Aantekening

majoor

‘Toch zien we hier het beeld van een kat die stervende is’. Een rake zin, net nadat hij mij op een dwaalspoor had gezet. Met medicatie zou het misschien nog wat worden, helemaal zeker was dat weer niet en of we het dán nog over kwaliteit van leven hadden? Het vermagerde dier met kaalgeschoren voorpootjes in de couveuse leek in de verste verte op de kat die ze ooit was. Ze had nota bene een aantekening in de computer van de dierenarts. Het was er geen om zonder handschoenen aan te pakken. Letterlijk. Ik was erbij dat ze ondanks haar kleine maar gedrongen lijf naar alles en iedereen liep te blazen en uit te halen, tot bloedens toe. Met lange dikke leren handschoenen voorbij de ellebogen waren arts en assistent met haar in de weer geweest. Een roofdier.

Maandagavond was ze met zwalkend achterlijf naar voordeur gestrompeld. De voordeur, ook zoiets. Ondanks haar negen jaar oud hadden we pas sinds een maand of twee een kattenluikje voor haar. In de achterdeur. De eerste zeven weken hadden we haar met milde dwang getoond hoe het werkte. Sinds een week wist ze er zelf gebruik van te maken. Meer interesse toonde ze sindsdien voor de voordeur. Want daarachter zat een veel interessantere wereld, uitzicht op een park vanaf een brede stoep. Toen ik haar optilde voelde ik direct dat het niet goed zat. Een fractie van haar eerdere gewicht. Het was me door haar dikke vacht niet eerder opgevallen. De hele nacht zat ze te sidderen op de badkamervloer.

De volgende ochtend pakten we haar reismand, iets wat normaal tot ophef zou hebben geleid. Ditmaal liet ze zich eenvoudig in het mandje plaatsen. Alsof ze wist wat komen ging. De dierenarts hadden we al jaren niet bezocht. Beter voor alle betrokken partijen. We namen plaats in de lege wachtkamer. Op tafel een bronzen beeld. Aan een leiband, vastgemaakt aan een tafelpoot, een geknield mens. Drie honden met vork en mes in hun poten gezeten aan de tafel, een copieus diner. De omgekeerde wereld, als het katten waren geweest had ik het begrepen.

We werden opgeroepen. De arts van dienst refereerde naar de aantekening van onze predator, maar het vlees was zwak. Zonder problemen constateerde ze dat het om een nierprobleem ging. We konden in de wachtkamer plaatsnemen in afwachting van de definitieve uitslag. Een magere vrouw met grijs haar en rooddoorlopen ogen bewoog hoestend en stram met opgetrokken schouders richting balie. Haar grijze windhond bewoog al net zo moeizaam. Zijn lange nagels krasten op de linoleum vloer richting weegschaal waar hij van dierenarts plaats op moest nemen. De verloren 2,3 kilogram van het beest stonden precies gelijk aan het resterende gewicht van onze patiënt van wie het bloed nu in onderzoek was. Ik legde mijn hand op de lege blauwe reismand naast mij.

Een andere vrouw, aanwezig en frivool, zocht aanspraak. Ze bleek het baasje van een pup genaamd Pip. Nog geen zes weken oud was het beestje dat de aandacht trok van onze dochter. De vrouw vertelde Pup voorin haar fietsmandje te hebben meegebracht. Ik kon direct voorstellen hoe zij bij elk stoplicht iedere gelegenheid tot een gesprek zou aangrijpen. Een Turkse meneer met kat in mand staarde vreedzaam voor zich uit. Hij maakte een kalme indruk, net als het beestje. Roosje, zo bleek later.

Wij waren aan de beurt. Waarden waren niet goed, de patiënt zou worden opgenomen. Met een wezenloos gevoel keerden we huiswaarts. Met een kop thee in mijn handen geklemd keek ik naar buiten. Wind had de bomen van bijna al haar herfstbladeren ontdaan. Een flauwe zon wist gele restanten te kleuren. Een laatste zucht wind maakte ook daarmee gedaan. Als een gouden regen waaierden de blaadjes uit. Net op dat moment reed de spraakzame dame langs. Pup, met de haartjes in de wind, in het mandje voorop. Ik geloof niet in toeval, maar geloof dat het hier om stuivertje wisselen ging.

Twee dagen later stonden we opnieuw in het souterrain van de dierenarts. Een blijk van herkenning bij onze aanblik. Een zwak gemiauw en uitgestoken poot. Even was er hoop geweest. De nierproblemen hadden weleens veroorzaakt kunnen zijn door een bacteriële infectie. Een antibioticum was evenmin aangeslagen, het beestje te verzwakt. Kwaliteit van leven, een begrip waarmee de arts opnieuw kwam aanzetten. Voor een kat is dat een warme vensterbank, brokjes naar believen en een wandeling op zijn tijd. De eerste twee konden we blijven bieden, voor het laatste was eigen energie nodig.

Een uurtje later legde ik haar in de diepe kuil tussen de hortensia en de wingerd. Het was begonnen met regenen toen ik die groef, precies als in de film. Gewikkeld in een fuchsiaroze doek en voorzien van een tekening van onze dochter verdween Majoor in de koude aarde. De kartonnen wanden van haar ‘kattenpandje’ erbij. Ze had er graag in gezeten in de warme vensterbank. Nu hippen er meer vogels dan ooit in haar buurt rond. Roodborstjes, jonge spreeuwen en merels zag ik al.

Ze zijn gewaarschuwd. Ze heeft nog altijd een aantekening.



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s