antillianen, studenten, hobbyvissers en amateurs als wij. De muziek is slechts van één genre. Via een oude laptop en twee speakers zullen de komende zeven uren uitsluitend Nederlandstalige hits worden gedraaid.

Wanneer de zon opkomt achter de Hoogovens en de boot een kilometer of twee uit de kust is, gaan we voor het eerst voor anker. Er klinkt een toeter. ‘Jullie mogen.’ Om mij heen neemt iedereen zijn hengel ter hand. Mijn onzekerheid wordt opgemerkt. ‘Gewoon erin en weer ophalen, dat is makreelvissen.’ De rooddoorlopen ogen van de kapitein kijken mij aan. Ik zie zijn bruinverbrande huid, haast van leer. Hij ruikt op doordringende wijze naar shag. Ook vallen gouden oorbellen met nautische taferelen op. Vijf minuten later klinkt de toeter tweemaal. ‘Ophalen!’

Niemand vangt wat.

‘Mag ik een hamburger?’ vraagt een van de passagiers. Dat gaat nog niet: ‘Ik heb alleen ijsburgers.’ De matroos draagt zijn haar in een paardenstaart en loopt op klompen. Hij heeft een blauwe envelop in zijn hand; belastingdienst. ‘Iets terug gekregen?’ informeer ik. ‘Ken dat dan?’ vraagt hij terwijl hij mijn koffie inschenkt. Niet veel later beukt hij op de wc-deur. ‘Niet in die plee kotsen, over de reling!’ Een lijkbleke Japanner doet open. Frans Bauer zingt op de achtergrond rustig verder. Wanneer enkele Duitsers lopen te klooien met een molen aarzelt hij geen moment. Hij bijt de nylon draad vlak boven en onder de kluwen door en knoopt de twee uiteinden aan elkaar. Wanneer zijn collega een kapotte molen probeert te repareren, smijt hij deze overboord. Argeloos loopt hij terug naar de bakplaat om de hamburgers te draaien.

Beet. Na twee en een half uur varen heeft er eindelijk iemand beet. Een gul. De gelukkige vanger slaat het beest bewusteloos tegen de boot. ‘Niet tegen m’n boot’ schreeuwt de matroos met paardenstaart. Als de toeter tweemaal heeft geklonken wordt de enige gevangen vis onder grote belangstelling gefileerd. Enige tijd later kijkt de vanger gelukkig over zijn schouder naar de inhoud van zijn emmer. Trots.

Het is mooi te constateren hoe men signalen begint te herkennen. Zodra de boot vaart mindert, rent iedereen naar zijn hengel. Zodra de toeter klinkt, verdwijnen lood en haken onder het wateroppervlak. Sommigen hebben de moed opgegeven. Een meneer zit te knikkebollen op een bankje. Na een vroeg vertrek en uren ‘scharrelen’ wordt een tukje in de zon verkozen boven actief sportvissen.

‘Dramatisch’ noemt Melvin uit Almere zijn vangst. Altijd had hij emmers vol, behalve die ene keer dat hij ging wrakvissen. ‘Al je haken en je lood kwijt. Dat kost je meer dan het oplevert.’ Hij is hier met tien man en ze hebben nauwelijks iets gevangen. Hij zou gaan barbecueën vanavond. ‘Zij denken, Melvin komt met vis.’ Maar Melvin komt niet met vis. Toch blijft hij een zeevisser. ‘Ik wil niet naast de sloot zitten, ik wil gevangen vis kunnen opeten.’

De schrale vangst wordt gekoesterd, de zon werpt een gouden gloed op de Noordzee, de Hoogovens roken in de verte net als de sjekkies in de mondhoeken van kapitein en matroos. De laatste schudt nog eens zijn hoofd en mompelt ‘kutvis’. De Japanners hebben met een enorm mes sashimi gesneden van hun enige makreel. Hun kotsende vriend van zo-even begint weer kleur te krijgen.

Waar rauwe vis al niet goed voor is.


Paardenrennen

SweepstakesGroningen201308

‘Eindelijk zomer’ realiseer ik mij wanneer ik langs petanquebaan bij het Stadparkpaviljoen loop. Zon, stelletjes op een handdoek in het gras, het zachte geruis van een fontein in de verte.

Het loopt tegen half twee. Op de Concourslaan is het behoorlijk druk. Ik reken af bij de kassa en loop naar binnen. De meeste witte tuinstoelen zijn bezet. Echte liefhebbers hebben eigen stoelen meegebracht.

‘Defilé over een minuut’ schalt het over het terrein. Om mij heen vang ik de nodige tips op. Het mulle zand hier in Groningen is niet in het voordeel van elk paard. ‘Desert River is een gevaarlijke.’ Iemand kent de eigenaar, tevens berijder van het paard. De start van de eerste race is over twee minuten. ‘Een bliksemstart voor Dorade Boko’, maar Desert River wint.

Ik begin een patroon te herkennen. De sproei- en veegwagen bewerken het parcours, een polka van James Last klinkt bij het defilé, Pirates of the Caribbean vlak voor aanvang en het Safri Duo ramt opzwepend op trommels tijdens de rijdende start. Twee commentatoren praten alles aaneen vanaf een trailer op het middenveld van de drafbaan. De Groningse variant op Studio sportzomer. Het lijkt het publiek weinig uit te maken.

Broodjes warm vlees, frikandel en hamburger vinden gretig aftrek. ‘Paardenvlees?’ vraag ik mij nog even af terwijl een jockey met paardenstaart langsrijdt. De uitslag van de tweede race is onbeslist. ‘Gooit u alstublieft geen tickets weg.’ De fotofinish biedt uitkomst. De jockey wordt geïnterviewd. ‘We leven van koers naar koers.’

Bij de stallen heerst een gespannen sfeer. Enorme dieren, gespierd en sterk geaderd. Er klinkt gehinnik, gebries. Jockeys in outfit met moddervlekken proberen hun getrouwen tot bedaren te brengen. De meest opgefokte paarden dragen blinddoeken, maar blijven onstuimig.

Terwijl buiten de julizon het publiek opwarmt, zoeken ouderen binnen verkoeling. Wanneer een meneer behoedzaam de trap afkomt, zie ik vuil grijs systeemplafond en kapot linoleum, bankstellen met vlekken en een verlaten bar. Boekjes en côtes (winkansen) worden bestudeerd. Een vrouw, handtas op tafel en armen over elkaar, kijkt chagrijnig naar haar man. Door de glazen pui is het hier benauwd. Ik loop naar buiten.

SweepstakesGroningen201312Een meneer heeft een blikje Schultenbräu meegebracht. Hij heeft het over een mooie kwartetkoers. Hij draagt witte sokken in zijn badslippers. Paarden draaien in startvakken voor race zeven. Valse start; tot twee keer toe. ‘Kom op Sharky’ klinkt het. ‘Shark Attack loopt een superkoers’, maar wint niet. Men gaat verhaal halen bij de stallen.

Het gokken is complex. ‘2, 4, 7 duo rond voor vijftig cent’ klinkt het bij de kassa. ‘M’n neef heet Dave.’ Er wordt op paard 7, Davy Boko, en paard 2, Dave Dream, ingezet.

Na elf races is het gedaan. In plat Gronings wordt nagepraat. De een draagt een hemdje en sokken in sandalen. De andere is op klompen en draagt een gouden horloge. De zon tegen het dramatische decor van het Gasunie gebouw, de eerste schaduw op de baan; stof er nog boven. ‘Be my luck’ won de laatste wedstrijd.

Gelukkig schuift men richting uitgang.


Italia a Zandvoort

Italia a Zandvoort

Files richting Zandvoort. Niet alleen badgasten, maar ook autoliefhebbers. Kanariegele en felrode Ferrari’s, Alfa Romeo’s en Maserati’s. Een klein beetje Italië vandaag. Ik raas erlangs met mijn fiets en parkeer vlak voor de ingang van het circuitpark. ‘Buon giorno’ klinkt het en er wordt mij ‘un giornale’ met het programma in de hand gedrukt.

Publiek Italia a ZandvoortVoor mij loopt een keurig opgemaakte vrouw in rode jurk, op hoge hakken, met snelle tred richting vipdorp. Ze trekt zich niets aan van het gejank van motoren op het circuit, noch van tientallen toeterende Vespa’s die het terrein op rijden. In het gras achter de vangrails zit een man met gezin. Hij moet vanochtend in gedachten voor zijn kledingkast hebben gestaan. ‘Zal ik dat rode overhemd met Ferrari- en Marlborologo aantrekken?’ Hij heeft het gedaan en ook zijn knalrode pet ontbreekt niet. Zij zoontje, een jaar of vijf, doet mee. Vrouw en dochter hebben zich bescheidener uitgedost. Ze laten zich de patat smaken. Met hun rug richting circuit, dat wel.

Het is druk bij geparkeerde Ferrari’s. Overwegend mannen lopen hier rond, dikwijls buikige types. ‘Woorden schieten tekort’ vang ik op. Een meneer met gelukzalige glimlach attendeert zijn vriend: ‘Echt bizar mooi, die gele metallic lak’. Verderop gaat een alarm af. Een autoverkoper van Kroymans -wit overhemd, blauwe blazer, strakke spijkerbroek en sneakers- staat er met handen in de zakken bij. Details van de auto’s worden druk gefotografeerd. Een meneer met Ferrari bril, Ferrari polo en kaki afritsbroek verkeert in hogere sferen. Dat geldt niet voor de man bij de Vespa’s, ‘Wat heb je nou aan een Ferrari, ken alleen binnen staan, pleur op!’ Een meneer op bootschoenen en met Ferrari polo in de broek doet net of hij niets hoort.

Twee Formule 1 auto’s met coureur Jan Lammers en supermarktdirecteur Frits van Eerd rijden intussen rondjes op het circuit. Het staat bomvol langs de hekken en op de toppen van de duinen. ‘Is dit lekker?’ vraagt de omroeper, ‘Is dit kippenvel of niet?’ Niet iedereen is enthousiast. Om mij heen wordt geklaagd over stank en herrie. De omroeper heeft het over de Arie Luyendijkbocht en verkeert in extase, ‘Oh, wat lekker.’ Na afloop volgt een kort interview met de coureurs. Terwijl Frits vertelt over zijn toerenbegrenzer, lopen de meeste toeschouwers alweer richting snackkraam, toiletten of geïmproviseerde Italiaanse markt.

Er staat een rij bij de wc’s. Ook is het druk bij de patatkraam. Ik loop richting paddock waar vele Italiaanse autobezitters hun bolides hebben geparkeerd. Ik tref de Maserati Club Holland, veelal heren op leeftijd. Ik zie de leden van de Cento Club, jonge kerels. Ze ontsteken net hun barbecue en nemen plaats op meegebrachte tuinstoelen. De leden van Club Alfa Romeo, overwegend jonge dertigers, zitten in de achterbak van hun auto’s.

Rond een uur of twee is het een allegaartje op het circuit. Auto’s van het predikaat ‘Modern Italiaans’. Ze worden zwijgzaam opgenomen door het publiek. Dan is het opnieuw tijd voor de twee Formule 1 auto’s. Ik neem, met vele anderen, plaats op het duin. Om mij heen telefoons en camera’s in de aanslag. Wanneer de auto’s voorbij razen worden mannen naast mij jongens. Bij de laatste ronde zwaaien de coureurs richting publiek. Met jeugdig enthousiasme wordt er teruggezwaaid vanaf het duin.

Op de parkeerplaats keren enkele auto’s terug. Een jongen, de kraag van zijn polo omhoog, parkeert zijn witte Abarth terwijl hij nonchalant zijn linkerarm uit het raam laat hangen. Een Alfa wil niet starten. Er wordt hulp ingeroepen: ‘We moeten duwen; er willen een paar naar huis.’ Twee jongens, in de verre uithoek van de paddock, hebben een onderonsje bij de stand van het Amerikaanse Jeep:

‘Jeep, dat is toch geen Italiaans?